|
Zuid Afrika, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Mozambique
Langs de Limpopo
(tekst en foto's: Harold Kolkman)
deel 2/8
We rijden zo'n veertig kilometer verder naar Malamulele waar,
als het goed is, Tinyiko op ons wacht. Vanuit zijn dorp Peninghotsa
is het 30 kilometer daarnaar toe. Ik vraag me af waar ik vorig
jaar eigenlijk mee bezig was; elke dag 220 kilometer rijden.
11 maanden Nederland hebben mijn gevoel voor afstand en tijd
weer behoorlijk beperkt. "Ik doe niet aan tijd, ik doe
aan gevoel", schiet door mijn hoofd; een uitspraak die
Mariska een paar maanden geleden via MSN de wereld in hielp;
geniaal! Na een kwartier wachten komt Tinyiko opdagen; "I
Can't tell...." Is het eerste wat hij zegt als hij achterin
klimt. "... but you know!", is mijn reactie, refererend
aan een flauwe mop over een papagaai waar we vorig jaar regelmatig
de grootste lol om hadden. Het is weer als vanouds. Hij is
ook niets veranderd, nog even actief en vol met energie. Uitgebreid
vertelt hij over zijn belevenissen in Thoyandohou, een stadje
verder noordwaarts, waar hij de afgelopen dagen als jeugdleider
in de organisatie van een groot sporttoernooi meehielp.
| Vanaf Malamulele is het niet ver meer naar
Punda Maria gate, een van de toegangspoorten in het noorden
van het Park. De naam van de poort, en het gelijknamige
toeristenkamp is afgeleid van het Swahili woord Punda
Milia, wat gestreepte ezel oftewel zebra betekent. Een
invloedrijke ranger vond het jaren geleden blijkbaar nodig
om een eigen draai aan de naam te geven. Wat opvalt is
dat de entreeprijzen flink gestegen zijn. Buitenlanders
betalen nu 120 Rand, Zuid Afrikanen slechts R30. |
|
Bij Punda Maria zijn ook de eerste tekenen te zien dat het
Park een belangrijke ontwikkelingsfase doormaakt. Er wordt
een nieuwe toegangspoort gebouwd, samen met een educatief
centrum, dat vooral gericht is op de jongeren in de drukbevolkte
gebieden buiten de hekken van het Park.
Dit is een initiatief van de Social Ecology afdeling van
de South African National Parks organisatie. Deze afdeling
richt zich voornamelijk op de relaties met aangrenzende gemeenschappen
en is in het leven geroepen nadat het Apartheidsbewind in
1994 verdween. Tot op dat moment waren de vele nationale parken
in Zuid Afrika, en het Kruger Park in het bijzonder, uitsluitend
voor blanken toegankelijk. Die zagen deze gebieden als een
heiligdom, een tuin van Eden, terwijl de zwarte bevolking
eruit werd gejaagd en in schrijnende omstandigheden buiten
de hekken diende te overleven. Deze situatie kreeg nog een
extra negatieve lading door de voortdurende uitbraak van olifanten
en leeuwen uit het park, schade aan akkers en vee dat werd
aangevallen. Zelfs mensen zijn hier regelmatig het slachtoffer
van geworden.
Het geloof dat volgens de Parkleiding "dieren belangrijker
als mensen zijn", is in deze periode ontstaan. Dergelijke
incidenten komen ook nu nog vaak voor en nog altijd zijn de
verhoudingen tussen het Park en haar buren gespannen. Met
name het uitblijven van financiële compensaties blijft
een bron van veel conflicten. Maar de tijden veranderen en
de nieuwe generatie staat beduidend positiever tegenover het
Park. Via scholingsprogramma's ontstaat bewustwording over
het nut van natuurbehoud, schoolklassen hebben gratis toegang
en met enige regelmaat zijn er werkgelegenheidsprojecten,
bijvoorbeeld in de strijd tegen niet-inheemse woekerplanten.
