Madagascar, Madagaskar, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, tips, advies, info, foto's, Afrika

Madagascar: een vergeten wereld

(Tekst en foto's: Dylan Lossie)

deel 2/6

Verwoestende Cycloon

23 april 2004

Na een opvallend goede nachtrust in de te krappe tent waar mijn voeten zo'n 20 centimeter uit staken en een ontbijt met sterke koffie, zitten we tegen 8 uur weer bepakt en bezakt in de pirogue om ons avontuur voort te zetten.

Het landschap is op slag veranderd; de kale heuvels hebben plaats gemaakt voor stukken weelderige begroeing. Nu doorkruizen we het domein van de lemuren, de inheemse mangoesten en de mysterieuse vleeseter Fossa.


dorpje in het oerwoud

De verwoestende uitwerking van de cycloon wordt hier steeds duidelijker zichtbaar. Overal langs de oevers liggen bomen als geknakte luciferhoutjes tegen de vlakte gesmeten. De omgevig wordt ruiger en begint meer en meer te voldoen aan het beeld dat hadden van Madagascar.

We meren aan aan bij een oever van wit zand omzoomd met dichte wouden en we lopen naar een piepklein dorpje met vijf palmbladeren hutjes. Rija vertelt ons dat deze mensen hun hele hebben en houden hebben verloren na de storm. Hij brengt ze daarom eten, een flinke zak Casava. Er zijn drie kleine kinderen bezig met het malen van iets wat lijkt op graan. De ouders zijn nergens te bekennen, zij zijn waarschijnlijk in de bossen of langs de oevers op zoek naar voedsel. We geven de kinderen wat speelgoed zoals een strandbal en een voorraadje uit Nederland meegenomen kinderkleding. Ze trekken het gauw aan zien er piekfijn uit en zijn trots als een pauw op hun nieuwe outfit.

Terug bij de rvier zien we een man die een krokodil vasthoudt aan zijn staart, die hij zojuist heeft gevangen en gedood. Ik zie ook de leeg gegeten schil van een schildpad in het zand liggen. Heel triest allemaal, maar ook wel begrijpelijk; zeker wanneer je in een gebied leeft dat alleen per boot bereikbaar is en pas door een cycloon is getroffen. Hier telt maar één ding; overleven. Een bedreigd diersoort is wel het laatste waar je je dan druk om maakt.

We verlaten de mensen en slaan af naar de 'gorge'. Nu zijn we echt in de jungle beland. Links en rechts niets anders dan ondoordringbaar oerwoud. We komen uren niets of niemand tegen. Dan zie ik ze ineens; Sifaka's! De lemuren slingeren acrobatisch door de bomen langs de oevers en houden af en toe halt om ons nieuwsgierig te begluren. Ze zijn gemakkelijk te zien met hun witte vacht; ze hebben geen natuurlijke vijanden en dus ook geen schutkleur nodig.

We zakken verder af in de spectaculaire kloof en Rija ontdekt een troep bruine lemuren. We meren gauw aan en klauteren het dichte woud in om de zeldzame beesten van dichtbij te bekijken. De oevers liggen bezaaid met versteende schelpen; blijkbaar is dit lang geleden een oceaan geweest. De lemuren jacht vereist een behoorlijke inspanning. De zon schijnt genadeloos en het zweet gutst in stralen langs mijn gezicht. Ik schat de luchtvochtigheid hier op 100%.

Tegen de middag bereiken we de plek waar we zullen lunchen. Hier komt een blauw beekje uit het bos wat we stroomopwaarts volgen tot we een prachtige waterval bereikten. Dankbaar plonsen we in het heerlijk verkoelende water. Rija heeft zeep meegebracht en zodoende kunnen we ons eindelijk wassen. Na heerlijk langdurig badderen worden we geroepen; het eten is klaar. Beneden staat een zeiltje al gedekt met een grote pan smaakvolle pasta. Wat hebben we het toch goed als toerist!

zwemmen!

