Zuid Afrika, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Mozambique

Langs de Limpopo

Zuid-Afrika reisverhaal: verslag van een reis door Zuid-Afrika met veel informatie en foto's

 

(tekst en foto's: Harold Kolkman)

deel 1/8

Dit is een verslag van een reis die ik in juli 2004 maakte door het Great Limpopo Transfrontier Park op de grens van Zuid Afrika en Mozambique. Een reis die ik niet alleen maakte, maar samen met bijzondere vrienden uit zowel Zuid Afrika als Nederland, op zoek naar hun roots en het Afrika achter de schermen. Een reis waarin niet dieren, maar mensen centraal stonden. Een reis die me uiteindelijk een nieuwe kijk gaf op de toekomst van Afrika's meest ambitieuze wildparkproject ooit. Mijn dank gaat uit naar Stranger, Tinyiko, Mithaveni, Petra, Mariska en alle mensen die we onderweg naar Xai Xai hebben ontmoet.


Vutomi i nambu || Het leven is als een rivier

[proloog: limpopo]

21-24/7

Het toestel van London naar Johannesburg had natuurlijk de Vulindlela kunnen heten, of Kempton Park, Ebhayi, Bloem-fontein of Durban. Maar van de zeven Boeing 747-400's waar South African Airways mee vliegt was het uitgerekend de Limpopo - of ZS-SBK voor fanatieke vliegtuigspotters - die me op 21 juli naar Zuid Afrika vloog. Een symbolische start. De naam van het vliegtuig, maar vooral die van de gelijknamige rivier, zou de rode draad zijn van deze reis. Eigenlijk heeft "Limpopo" sinds 2000 een rol gespeeld in mijn activiteiten op het Zuidelijk halfrond. Het is na de Zambezi de belangrijkste rivier in zuidelijk Afrika, en vormt een 1600 kilometer lange levensader langs de droge grensregio's van Botswana, Zuid Afrika, Zimbabwe en Mozambique. In de winter droog, soms rustig voortkabbelend, soms ruig en dodelijk zoals in 2000, het jaar van de grote overstromingen.

De rivier markeert de meest noordelijke grens van Zuid Afrika en de voormalige Northern Province, in 2002 omgedoopt tot Limpopo Province. Hier vond vier jaar geleden mijn eerste kennis-making met Afrika plaats toen ik onderzoek deed naar de mogelijkheden voor eco-toerisme in een aantal lokale gemeenschappen rondom Baleni, een mineraalbron bij de Klein Letaba rivier, niet ver van het beroemde Kruger National Park. Het was ook mijn eerste kennismaking met de Tsonga cultuur, die in het gebied rondom Kruger dominant is.

In 2003 keerde ik voor een half jaar terug om een verhaal te schrijven over dit gigantische wildpark. Dit was mogelijk door het winnen van de scriptieprijs van het NiZA, het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika. Het verhaal zou niet zozeer over de dieren gaan, maar over de mensen die nog steeds in relatief armoedige omstandigheden langs de grens van het park wonen. Een ambitieus plan, aangezien het om een gebied met 6 miljoen inwoners gaat. En dan heb ik het alleen nog maar over de Zuid-Afrikaanse kant van het park, waarvan de oostzijde aan Mozambique grenst.

Al vrij snel na mijn aankomst kwam ik terecht in Peninghotsa, een dorp waarvan de bewoners een belangrijke historische relatie hebben met het park. Een aantal bijzondere bezoeken met ouderen uit het dorp op zoek naar heilige plaatsen en graven in het Kruger, waar hun voorouders in 1926 zijn verjaagd, heeft mijn beeld van Zuid Afrika's grootste toeristentrekker voor altijd veranderd. Ik hoop dat mijn werk daar een bijdrage heeft geleverd in het proces om hun land in het Park terug te claimen.