Na enige kilometers rijden over de asfaltweg bereiken we
het kamp. Bij de receptie betalen we voor een overnachting
op de kampeerplaats. Daar gaat de nodige korting overheen,
omdat Tinyiko hier blijkbaar mensen kent. Het is dus niet
alleen erg gezellig met onze Tsonga-vrienden mee op reis,
maar ook best handig bij het leggen van contacten en indien
nodig, het breken van ijs in ongemakkelijke situaties. Op
de kampeerplaats is iedereen zo met zijn of haar eigen taak
bezig. Er moet een tent opgezet, de braai moet worden voorbereid
en natuurlijk moet er bier worden gehaald uit de kampwinkel.
Het is nog maar vier uur 's middags, dus is er nog twee uur
over om met de auto wat door het park te rijden.
Om zes uur gaan de hekken dicht, wordt het donker en worden
alle toeristen geacht zich binnen de omheining van het kamp
te bevinden. Diezelfde toeristen, voornamelijk Afrikaners,
kijken enigszins verbaasd naar ons bijzondere gezelschap;
met name de samenstelling van ons team trekt de aandacht.
Binnen het Park zijn de tijden wat dat betreft nog niet echt
veranderd. Ik ben dat inmiddels gewend en vind het wel grappig.
Eigenlijk ben ik nog nooit op de gebruikelijke manier als
toerist in het Park geweest. Meestal was het voor mijn onderzoek,
op weg naar een afspraak of bijeenkomst, al dan niet in gezelschap
van mensen uit het dorp. Voor mij blijft het toch vooral vanuit
sociaal-cultureel en politiek oogpunt een bijzonder natuurgebied.
Impala's, olifanten en de overvloedig aanwezige mopanibush,
gaan op den duur vervelen.
Toch willen we nog wel wat van die grote
viervoeters op de gevoelige plaat vastleggen. In het
Kruger Park kan het nog; in Mozambique lopen ze nauwelijks
meer rond vanwege de burgeroorlog en de stroperij. Petra
en Mithaveni besluiten wat in het kamp te gaan wandelen.
Zelf heb ik de eer om met de Isuzu en de rest van ons
team op safari te mogen. Het is een prettige kar om
te rijden en hij voelt zich, net als mijzelf, vooral
thuis op de zandwegen in het Park. Naast de gebruikelijke
impala's zien we een paar grote kudden olifanten en
zeldzame Nyala's, een bijzonder gestreepte antilope.
Op de lengte van de route heb ik me een beetje vergist
en met het fotograferen zijn we behoorlijk wat tijd
verloren. Op de terugweg sla ik de maximumsnelheid van
50 km per uur maar even in de wind. Met 80 kilometer
per uur, rijden we om één minuut over
zes het kamp weer binnen. Vorig jaar heeft mijn snelheidsmeter
wel eens op 130 gestaan, en dat was nota bene om de
4x4 van een niet nader bij naam te noemen park-official
bij te kunnen houden. |
|
Dat er nu goede asfaltwegen, duidelijke markeringen, luxe
kampen en enkele miljoenen toeristen per jaar in Kruger Park
te vinden zijn, is het resultaat van een proces dat in 1898
begonnen is toen Paul Kruger, president van het toenmalige
Transvaal, het Sabi wildreservaat tot beschermd gebied verklaarde
in een poging de ongecontroleerde plezierjacht en het verdwijnen
van het wild in het Lowveld tegen te gaan. Dit gebied, tussen
de Olifants en Crocodile rivieren, kwam na afloop van de Boerenoorlog
in 1902 onder bevel van de Brit James Stevenson-Hamilton.
In 1903 kreeg hij tevens de leiding over het nieuwe Shingwedzi
reservaat ten noorden van de Letabarivier. Zijn doel was om
deze twee reservaten met elkaar te verenigen, maar zover was
het nog niet. In 1914 diende hij in de Eerste Wereldoorlog
en tijdens zijn afwezigheid groeide de onenigheid over de
toekomst van het gebied. Jacht was niet langer een belangrijke
bron van inkomsten, de interesse in natuurbehoud werd minder
en er waren serieuze plannen om het gebied voor akkerbouw
te gaan gebruiken. Het onderhoud was namelijk te duur en het
leverde geen inkomsten op.
