|
Mali,
informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's, Afrika
MALI-reis 2004
(tekst en foto's: Dick te Voortwis)
deel 2: Sévaré- Mopti - Dogon
(tekst en foto's: Dick te Voortwis)
Donderdag
8 jan.
In Sévaré overnachten
we in het waarschijnlijk beste hotel in de omgeving
van Mopti, waar zelfs een behoorlijk aantal, zeer jonge,
publieke vrouwen klandizie probeert te trekken! Wat
bij ons ondenkbaar is in een gerenommeerd hotel hoort
hier min of meer bij de cultuur! |
|
Onder ons gezegd: het schijnt zelfs zo
te zijn dat één van onze groepsgenoten
zijn nieuwsgierigheid niet heeft weten te bedwingen
en gezwicht is voor de charmes van één
van de soms nog wel zéér jongedames!!!
Verder is het bier er koel, het eten behoorlijk en de
kamers lang niet slecht!
We krijgen vandaag een aantal gidsen die ons in kleine
groepjes door de stad loodsen. Mopti is een oude stad
aan de samenloop van de Niger en de Bani. Het is oorspronkelijk
een Bozo-dorp (=vissersvolk) dat pas in de franse tijd
deze vorm kreeg en belangrijk werd als havenstad in
de Nigerdelta.
Markant is de Grote Moskee, heel karakteristiek van
leem; helaas is het bovenste deel tegenwoordig bepleisterd
met cement: het oogt niet echt! |
|
Het is er heel bedrijvig, op drie plaatsen markt, veel visaanvoer,
een traditionele scheepswerf voor pinasses en piroques: tot
en met de spijkers worden er zelf gesmeed! Er wordt hier wel
iets anders gedacht over Osama bin Laden: een enkele keer
zien we 'n T-shirt met z'n afbeelding! In bar Bozo hebben
we een mooi uitzicht over de rivier en alle bedrijvigheid:
de netten worden vanaf de piroques uitgegooid, meteen ingehaald
en dan blijkt de Bani een visrijke rivier te zijn: iedere
keer komt er wel een tien, vijftien kilo vis naarboven!
 Brandhout en ledikanten
|
Vismarkt
|
Er worden rammen gewassen in de rivier die voor de rituele
slacht verkocht zullen worden. Alleen flinke, gezonde rammen
(met grote hoorns) worden voor een goede prijs verhandeld.
's Avonds eten we in het hotel en maken daar kennis met Ismaïl,
onze gids tijdens de Dogontrek. Hij verhaalt ons nu al van
het ontstaan van het volk van de Dogon:
Ongeveer 700 jaar geleden verlieten 150 mensen hun
broeders in de omgeving van Bamako. Ze wilden hun voorouders
meenemen en groeven hun gebeente dus uit: in één
graf werd echter een slang gevonden die ook werd meegenomen
in de zak. De slang wordt nu nog steeds als heilig beschouwd
door de Dogon. Ook leem voor hun fetisj (amuletten) namen
ze mee in zakken. Tot op de dag van vandaag wordt van een
versleten fetisj een kleine hoeveelheid leem afgenomen om
zo als basis te dienen voor de nieuwe fetisj zodat de geest
ervan steeds mee overgaat! Het volk dat er woonde, de Tellem,
vertrok na waarschijnlijk enige aandrang. Ook de verschillende
levenswijzen pasten niet goed bij elkaar en hebben daar
misschien toe bijgedragen: de Tellem waren (extensieve)
verzamelaars en de Dogon (intensieve) akkerbouwers.
Morgen gaan we die richting op en zullen we het allemaal
zien.
Vrijdag 9 jan.
Via een markt in het stadje Bandiagara dalen
we een van de weinige wegen langs de falaise af naar Bankass,
in de Dogonvallei. In de namiddag maken we een wandeling naar
een naburig traditioneel Dogondorp. Ismaïl legt ons uitgebreid
het één en ander uit, bijv. over het werk van
de vrouw:
- 5.00 u opstaan
- waterputten (22 á 24 mdiep!)
