|
Madagascar, Madagaskar, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, tips, advies, info, foto's, Afrika
Madagascar: een vergeten wereld
Madagascar reisverhaal: verslag van een reis door Madagaskar
(Tekst en foto's: Dylan Lossie)
deel 1/6
19 april 2004
Hoewel we op vliegveld Charles de Gaulle in Parijs slecht
45 minuten de tijd hebben om over te stappen, neemt de beambte
ruim de tijd voor een uitgebreide check. Schoenen uit, pet
af, rugzak en zakken leeg. Als de man alles op z'n dooie gemak
maar zonder enige interesse heeft bekeken kunnen we boarden:
vlucht AF908 naar Antananarivo (kortweg Tana), de hoofdstad
van Madagascar.
Het navigatiesysteem in het vliegtuig geeft aan dat we net
voorbij Tel Aviv zijn. Nog een kleine 6000 km te gaan en dan
zullen we landen in Tana. Het is er dan 10 uur en pikdonker.
Als we geland zijn gaan we in een verkeerde rij zijn staan,
moeten terug om eerst een formulier in te vullen en sluiten
weer achter in de rij aan. Als de douane formaliteiten afgerond
zetten we onze eerste stap op Madagascar en kan het avontuur
eindelijk beginnen!
Eenmaal buiten de luchthaven staat er direct een legertje
kerels klaar om onze tassen te dragen of andere diensten te
verlenen. We weten wat het ritje naar ons geboekte hotel mag
kosten. De eerste de beste zit redelijk met zijn prijs in
de buurt en dus gaan we overstag. We stappen in een auto en
worden door de bijrijder met een ferme handdruk welkom geheten
in Madagascar. Hij stelt zich voor als Rija (spreek uit Rietza)
en blijkt niet alleen engels te spreken maar ook frans, italiaans
en zelfs wat nederlands. Terwijl onze eerste kennis in dit
land honderduit babbelt bereiken we Sakamanga.
Rija maakt met ons een afspraak voor morgen en na wat probleempjes
met het afrekenen (gescheurde eurobiljetten zijn hier waardeloos,
uiteraard), togen we naar onze kamer. Maar niet nadat we genieten
van een Three Horses Malagash biertje. In de regen, welliswaar.
Winter in Antananarivo
20 april 2004
Na een korte nachtrust gaan we op verkenning in de buurt rond
het sfeervolle hotel. Antananarivo blijkt een mooie kleurrijke
stad vol statige (maar vervallen) koloniale huizen, smalle steegjes
met pleintjes en wijdse uitzichten over volgebouwde heuvels.
Er wonen hier zes miljoen mensen, veertig procent van het volledige
inwonersaantal van Madagascar. Ons hotel ligt waarschijnlijk
in een goed deel van de stad want de mensen op straat gaan keurig
gekleed en dragen aktetasjes. Opvallend is dat veel mensen dikke
winterjassen dragen en soms zelfs wollen mutsen op hun hoofd
hebben. De winter is pas aangebroken in dit deel van Madagascar,
maar het is nog altijd 25 graden! Hadden we zulke winters maar
in Nederland.
| Rija verschijnt keurig op tijd en blijkt
een zelfstandige toeroperator te zijn. Hij laat een dikke
rode map vol aanbevelingen van andere toeristen zien en
toont zijn vergunningen. We bekijken een aantal van zijn
toers en ontdekken dat die vrijwel alle gedeeltes van
het land dekken die wij op voorhand van plan waren te
bezoeken. We waren van plan om die gebieden zelf te bezoeken,
maar een privé chauffeur is wel zo prettig en bovendien
scheelt het ons het nodige geregel. Na wat overleg en
ge-onderhandel over de prijs boeken we een toer van 15
dagen. We zullen het westen, zuiden en oosten van Madagascar
zien. |
uitzicht op weg naar Antsirabe |
Toch moet er nog het nodige worden geregeld eer we eindelijk
op pad gaan. We bezoeken de bank om geld te wisselen, het
vliegveld om een tussenvlucht te boeken die vol bleek vol
te zitten en we zien Rija's huis, waar hij zijn bagage ophaalt.