Stevenson-Hamilton was in de Verenigde Staten ondertussen
behoorlijk onder de indruk geraakt van het potentieel van
een Nationaal Park en na zijn terugkomst wist hij met een
succesvolle lobby campagne het publiek achter zich te krijgen.
In 1926 werden de twee reservaten uiteindelijk verenigd door
toevoeging van het gebied tussen de Letaba en Olifants rivieren
en werd het gehele gebied tot Kruger National Park verklaard.
Bewoners dienden het Park te verlaten en dat leverde Stevenson-Hamilton
de bijnaam "Skukuza", op: "Hij die de zaak
schoonveegt". Skukuza is vandaag de dag de naam van het
grootste kamp in Kruger, de "hoofdstad", waar ook
het parkmanagement is gehuisvest.
De gebieden langs de zuidelijke helft van het Park zijn gedurende
de vorige eeuw omgevormd tot prive-wildreservaten. Alhoewel
het één ecosysteem betreft, zijn in 1993 de
hekken tussen het Kruger en deze reservaten pas neergehaald.
Aan de expansiedrift aan de Zuid-Afrikaanse kant komt voorlopig
nog geen einde; talloze bufferzone projecten liggen nog op
de ontwerptafels en het meest ambitieuze project dat inmiddels
in ontwikkeling is, is het neerhalen van de hekken tussen
Kruger en een aangrenzend nationaal park in Mozambique, waardoor
de oppervlakte bijna verdubbelt. Naar dat gebied zijn we nu
onderweg.
| Brood, boerewors, Castle en Hunters Dry
smaken bijzonder goed op het eind van deze eerste dag.
Het is behoorlijk donker en de hemel is met sterren overgoten.
Tinyiko leert ons wat over Tsonga-astronomie. Daarin hebben
alleen de ochtend- en avondster (Gumbashilalelo en Ngongomela)
een speciale rol, evenals de Plejaden (Shirimelo) die
het oogst-seizoen aankondigen. Petra en Mithaveni gaan
al vroeg slapen. Wij blijven nog lang bij het vuur staan
praten over van alles en nog wat. |
|
Ik denk dat we de laatsten op het kampeerterrein zijn die
uiteindelijk gaan slapen. Als de rest in de gezellige grote
koepeltent ligt en ik op mijn matrasje in de open lucht, kijk
ik recht omhoog naar Shirimelo en vraag me af waar we morgen
in Mozambique de nacht zullen doorbrengen.
26/7
Om vijf uur staat iedereen op en wordt in het donker het
kamp opgebroken. We willen zo vroeg mogelijk Mozambique inrijden
en vanaf Punda Maria is het zeker nog twee uur rijden naar
de Pafuri grenspost. Niet iedereen heeft even goed geslapen.
We zijn gisteren toch iets te lang aan het kletsen geweest.
Vanavond allemaal maar tegelijk naar bed. Het blijkt nog een
behoorlijke klus om de bagage in het donker op precies dezelfde
wijze op de auto te pakken. Gelukkig maken vele handen licht
werk en rijden we na een vroege-ochtend-koffie en misschien
wel de laatste goede douche voorlopig, in de ochtendschemer
het Park in. Na het passeren van de Levubu rivier rijden we
de noordelijke top van het Kruger binnen, ook wel bekend als
de Pafuri driehoek.