We vervolgen onze weg in de kano en vergapen ons urenlang aan de weelderige natuur. Tegen zessen, wanneer de zon al onder is, is het tijd ons kamp op te slaan. Deze plek is groener dan die van gisteren, in de verte horen we de roep van lemuren echoeën. Plots klinkt er een gesmoorde doodskreet van achter een heuveltje; mr Langa heeft de kippen eindelijk uit hun lijden verlost. Zo zitten we wat later aan de kip met patat. Tot mijn teleurstelling smaken ze pezig en taai. Zo'n lijdensweg, en dan maar half opgegeten worden: een ondankbaar lot voor de arme kippen.

Zebu's en Baobabs

24 april 2004

Zodra de zon opkomt kruipen we de tent uit. Een stuk of twintig kinderen zitten ons in een lange rij zwijgend te bekijken. Ik vraag me af hoe lang ze daar al zitten. Een van hen heeft een bruine lemuur aan een touwtje op zijn schouder. Zielig natuurlijk en ik probeer het tafereel te negeren, maar ik kan de verleiding niet weerstaan en al gauw vind ik het beest op mijn hoofd waar het enthousiast met zijn ruwe tong aan mijn nek begint te likken waarbij het allerlei kreetjes uitslaat. Zou het de muggenmelk zijn die hij lekker vindt?

Kijken naar de Vazaha's

Rija vertelt ons dat de mensen hier normaal gesproken voldoende te eten hebben maar dat ook zij veel kwijtgeraakt zijn door de cycloon. Nu hebben ze het dus moeilijk. Rija geeft ze daarom het eten van de vorige dag (de kip, toch nog goed besteed) en een aantal stokbroden. Wij hebben nog een pak crackers. Ik heb mijn arm nog niet uitgestoken of het pak verdwijnt in een joelende meute van kinderen. Als de stofwolk is opgetrokken zijn de crackers verdwenen en liggen de kinderen buitelings overelkaar heen op de grond. We besluiten het nu wat beter te organiseren en laten de kinderen netjes opstellen in een rij van twintig. Ze houden hun handen op en ik geef ze één voor één een pepermuntje. Zoiets hebben ze natuurlijk nog nooit geproefd; ze kauwen er onwennig op. Maar zo te zien is het wel erg lekker.

Tegen 8 uur beginnen we aan ons laatste deel van de riviertocht, nog zo’n vijf uur stroomafwaarts. Er is weinig te zien dus zwaaien we naar de mensen langs de oevers die allemaal enthousiast terug zwaaien. Rija vermaakt ons met verhalen. Hij vertelt over een paar jongens die ooit van Madagascar naar Jamaica wilden varen in een pirogue vol marihuana, 13.000 kilometer verderop, om de begrafenis van Bob Marley bij te wonen. Al rokend werden ze na 10 kilometer al door de politie opgepakt.

oevers van de Tsiribihina

In deze streek is het fady is om kippen aan boord te hebben. Het brengt ongeluk en de boot zal zinken. Gelukkig zijn onze kippen al opgegeten!

De natuur verandert langzaam aan en wordt weer wat spectaculairder. Links en recht steile kliffen begroeid met oerwoud, maar het er ziet er toch anders uit dan voorheen. Na nog wat uren roeien komen we eindelijk aan waar we moeten zijn.

Terwijl Rija onze lunch bereidt nemen wij afscheid van mr. Langa, die werkelijk kei- en keihard had gewerkt de afgelopen dagen en nu aan zijn 14-daagse terugtocht moet beginnen. We stoppen hem wat geld toe en schudden zijn hand. Hij kan het geld vast goed gebruiken, want hij heeft tien kinderen om te onderhouden.