Kruger is sinds 2002 geen op zichzelf staand beschermd natuurgebied meer, maar maakt nu deel uit van het Great Limpopo Transfrontier Park. Dit ruim vier miljoen hectare tellende grensoverschrijdende wildpark, dat het Kruger met Gonarezhou in Zimbabwe en Limpopo National Park in Mozambique verbind, had centraal moeten staan in mijn verhaal, maar vanwege tijdgebrek is het alleen bij een uitstapje naar Maputo gebleven; de gemeenschappen aan de Mozambikaanse kant heb ik nooit bezocht. Dat het uiteindelijk een diepgaande en behoorlijk gedetailleerde studie van de Zuid-Afrikaanse kant van het verhaal is geworden, was aan de ene kant interessant en bevredigend genoeg, maar liet toch een onvolledig gevoel achter. Om de een of andere reden heeft Mozambique toch een bijzondere aantrekkingskracht.

Plannen om dit jaar een rondreis door Namibië en Botswana te maken, heb ik in overleg met Mariska, mijn reisgenoot, overboord gezet toen Mozambique weer door mijn hoofd begon te spelen. Langzaam ontstond het idee om alsnog langs de Limpopo Mozambique in te reizen, samen met een aantal bijzondere mensen die ik eerder in Zuid Afrika heb leren kennen. De route loopt van het Pafuri drielandenpunt in het uiterste noorden van het Kruger National Park via de Limpopo rivier langs het nieuwe Parque Nacional do Limpopo naar Xai Xai, de hoofdstad van de Gaza Province, waar de Limpopo in de Indische Oceaan uitmondt. Het zou voor mijn Tsonga-vrienden een ideale gelegenheid zijn om op zoek te gaan naar hun "roots". Gaza is namelijk de bakermat van de Tsonga/Shangaan cultuur, die zich vanuit het zuiden van Mozambique in Zuid Afrika en Zimbabwe heeft verspreid. Zelf hoop ik het verhaal af te kunnen maken waar ik vorig jaar aan begonnen ben, voorzover dat ooit mogelijk is in zo'n groot gebied, waar zoveel gebeurt.

Ndzi tshwile hi ndlela! || Eindelijk op weg!

[kruger national park: het team en de pafuri driehoek]

De eerste dagen waren hectisch. Na een vrijwel onopvallende landing in Johannesburg zijn we dezelfde dag nog met de bus naar het hoge noorden gereisd. Ik herinner me het thuisgevoel dat plotseling kwam opzetten in Magoebaskloof, waar het hoogveld in het laagveld overgaat. In Tzaneen stond Petra ons op te wachten. Een hartelijk weerzien. Ik heb twee keer gedurende een half jaar haar huis als uitvalsbasis gebruikt en in die tijd is er een bijzondere vriendschap ontstaan. We zitten zowel beroepsmatig als spiritueel op dezelfde golflengte. Jaren werkte ze als een van de weinige blanke Zuid-Afrikanen in Giyani voor het departe-ment van kunst en cultuur. Tegenwoordig is ze curator van het Tsongakraal Open Air Museum, dat gevestigd is in het Hans Merensky Natuurreservaat, ergens halver-wege Tzaneen en Giyani. Dat voelt inmiddels als een tweede thuis; alsof ik daar gisteren pas vertrokken ben. In werkelijkheid zaten er 11 maanden tussen, maar die doen er niet toe; grotendeels verloren tijd vol sleur en geestdodend, maar helaas broodnodig kantoorwerk. Geweldig om iedereen weer terug te zien.

Vrijwel meteen na aankomst zijn we aan het voorbereiden geslagen voor de reis naar Mozambique. De nodige proviand moest ingeslagen en over de route bestaan nog een aantal onduidelijkheden. Gelukkig heeft Petra in de week voor onze komst alvast de paspoorten en visa's voor het buurland geregeld. Dat heeft haar en een deel van onze reisgenoten een leuk tochtje naar het Mozambikaanse consulaat in Nelspruit opgeleverd. Ook over het transport hoeven we ons niet al teveel zorgen te maken, nog niet tenminste. Haar tweewiel aangedreven Isuzu bakkie zal als vervoermiddel dienen voor ons team dat inmiddels uit zes personen bestaat.