Sinds 1998 heet dit deel officieel "het Makuleke deel
van Kruger National Park". Het gebied is in 1969 door
de overheid aan het Kruger Park toegevoegd. Niet alleen vanwege
de vele zeldzame vogels en diverse vegetatie, maar vooral
vanwege de strategische ligging ten opzichte van Rhodesië
(het huidige Zimbabwe) en Mozambique; toentertijd politieke
brandhaarden en slachtoffer van de destabiliseringpolitiek
van het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. De bewoners van
het gebied, de Makuleke stam, zijn in dat jaar met geweld
uit het gebied verwijderd en hergevestigd op een onvruchtbare
strook land buiten het park, niet ver van Peninghotsa.
| In 1994 is de Makuleke gemeenschap gestart
met een slepende juridische procedure om het land van
hun voorouders weer terug te claimen. Met de invoering
van de nieuwe grondwet in 1994 was het voor zwarte gemeenschappen
namelijk mogelijk geworden om land dat op racistische
gronden afgenomen was, terug te vorderen. In 1998 werd,
na veel internationale ondersteuning, een "overeenkomst
van wereldklasse" gesloten tussen het Park en de
gemeenschap. |
|
De Makuleke's werden weer de rechtmatige eigenaar van hun
land, al zou het wel onder dagelijks bestuur van het Kruger
blijven vallen en alleen voor ecologische doeleinden worden
gebruikt. Inmiddels is deze landclaim het parade-paardje van
zowel zwart Zuid Afrika als South African National Parks.
Er worden Toeristenlodges worden gebouwd en af en toe wordt
er een olifant door plezierjagers afge-schoten, wat ook weer
duizenden dollars voor het dorp oplevert. Dit brengt de populatie
niet in gevaar, want er zijn toch teveel olifanten in het
Park. Wat de Makuleke’s waarschijn-lijk het meeste gaat
opleveren is de strategische ligging van hun gebied, precies
op de grens van Zimbabwe, Zuid Afrika en Mozambique. Binnen
het Great Limpopo Transfrontier Park speelt de Pafuri driehoek
een sleutelrol.
Het kon natuurlijk niet uitblijven dat andere gemeenschappen
ook hun eigen landclaims begonnen. De Makuleke's hebben de
trend gezet; het gehele noordelijke deel van Kruger National
Park wordt momenteel door verschillende gemeenschappen terug
geclaimd. De BaPhalaborwa stam is hiermee het verst gevorderd.
Deze claim beslaat het gehele gebied tussen de Letaba en Olifants
rivieren, aanzienlijk groter dan Pafuri. En dan is er Peninghotsa,
het dorp waar Tinyiko vandaan komt. Deze gemeenschap is al
in 1926 uit het Park verwijderd, nadat het officieel werd
gesticht.
Getuigen zijn inmiddels niet meer in leven en het gebied
is nogal versnipperd. Ik vraag me nog steeds af of een dergelijke
claim haalbaar is. Ik hoop het voor ze en heb ze hierin al
geassisteerd. Maar ik zie ook in dat succesvolle landclaims
weer andere problemen veroorzaken. Zo zijn de mensen in de
meeste dorpen nogal jaloers op de Makuleke's en meer van dit
soort claims kunnen de sociale verhoudingen buiten het park
ernstig beïnvloeden. De ene gemeenschap zal het economisch
misschien voor de wind gaan, terwijl een naburig dorp, dat
buiten de claim valt, nog steeds in armoede verkeert.
| We zien zebra's, waterbokken en nog meer
impala's. Nog niet zolang geleden zijn er bosbranden geweest;
de bush smeult nog na en er hangen rookwolken tussen de
"yellow fever trees". We pauzeren bij de Pafuri
picknickplaats, waar op dit vroege tijdstip nog geen toeristen
te vinden zijn. Het is een prachtig bebost, vogelrijk
gebied. Apen rennen paniekerig weg over de picknicktafels
en het ochtendlicht werpt lange schaduwen. Wat me opvalt
is het hoge waterpeil in de Levubu-rivier, een zijtak
van de Limpopo. Als daar ook zoveel water in staat, kan
het nog lastig gaan worden. |
|
Ondertussen maken we de eerste video-opnames en Stranger
legt ons trots uit dat de stenen van de braaifaciliteiten
uit de fabriek komen waar hij ooit werkte. Tinyiko vervolgt
deze informatieve sessie met het tonen van de nog steeds zichtbare
schade van de overstromingen in 2000. Iedereen is in een opgewekte
stemming. Nog een paar kilometer te gaan tot de grens; wat
daarna komt en hoe de omgeving eruit zal zien is nog een groot
vraagteken.