We ontmoeten er zijn moeder, zijn schoonzus, zijn vrouw, zijn
puppies en zijn één week oude zoon Masoandro
( Masoandro is het Malagash woord voor
'zon' en betekent letterlijk "Eye of the day")
Tegen de middag kunnen we eindelijk vertrekken en gaan op
weg naar Antsirabé. Het zou een rit moeten zijn van
drie uur, maar die duurt natuurlijk veel langer door de diverse
(foto)stops die we maken. Het wordt ons nu ook met eigen ogen
duidelijk waarom Madagascar het rode eiland wordt genoemd;
op het gras na is alles rood. De grond is rood, de bakstenen
huisjes zijn rood en de kleren van sommige mensen worden daarom
ook vanzelf rood. We zien een wijds landschap van helgroene
rijstvelden in glooiende, maar kaalgeslagen heuvels, en overal
zijn pittoreske dorpjes. Het doet ons eerder denken aan een
combinatie van Indonesie en Corsica, dan aan Afrika.
Eenmaal in Antsirabé vinden we
al gauw een charmant, schoon en goedkoop hotel; Le Retrait.
Het is inmiddels donker en Rija brengt ons naar een
restaurant met de fraaie naam Razafimamonjy. We eten
er uitgebreid voor 7 hele euro's.
Antsirabé staat bekend om de Pousse-Pousse,
de Malagash variant op de Riksha, oftewel de fraai beschilderde
houten loopwagens. Dáár willen we natuurlijk
mee terug naar het hotel! Dus klimmen we samen - voor
de voor ons bedongen basissprijs van 50 eurocent - in
de Pousse Pousse.
|
pousse pousse |
De arme man neemt de kar, met 130 kilo aan passagiers, in
de arm en brengt ons terug naar het hotel. Let wel, hij doet
het rennend, heuvel op èn op blote voeten! Had de beste
man tanden had gehad dan zou hij ze hebben blootgelachen wanneer
we met hem het dubbele van de afgesproken prijs afrekenen.
Voor ons hotel staat inmiddels een volgende Pousse Pousse
klaar. De eigenaar stelt zich voor als Pascal, nummer 1. Hij
zal morgenochtend op ons wachten. We hebben morgen geen Pousse
Pousse nodig, dus nemen we ons voor, in plaats gebruik te
maken van zijn diensten, hem een splinternieuw wit T-shirt
kado te geven. Gezien de staat van zijn outfit waarschijnlijk
een betere beloning dan die 50 cent.
Wachten in Miandrivazo
21 april 2004
| De ochtend besteden we voor het grootste
gedeelte aan het regelen van vliegtickets, die we aanschaffen
met indrukwekkende stapels bankbiljetten. Het blijft goochelen
met het geld omdat de meesten zijn voorzien van twee bedragen.
Zo is een biljet van 2.000 10.000, maar 50.000 is weer
25.000 en 100.000 is eigenlijk 50.000. Goed opletten dus!
Ook de mensen hier lijken er problemen mee te hebben want
ons geld wordt minstens vijf keer opnieuw geteld. |

Waarde: 10 eurocent |
Madagascar staat bekend om haar edelstenen, kristallen en
mineralen, en Antsirabé is het handelscentrum. Is Rozenkwarts
bij ons iets bijzonders, hier belegt men er tuinpaden mee,
alsware het gewone kiezelstenen. We bezoeken een 'precious
stone factory' waar we worden onthaald met kado's; een fraaie
agaten asbak en een groene traanvormige steen. We mogen uitzoeken
in een reusachtige berg onbewerkt 'restafval' bestaand uit
onder andere Topaz, Agaat, Marmer, Celestiet en Pyriet. Graaien
en grabbelen dus. Als fossielenliefhebber kan ik toeslaan
in het winkeltje; er zijn schitterende amonieten en prachtige
helder Amber met miljoenen jaren oude insecten, en dat alles
voor een fractie van wat een verzamelaar er in Europa voor
neer zou moeten leggen. We gaan onderweg naar onze volgende
stop, Miandrivazo. Rija toont ons diverse beschilderde graftombes
langs de weg.
Het is fady (taboe) er met je vinger
naar te wijzen, dus doe je dat met een gebogen, omgedraaide
hand of een de knokkel van je wijsvinder. Voor de mensen
die zijn vermist zijn ter nagedachtenis lange, rechtop
staande stenen geplaatst. Daar mag je overigens wel
gewoon naar mag wijzen.
We passeren een dorpje genaamd Mandoto waar Rija en
de chauffeur Dina willen lunchen. Daarvoor gaan ze naar
een Hotely (wat lokaal restaurant betekent) en nodigen
ons uit aan tafel. Wij bedanken vriendelijk doch wijselijk
voor hun aanbod. |

Mannen spelen "Fanorona", een bordspel |
Wij maken van de gelegenheid gebruik om Mandoto te bekijken.