We zien een fel groen gekleurde kameleon (eindelijk!) en in de schaduw van een boom nuttigen we onze lunch. Het is weer een drukte van belang om ons heen. Ook nu zijn we weer een bezienswaardigheid. We nemen een paar happen van ons eten en geven het dan aan de kinderen. Ze eten het met blije gezichten in no-time op. De vette pasta moet een welkome afwisseling op de eeuwige rijst zijn geweest.

Onze tocht gaat verder per Zebu-kar. Die stond bij aankomst al gereed maar het inladen duurt nogal. We besluiten daarom vast vooruit te lopen. Ver komen we echter niet; na vijf minuten lopen verandert het pad in een rivier. We wachten daarom maar op de kar, en die verschijnt na een paar minuten. Het is een houten wagen voorgetrokken door twee zebu's, voorzien van onze bagage en een languit liggende Rija. We klimmen erop en al gauw dondert de halve kar uit elkaar en moet er een noodreparatie worden uitgevoerd. De kar zakt meermaals een meter diep weg in de modder en de arme zebu's moeten flink worden afgeranseld om de zware last te trekken.

Wat verderop moet er een rivier worden worden overgestoken waarbij we de bagage hoog boven ons moeten houden in een verwoede poging de boel droog te houden. Comfortabel vervoer is anders! Vorige week stond het water nog veel hoger, volgens Rija.

We passeren een piepklein dorpje met hutjes van palmbladeren en uit alle hoeken en gaten kruipen kinderen om ons te bekijken. Het is hier allemaal zeer primitief. Deze plek die is nauwelijks bereikbaar is en een lege plastic fles is hier al iets bijzonders. Het is dan ook moeilijk voor te stellen dat we vanavond in een heus hotel zullen slapen. Er is ons zelfs koud bier in het vooruitzicht gesteld!

De weg is opgedroogd en zo sjokken we achter de zebu-kar aan. Overal waar we gaan lopen de onvermijdelijke kinderen in tientallen achter ons aan. Om ons heen staan reusachtige baobabs. Kinderen drijven hun zebukuddes over het stoffige pad, wat door de lage zon in een mysterieuze goudgele gloed is gehuld. Als we een tweede dorp bereiken, wat ook uit niet meer dan een zandpad met palmbladeren hutjes bestaat, lijkt het daar het leven even volledig tot stilstand te zijn komen. Alle mensen groeten ons en er zijn veel, heel veel kinderen. Het lijkt of ik wel duizend stemmen 'salama vazaha!' hoor roepen. Iedereen vraagt onze naam of wil op de foto. Het lijkt wel of we filmsterren zijn!

Tot mijn verbazing blijkt er inderdaad zoiets als een hotel te zijn. Hier, in deze middle of nowhere, is een door houten palen omringd terrein met daarop houten bungalows. In het midden bevindt zich een terras wat rond een gigantisch dikke baobab is gesitueerd. We krijgen hutje nr. 1 toegewezen. Verder is hier natuurlijk helemaal niemand. De kinderen blijven, duidelijk geinstrueerd, op afstand buiten de poorten, maar blijven door de palen heen proberen onze aandacht te trekken.

Op weg naar huis met de Zebu's

Met veel kabaal wordt er een generator aangeslingerd en er floept zowaar een peertje aan. Er blijkt ook een gemeenschappelijke douche te zijn, voorzien van een emmer met daarin het welbekende bruine rivierwater. Het is inmiddels donker en er cirkelen ontzagwekkende insecten - formaat ruimteschip - rond het licht om maar niet te spreken van de vele andere ondefinieerbare beesten. Uit het barretje, waar men inderdaad over redelijk koud bier blijkt te beschikken, knalt onophoudelijk Malagash muziek. Het staat zo hard dat er niets anders dan overstuurd gekraak en gebonk overblijft. Rija legt ons later uit dat dit de plaatselijke bioscoop is en dat de muziek afkomstig is van Malagash films. De dorpelingen kunnen hier tegen betaling van 1000 francs (10 cent) films komen kijken.