Voordat we bij de grenspost aankomen, die ook al Pafuri heet,
willen we nog naar Crooks Corner rijden. Dit is een open plek
bij de Limpopo rivier en tevens de meest noordoostelijke hoek
van Zuid Afrika, grenzend aan zowel Zimbabwe als Mozambique.
Helaas moeten we deze fotogelegenheid aan ons voorbij laten
gaan. Een forse boom, waarschijnlijk door een olifant neergehaald,
blokkeert de weg ernaar toe.
Het idee om rondom dit drielandenpunt een Transfrontier Park
te creeren is niet nieuw. Generaal Jan Christiaan Smuts kwam
al in 1920 met een concept om een grootse fauna en toeristenroute
door Afrika aan te leggen, dat het Krugerpark met Rhodesië
zou moeten verbinden. Een ander plan dateert uit 1938, toen
ecoloog Gomes de Sousa opperde dat het Mozambikaanse koloniale
bestuur met de buurlanden zou moeten onderhandelen over een
grensoverschrijdend park. In een artikel dat in 1973 verscheen,
werd zelfs voorgesteld om Gonarezhou National Park in Zimbabwe,
Coutada 16 in Mozambique en het Kruger National Park te koppelen
aan het St. Lucia Game Reserve via de Lebombo bergen, het
Maputo Elephant Reserve en de Tembe Elephant, Ndumu en Mkuze
wildreservaten.
In 1986 kwam het idee opnieuw ter sprake toen Anton Rupert,
een steenrijke Zuid-Afrikaanse tabaksmagnaat, een stichting
oprichtte en de Mozambikaanse overheid een zogenaamd Peace
Park voorstel onder de neus schoof, waarin de ontwikkeling
van grensoverschrijdende natuurgebieden centraal stond. Rupert,
bevriend met prins Bernhard en andere invloedrijke natuurbeschermers,
en met een belangrijke positie binnen de Afrikaner zakenelite,
lanceerde in 1997 de Peace Parks Foundation (PPF) met als
belangrijkste doel het werven van fondsen voor de ontwikkeling
van Transfrontier Conservation Areas, of TFCA's, in Zuidelijk
Afrika.
Het land tussen de Limpopo en de Olifants rivier in Mozambique,
grenzend aan de oostgrens van het Krugerpark, maakte al vanaf
het begin deel uit van het Peace Parks plan. Het gaat om een
gebied van anderhalf miljoen hectare, bestaande uit jachtconcessies,
wildernis en gemeenschapsgronden, dat een perfecte aanvulling
op het bestaande Park zou zijn, al was het alleen maar als
oplossing voor het overschot aan olifanten in Kruger. Gezamenlijk
zou deze TFCA ruim 4 miljoen hectare moeten beslaan, en is
daarmee Afrika's grootste internationale megareservaat. Het
gebied dat een tijdlang bekend stond als Gaza-Kruger-Gonarezhou,
werd in 2000 omgedoopt tot Great Limpopo Transfrontier Park
(GLTP).
Een opmerkelijk besluit, omdat een Transfrontier Park een
totaal ander concept is dan een Transfrontier Conservation
Area waar eerder nog sprake van was. Het verschil is namelijk
dat een Park alleen uit beschermde gebieden bestaat en voor
mensen geen plaats is weggelegd. In een Conservation Area
zijn ook andere vormen van - duurzaam - landgebruik gepland.
Naast de ecologische doelstellingen van het GLTP wees de PPF
op stabiliteit in grensgebieden, de mogelijkheden voor economische
groei en werkgelegenheid en het ontwikkelen van grensoverschrijdend
ecotoerisme.
verder
naar "Langs de Limpopo" deel
3
|