Er is markt, en dus een drukte van belang. Alles wat je kunt
bedenken is te koop; van klosjes garen tot massa’s olielampjes
gemaakt van conserveblikjes en ballen koeiepoep aan toe. Er
worden baguetes verkocht en op het dorpsplein spelen mensen
Jeux de Boules. Een duidelijker voorbeeld van de franse invloed
kun je volgens mij niet krijgen. De aanblik van 'verse' vlees
en vis, hangend aan haken in de volle zon, omgeven door zwermen
vliegen bevestigen dat we er waarschijnlijk goed aan hebben
gedaan niet in het Hotely mee te eten.
| Ik zie een meisje van een jaar of acht met
een sterk Aziatisch uiterlijk. Ze draagt een blauw kleed
en heeft een baby op haar rug. Als ik haar wil fotograferen
grijpt haar moeder in: we krijgen pas toestemming als
we eerst beloven de foto naar haar op te sturen (*). Ze
krabbelt haar adres op een papiertje en we beloven plechtig
dat we de foto naar haar toe zullen sturen. We worden
ondertussen gade geslagen door een zwijgzame meute van
minstens 40 man. |

Het meisje van Mandoto |
De temperatuur is inmiddels zeker 10 graden gestegen. We
zien een oneindig landschap voorbij trekken met groene heuvels
en bergen en hier en daar rood gekleurde dorpjes. In zo’n
dorpje maken we een stop om de benen te strekken. Volgens
Rija wordt het dorp bevolkt door mensen die goud zoeken in
een nabij gelegen mijn. Dat is zo te zien een niet al te lucratieve
business (althans niet voor hen), want het dorp is behoorlijk
armoedig, in vergelijking met wat we tot dusver hebben gezien.
Dessalnietemin hebben de kinderen hier de grootste pret. Ze
roepen ons toe met 'vazaha! ' (“blanke vreemdeling”,
het woord wat elke toerist overal zal horen) en poseren gewillig
voor de camera.
Na nog een uurtje rijden komen we aan in Miandrivazo. Het
verhaal gaat dat koning Radama I ooit zijn mannen erop uit
stuurde om zijn geliefde te zoeken, terwijl hij op deze plek
op haar wachtte. Vandaar de naam Miandrivazo: Malagash voor
'wachten op vriendin'. Haar naam was Rasalimo, en da's de
naam van het hotel met bungalows waar we verblijven.
Miandrivazo dient uitsluitend als startpunt voor boottochten
over de Tsiribihina rivier, waar we morgen aan gaan beginnen,
en veel is er hier dan ook niet te doen. We nemen ons voor
nog maar even te genieten van het halfkoude bier en het sanitair,
want vanaf morgen camperen we twee nachten in de rimboe.
Tsiribihina River
22 april 2004
Na het ontbijt wordt onze bagage op een gereed staande houten
kar geladen die lijkt te zijn weggereden uit een aflevering
van de Flinstones.
Voor de boottocht zijn vergunningen vereist en daarom moesten
we gisteren onze paspoorten naar de burgemeester van Miandrivazo
brengen. Vandaag ligt op zijn kantoor een imposant getypt
document vol met stempels voor ons klaar. Het is opgesteld
in vijf-voud en moet van niet minder dan vijftien handtekeningen
worden voorzien: vijf van mij, vijf van Rija en vijf van de
Piroguier. Omdat die laatste niet kan lezen of schrijven mag
hij volstaan met twee vingerafdrukken.
Na de administratieve afhandelingen kopen we rieten hoeden
tegen de zon en togen naar de rivier. De Flinstones-mobiel
bezwijkt inmiddels haast onder het gewicht van de bagage en
de balen proviant, de kampeeruitrusting en niet te vergeten,
twee levende kippen. Dit alles wordt door een leger van (ik
heb ze geteld) dertig mensen in onze pirogue geladen. Het
lijkt haast wel alsof we aan de Megatransect expeditie gaan
beginnen! Rondom de boot doen mensen de was in de modderige
rivier of baden er poedelnaakt. Schaamte is de mensen hier
vreemd.