- hout halen en vuur maken
- eten verzorgen
- spinnen
- graan malen
- herhalingen tot een uur of negen waarna er nog even
tijd voor wat privé is!
En dan de mannen, wat resten die dan nog? Wel dat is eigenlijk
niet zoveel anders dan de rolverdeling bij ons: de Dogon zijn
landbouwers en hun werk bestaat dan ook uit zaaien en oogsten,
bouw en onderhoud van de lemen gebouwen, het weven en timmerwerk,
hoewel deze laatste twee weer alleen door bepaalde kasten
gedaan worden. Zo is er ook de kaste van ijzersmeden die zeer
hoog in aanzien staat. Ook de zonen worden hier ijzersmid,
daarover bestaat geen discussie!
Men leeft er in grote families van 30 tot 50 mensen! Het
hele dorp bestaat weer uit 4 van deze gróótfamilies.
Ook zien we de mannen in de "togona", 'n laag bouwwerk
met 'n heel dikke laag stro erboven. Het is zo laag dat men
er niet onder kan staan en dus ook tijdens felle discussies
toch rustig moet blijven zitten!
Het is 'n heel interessante kennismaking met de Dogon waar
we de komende dagen langs zullen trekken. 's Avonds krijgen
we onder het eten een uiteenzetting van Ismaïl over het
gemeenschapsleven van de Dogon.
Hoewel het nu streng verboden is in Mali worden toch
de meisjes nog vaak besneden door de clitoris te verwijderen.
Deze rite vindt plaats als ze acht jaar zijn met de hele
groep achtjarigen. Na deze gebeurtenis worden ze 45 dagen
afgezonderd waarbij ze voorlichting krijgen over het vrouwzijn,
hoe zich te gedragen in het huwelijk enz. De huwelijkspartner
is meestal al vanaf vlak na de geboorte bekend wanneer de
ouders het huwelijk al hebben besproken!
Ook de jongens ondergaan een dergelijk initialisatieritueel:
op tienjarige leeftijd vindt de besnijdenis plaats met daarna
ook een afzondering van 45 dagen om ze naar de volwassenheid
te begeleiden. We hebben deze jongens onderweg gezien in grauwe
kleding, met ratels, zingend om zodoende wat geld voor eten
op te halen. Zo, over enkele avonden gedoseerd kom je toch
heel wat te weten over het leven van de Dogon!
Zaterdag 10 jan.
Op weg naar Teli, een dorp aan de voet van de falaise van
Bandiagara. Oorspronkelijk lag dit dorp hoger tegen en in
de rotswand: 'n schitterende aanblik. Daarboven liggen nog
weer de woningen, voorraadschuurtjes, graven van de Tellem,
de voorgangers van de Dogon. Deze bouwsels werden ook weer
door de Dogon als grafkamers gebruikt. We klauteren naar boven
en kijken met verwondering naar de lemen bouwsels op de richels
van de zandstenen wand.
We vragen ons af hoe deze Tellem die hoge bouwlagen toch
hebben kunnen bereiken: het antwoord van Ismaïl is van
een verbluffende eenvoud:
magie: in de handen spuwen, 'n spreuk en ze klommen vederlicht
naar boven! Andere mogelijkheden waren: langs touwen van beneden
af klimmen of met touwen van boven laten zakken; het blijft
mysterieus!
De Dogon verschansten zich in de rotswand om de Islamiseringdrift
te keren wat in eerste instantie wel lukte maar langzamerhand
is toch ook de Islam binnengedrongen en hier in Ende zien
we ook naast een lemen moskee een wat modernere kerk staan.
Echter het leven van de Dogon bestaat uit een mix van de nieuwe
religies met de oude riten en de magische krachten. Om 12
uur zijn we na een wandeling van een uur in Ende in het campement
aangekomen voor de middagmaaltijd en rust tot half vier.