Naast Mariska, Petra en ik, zullen Mithaveni, Stranger en Tinyiko deelnemen aan de trip. Mithaveni werkt al 20 jaar in het Tsongakraal Museum en ze is een van de drijvende krachten achter de totale renovatie van het afgelopen jaar. Aardig, bescheiden, zorgzaam en een grandioos gevoel voor humor. Ik mag haar erg graag. Stranger Holeni zullen we op de heenweg in Giyani oppikken. Met hem werkte ik in 2000 veel samen toen ik onderzoek deed naar de Baleni mineraalbron en een manier om zijn dorp Vuhehli bij de ontwikkelingen te betrekken. Een echte family-man, met helaas de nodige problemen om rond te komen. Van 1974 tot 1994 werkte hij bij een baksteenfabriek; sindsdien is hij werkloos. De trieste werkelijkheid voor veel Zuid-Afrikanen na het verdwijnen van het oude bewind, met name in de voormalige thuislanden die economisch ver zijn achtergebleven bij de rest van het land. Als politie-reservist wordt hij af en toe opgeroepen en momenteel werkt hij tijdelijk als voorman bij de renovatie van de weg naar zijn dorp. Pogingen van Petra om voor hem een permanente baan in het museum te regelen, zijn tot nu toe nog niet succesvol geweest. Ze loopt telkens tegen de hoge bureaucratische muren op. Hopelijk is het bezoek aan Mozambique een middel om even uit zijn situatie weg te vluchten. En dan Tinyiko; hem zal ik in Malamulele weer zien, op weg naar het Kruger Park. Hij woont in Peninghotsa, het dorp waar ik vorig jaar minstens vier dagen per week was in verband met de landclaim in het Park. Hij is voor mij de verpersoonlijking van de nieuwe generatie zwarte jongeren die, ondanks alle problemen, de toekomst positief tegemoet ziet. Zijn humor, enthousiasme en zelfbedachte raps zijn het hele afgelopen jaar in mijn hoofd blijven hangen. Tenslotte Mariska, goede vriendin en toffe reisgenoot. We delen dezelfde passie voor Afrika en met haar achtergrond als sociaal werker en interesse in alles wat menselijk is, vullen we elkaar perfect aan. Dat bleek ook vorig jaar toen we vijf weken lang op redelijk spectaculaire wijze door Kenya en Uganda reisden. Ik ben benieuwd hoe ze dit deel van het continent gaat ervaren.

25/7

Het is de dag van vertrek en iedereen is al vroeg op om de Isuzu in- en op te pakken. We moeten de beschikbare ruimte zo praktisch mogelijk gebruiken, want we zijn met zes personen en de nodige proviand, slaapzakken en alles wat verder nodig is op zo'n expeditie moeten mee. En er moet nog ruimte over zijn voor Stranger en Tinyiko, die in Giyani en Malamulele zullen instappen. Gisteravond hebben we nog haastig een lijst in elkaar gedraaid. Een matras achterin de laadbak blijkt het comfort stukken te verhogen en dankzij een groot stuk zeil en touw kan er nog behoorlijk wat op het dak worden vervoerd. Tegen het middaguur nemen we afscheid van Johannes, de partner van Mithaveni, Samuel, Solly en Roger, medewerker van het museum en van Pasta, Petra's hond, die zoals gebruikelijk in dit soort situaties zwaar depressief op het oprit zit te kijken.

Over de te rijden route bestaat nog steeds onduidelijkheid. We hebben ongeveer een week om via Mozambique de Indische Oceaan te bereiken. We zullen het land inrijden via een nogal ongebruikelijke grensovergang, Pafuri, in het uiterste noorden van het Kruger Park. In welke staat de weg daarna verkeert is voor iedereen een raadsel. De schaarse informatie spreekt over 4x4 gebied, maar in het droge seizoen moet het ook voor gewone auto's te berijden zijn. Halverwege bij Mapai willen we de Limpopo gaan oversteken, maar dat kan alleen als er weinig of geen water in de rivier staat. In april zijn er nog regens geweest, dus het kan best zijn dat dit een probleem gaat worden. Een alternatieve route naar het zuiden is ons nog niet bekend. We besluiten het er maar gewoon op te wagen. In Afrika doe je gewoon niet zo moeilijk over dat soort dingen; gewoon kijken waar het schip strandt. En als het gestrand is, is er altijd wel ergens hulp te krijgen.