Nadat de militaire operatie is volbracht en onze uitgeholde
boomstam is volgeladen kunnen we eindelijk de Tsiribihina
rivier afzakken. Het is een roodbruine, ondiepe maar hard
stromende rivier en de boomstam drijft dan ook met een rap
tempo stroomafwaarts. Af en toe helt hij onheilspellend ver
opzij. Het zal toch niet gebeuren dat je omslaat en met je
hele hebben en houden in een hardstromende modderpoel beland.
Rija moet hard lachen om onze bezorgde blikken.
| Ze zijn nog nooit omgeslagen, zegt hij.
En er gebeurt niets, zolang je maar niet beweegt. Boven
het water en langs de kanten zie we veel felrode vogels
fladderen (Madagascar Red Fody). Ze zijn uitsluitend in
deze periode zo mooi rood uitgedost om zo indruk te maken
op de dames. Voor de rest van het jaar zijn ze gewoon
fantasieloos bruin. Buiten nog wat andere vogels is er
eigenlijk niet zo heel veel te zien tijdens de urenlange
tocht. Waar we aanmeren lopen de kinderen uit om ons muisstil
te komen bekijken.
|

De Pirogue is klaar voor vertrek |
Tijdens het nuttigen van de lunch die bestaat uit tomaat,
komkommer en sardines, besluiten we om wat te delen met de
kinderen. Ze smullen ervan en eten alles op, tot op de de
botjes van de sardines en de olie uit het blikje aan toe.
Ik bedenk me dat het wel leuk zou zijn als de kids, als kleine
tegenprestatie, een kameleon voor ons zoeken, want die hadden
we tenslotte nog steeds niet gezien. Ik laat Rija hen het
voorstel doen. Het dolle enthousiasme waar ik op reken valt
wat tegen. Één persoon werpt een schuine blik
omhoog in een boom en dat was het. Tot zover de zoektocht.
We zakken verder af stroomafwaarts en ik vraag me ineens
af hoe deze boot eigenlijk ooit weer bij zijn vertrekpunt
terug komt. Eenvoudig, zegt Rija; Mr. Langa, de piroguier,
duwt hem terug. Stroomopwaarts, met een stok. Daar doet hij
twee weken over. Tegen de tijd dat onze vakantie in Madagascar
er bijna opzit, is de arme man dus nog steeds onderweg!
De Malagies beschikken over een ijzeren gestel. Dat bleek
eerder al uit het eten wat op de markten te koop is, maar
Rija is het ultieme bewijs. Terwijl ik soms met afgrijzen
kijk naar de hoopjes ondefinieerbare drap die langs de boot
in het bruine water voorbij drijven, vult hij doodleuk zijn
mok met rivierwater. Om op te drinken!
Tegen de avond wordt het tijd om ons kamp op te slaan en
hiervoor meren we aan op een zandbank midden in de rivier.
De zon zakt achter de bergen en de paarsrode gloed zorgt voor
een spectaculaire aanblik. Terwijl Rija begint met het avondeten
richten wij onze tent in, die zeker 50 centimeter te kort
bleek voor ons. Voor het kampvuur verzamelen we hout met mr.
Langa.
| Zodra de zon onder is dienen zich de eerste
ongemakken aan in de vorm van ontelbare springende, vliegende
en kruipende insecten. Deze worden op hun beurt echter
weer verdreven door een onverwachte andere vijand; wind!
Deze wakkert steeds meer aan en onze tent gaat meermaals
plat tegen de vlakte. We slikken even bij het idee dat
we hier, kilometers ver weg van de bewoonde wereld, zielsalleen
in een gebied zitten dat een maand geleden nog bezoek
heeft gehad van een allesverwoestende cycloon. Maar Rija
merkt koeltjes op dat de wind (die alsmaar harder wordt)
zo weer gaat liggen. |

Kamperen op een zandbank |
Inmiddels knorren onze magen behoorlijk en we vallen dan
ook als hongerige wolven op het eten aan: Gekookt zebuvlees
met groenten. Het smaakt ons verrukkelijk en het zand erdoorheen
nemen we voor lief.
Rija blijkt gelijk te krijgen: de wind is gaan liggen. We
strijken neer bij het kampvuur en staren naar de triljoenen
fonkelende sterren. Dit is volgens ons hoe je Madagascar moet
beleven en ik vertel Rija dat dit een ervaring is om nooit
te vergeten. “Vanwege de wind ?” vraagt hij. Ach
ja, voor hem is dit alles dagelijkse kost. De enige wanklank
die avond komt van de kippen, die nog altijd hun gewisse lot
afwachten.
Naar
Madagascar: een vergeten wereld - deel 2
|