Na de rust maken we een korte wandeling naar een naburig
dorpje waar één van de laatste hogons is te
vinden. Deze traditionele leider woont in z'n "paleis"
tegen de falaise en zal nooit meer naar beneden komen, want:
het begrafenisritueel heeft voor hem al plaatsgevonden en
dus eigenlijk dood! Ook wij klimmen naar boven om te zien
of hij ons wil ontvangen.
Ismaïl is een neef van hem en ze zijn blijkbaar blij
elkaar te zien. We krijgen toestemming om hem te naderen maar
aanraken noch aanspreken is er niet bij! Ismaïl geeft
een explicatie hoe deze man gekozen wordt door de raad der
wijzen en dat dit later op een donkere nacht, wanneer niemand
naar buiten mag, door een slang wordt bevestigd door naar
de deur van de bewuste man te kruipen! Ismaïl echter,
verklapt dit magische geheim enigszins door te verklaren dat
dit politiek is en dat één van de wijzen 's
nachts met een stok op pad gaat!
De Hogon demonstreert intussen hoe je met een stuk ijzer,
vuursteen en katoen een pijp aansteekt waarbij z'n kleed bijna
in de hens gaat! Daarna bedankt hij ons voor de komst, wenst
ons 'n behouden afdaling en dat God ons zal behoeden. En inderdaad:
we komen weer heelhuids onder aan de falaise!
Zondag 11 jan.
'n Oom van Ismaïl heeft ook bijen, had ik van hem vernomen.
Ik heb dus de keus vanmorgen: 'n schooltje bezoeken óf
naar de imker: de keus is logisch voor mij: om 7.00 u naar
de bijen! Oom Ibraïm blijkt acht korven te hebben en
we gaan naar een boom met twee stuks waarvan er één
leeg is. Hij zal deze voor de gelegenheid laten zakken. Ibraïm
klimt als een aap de boom in, doet een schietgebedje wanneer
hij de bevolkte korf passeert en maakt daarna de andere los
en laat hem aan 'n touw zakken.
| Hij legt uit hoe een volk wordt behandeld:
met rook worden de bijen in toom gehouden en dan wordt
de achterdeksel afgenomen om de honing uit te snijden.
Deze korf is leeg, zal worden gerepareerd en vóór
gebruik wordt er een mengsel van kruidenrook ingeblazen;
de korf moet nl. voor de bijen aangenaam ruiken om 'n
zwerm te lokken want zoals overal in Afrika is dit de
bedrijfsmethode: men laat de volken zwermen en men vertrouwt
erop dat deze weer in een korf vliegt. Na de explicatie
neemt Oom Ibraïm de korf op de schouder mee naar
huis ter reparatie en om hem weer in te roken. |
|
Wanneer ik dan weer richting campement loop is er een feest
aan de gang. Onze kok komt nl. uit dit dorp en het toeval
wil dat zijn vrouw enkele dagen geleden bevallen is van een
dochter! Vanmorgen wordt de naamgevingsplechtigheid gevierd;
de plechtigheid zelf heb ik dan wel gemist maar ik zie nog
net dat een schaap geslacht wordt voor het feest en dat Bernadette
een enveloppe met onze bijdrage overhandigt. Het kind mag
dan ook een wel super-Nederlandse naam krijegen: het gaat
heten: Fatima Amalia! Ook gisteravond schijnt al tot in de
kleine uurtjes gefeest te zijn en dat zal nog een paar dagen
voortduren!
Dan bezoeken we de school en vallen van de ene verbazing
in de andere: met zes leerkrachten worden 592 kinderen onderwezen:
één deel krijgt 's morgens drieëneenhalf
uur les en het andere 's middags. De meegebrachte pennen,
schriften e.d. zijn dan ook van harte welkom. We krijgen uitleg
van het systeem door de directeur. Een Vraag is: "Verstaan
de leerlingen de lessen wel in het Frans?" Antwoord:
"Nee, maar dat proberen we ze te leren!" Het personeel
spreekt vanaf het prille begin alléén Frans
tegen de kinderen die over het algemeen thuis alléén
de locale Dogontaal gebruiken: 'n zelfde verschil als Nederlands
contra Chinees!
verder
naar Mali-reis 2004 deel 3 |