Mithaveni, gekleed in een prachtig karakteristiek Tsonga-gewaad, zit naast Petra voorin. We besluiten dat zij de rol van ambassadrice voor het Tsongakraal verdient. Mariska en ik liggen lui achter in de bak. Eindelijk op weg! Na een paar kilometer stoppen we nog even langs de weg om een kudde nijlpaarden te bekijken die zich in een lokaal meertje uitstekend vermaken. De eerstvolgende plek waar we weer wilde dieren zullen zien, zal ongetwijfeld het Kruger Park zijn.

Giyani, veertig kilometer verderop, is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd. De voormalige hoofdstad van het GazaNkulu thuisland ademt nog steeds de sfeer uit van een drukke, rumoerige en vooral stoffige provinciale locatie Er zijn weliswaar wat nieuwe winkelcentra gebouwd, de wegen zijn verbeterd en er rijden aanzienlijk meer lease-auto's rond; maar een toeristische trekpleister zal het waarschijnlijk nooit worden. Interessant wordt het pas in de vele dorpen die om het stadje heen liggen. De hobbelige zandwegen leiden je rechtstreeks naar het Afrika, dat veel westerlingen graag zien. Traditioneel gebouwde ronde woningen, kleurrijk beschilderd en bedekt met rieten daken; koeien, ezels en kippen op de weg en overal spelende kinderen die nieuwsgierig opkijken en vervolgens enthousiast beginnen te roepen en te zwaaien als ze een blanke over de weg zien rijden. Pittoreske tafereeltjes; elk moment een foto waard. Zelf kijk ik daar inmiddels doorheen, maar ik ben nog steeds geboeid door de lokale cultuur, typische normen, waarden en gebruiken, de traditionele gemeenschapsstructuren en boven alles de hartelijkheid en vreedzaamheid van de Tsonga's. Ik hoop dat de situatie in deze achtergebleven uithoek van Zuid Afrika de komende jaren aanzienlijk zal verbeteren, vooral met het Kruger National Park zo dicht bij en alle ontwikkelingen die daar momenteel plaats vinden. Maar ergens ben ik bang dat de verwachtingen van de mensen hier wat te hoog zijn. Stranger staat bij het Caltex tankstation te wachten; ik herken hem als eerste in de hectische menigte.

Tof om hem na een jaar weer terug te zien. Hij springt bij ons achterin en al snel halen we herinneringen op aan 2000, toen ik als redelijk jong groentje Afrika probeerde te snappen en we regelmatig in hachelijke situaties zaten; het was toch een behoorlijk politiek wespennest waar ik onderzoek naar deed, en zonder Stranger's hulp was het zeker niet zo succesvol verlopen. Nooit zal ik vergeten hoe hij in een dorpsbijeenkomst naar voren stapte toen ik de gemeenschap vroeg om een invloedrijke contactpersoon.

Dat verzoek kwam nadat ik bijna gelyncht was door een groep furieuze veeboeren, die me als een bedreiging zagen en me vergeleken met Jan van Riebeeck, de VOC-kapitein die in 1652 voet op de Kaap zette en daarmee het blanke bewind naar Zuid Afrika bracht. Apartheid is nog lang niet verdwenen in dit land en situaties als deze, waarin bruggen gebouwd moeten worden, zijn nog steeds aan de orde van de dag. We lachen er vrolijk om. Ik ben dit land de afgelopen jaren wat beter gaan begrijpen, maar helemaal lukken zal het wel nooit. Daar is Zuid Afrika te veelzijdig en te turbulent voor; en juist dat trekt me zo aan.

verder naar "Langs de Limpopo" deel 2

 

 

     

 

 

 

 

 



 



 

Google