We delen ons bier met de eigenaar van de zebu kar en ik knoop met mijn steenkolen-frans een gesprekje met hem aan. Hij zegt dat hij het erg koud heeft; terwijl wij ons halfdood zweten draagt hij een dikke trui! Voor het avondeten kunnen we kiezen uit 2 maaltijden; rijst met tamme eend of rijst met wilde eend. We kiezen voor het tweede. De honden zullen ons vandaag de dag nog steeds dankbaar zijn voor de botjes die we ze voeren.

Op weg naar Morondave

25 april 2004

Na het ontbijt dat bestaat uit rijstpannekoeken met honing en Koffie à la Riviere (overgeslagen) staat er een 4WD voor ons gereed om ons naar Morondave te brengen. Het is een rit van bijna 6 uur. De weg erheen staat welliswaar als officiele route op alle kaarten maar is niet meer dan een zandpad, vandaar deze lange reistijd voor een afstand van slechts 160 kilometer.

Traditionele graftombe

Bij het eerste dorpje waar we stoppen nuttigen Rija en de chauffeur een maaltijd van gedroogde vis, maar wij laten ons oog vallen op een schaal met iets wat lijkt op, jawel, oliebollen. Voorzichtig proberen we er een en ze blijken exact zo te smaken. Het enige wat ontbreekt zijn de krenten. We nemen er gelijk een paar mee voor onderweg en rekenen daar 10 eurocent voor af.

Weer onderweg komt er een rokende vrachtwagen voorbij met een hoop mensen en een gigantisch pak bagage op het dak. 'Taxibrousse' zegt Rija, wat bushtaxi betekent. Dat wordt dus ons vervoersmiddel voor morgen. We slaan de Lonely Planet open en lezen dat de rit met de taxibrousse van Morondave naar Antsirabé, waar wij dus naar toe moeten, 15 uur in beslag neemt. Je vertrekt ‘s middags en komt de volgende ochtend aan. We krabben even achter ons oor en besluiten de comfortabele 4WD ook maar gelijk voor de rit van morgen te charteren.

We passeren de Avenue de Baobab, de meest gefotografeerde plek van Madagascar. Het rode zandpad met aan weerszijden kolossale baobabs levert een prachtig aanbeeld en is inderdaad zeer fotogeniek.

Vandaag is het zondag, kerk-dag en daarom gaan de meeste mensen mooi gekleed. Zelfs Rija heeft vandaag een keurig overhemd aan. In een dorpje waar we stoppen worden we verwelkomd door een priester en gluren we bij de kerk naar binnen waar harmonieuze zang klinkt. Het is merkbaar dat we weer in de buurt van een stad van betekenis komen: de mensen beschikken hier over zaken als fietsen en auto's. Rija kan zelfs weer mobiel telefoneren, tot hilariteit van de kinderen die hem immiteren door 'allo' te roepen in een denkbeeldige telefoonhoorn.

Uiteindelijk komen we aan in Morondave. Alles is hier dicht en het oogt verlaten. De stad ligt aan het kanaal van Mozambique, dus zoeken we een hotel aan zee.


Avenue de Baobob

We komen bij een stel welliswaar riante, maar vervallen bungalows. Als we de achterdeuren van ons huisje open slaan zien we een terras met daarachter wit zand en zee, dus checken we in, voor 10 euro. Later ontdekken we waarom ze hier weinig aan onderhoud doen; de bungalows naast ons zijn half ingestort, verzwolgen door de zee dier hier elk jaar meer land schijnt in te pikken. Tel daarbij de de cycloon van vorige maand op.

Nadat we een prachtige zonsondergang zien eten we bij het restaurant om de hoek gegrilde gamba's, tien stuks voor twee euro. Ik heb ze zelden lekkerder gegeten !

 

Naar Madagascar: een vergeten wereld - deel 3

 

 

     

 

 

 

 

 

 

Google