|
Gambia:
informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's, Afrika
Gambia: beachboys en baobabs
Gambia reisverhaal: verslag van een vakantiereis door Gambia
en Senegal
(Tekst en foto's: Lies & Teije)
deel 2/4
Dinsdag 11 januari, Makasutu, Brikama
Om half 7 zijn we alweer uit de veren, we zijn gisteren echt
te laat naar bed gegaan. Maar wanneer we naar het ontbijt
lopen, komen we Salifu tegen die ons vertelt dat het pas vanaf
half 8 mogelijk is te ontbijten. Een paar dagen later zal
blijken dat het wel vanaf 7 uur kan, maar nu lopen we eerst
terug naar onze kamer en hebben dan om half 8 nog een kwartiertje
voordat we met een minibusje worden opgehaald. Dawda van African
Adventures is onze gids, een leuke en spontane jongen. We
rijden langs nog enkele andere hotels om meer mensen op te
halen die de Makasutu-excursie gaan maken. Makasutu is een
nationaal park waar ook dieren uit het wild worden opgevangen
en verzorgd. Tevens is er een onderzoekscentrum. Het park
ligt iets ten zuiden van Brikama waar we later op de dag de
houtsnijmarkt zullen bezoeken.
 |
 |
Wanneer we aankomen in Makasutu krijgen we eerst koffie
en een uitgebreide uitleg over de geschiedenis van het park.
Een muzikant klinkt zachtjes op de achtergrond, tokkelend
op een instrument dat Kora heet. Het is een typisch West-Afrikaans
instrument, een 21-snarige combinatie van harp en luit met
een grote halfronde klankkast, ongeveer van 1½ meter
lang. En uiteraard is er een Baobab of apenbroodboom op het
centrale terrein aanwezig., één van de meest
karakteristieke bomen van West-Afrika. De baobab wordt ongeveer
20 meter hoog en kan meer dan 1000 jaar oud worden. De boom
speelt een rol in talloze Afrikaanse mythen en legenden. De
schors, de vruchten, de bladeren, het hout, bijna alles van
deze boom wordt door de bevolking gebruikt als geneesmiddel
of voor rituelen.
Wanneer we over het terrein gaan wandelen valt ons echter
op dat de jungle hier wel erg gekultiveerd is en niet zo wild
als we hadden verwacht. De paden zijn ruim aangelegd, alsof
je in een Nederlands bos loopt. Eerst gaan we een boottocht
maken in een kano, een uitgeholde boomstam, door de bolong
(een kreek) tussen de mangrovebossen door. De grote hoeveelheid
vogels die hier te zien moet zijn heeft vandaag echter geen
zin zich te vertonen. De tocht van 3 kwartier duurt overigens
maar 25 minuten en behalve een enkele reiger zien we alleen
hier en daar hopen met oesterschelpen, afvalbergen van de
oesterpellers. De oesters zitten op de mangrovewortels en
worden bij laag water verzameld en door vrouwen geplukt. De
oesters zijn voor de consumptie en de schelpen worden vermalen
tot metselspecie.
 |
 |
Een klein beetje teleurgesteld komen we weer terug bij het
centrale plein waar we lunchen. En iedereen moet natuurlijk
even naar de wc. In het donker ziet het er mooi uit, maar
met flitslicht toch al wat minder. Wel is het grappig om mee
te maken dat onze handen door een Gambiaan gewassen en gedroogd
worden! Na de lunch gaan we op pad, een wandeling van 1,5
uur (het wordt 2,5 uur). Nu zien we ook ons eerste 'wild':
een kameleon; we speculeren al dat die er opzettelijk door
iemand is neergezet om ons een plezier te doen. We maken veel
stops en worden uitgebreid onderhouden over de 'very important
trees'. Het is wel grondig, maar gaat de meesten van ons toch
vervelen na een tijdje, zeker wanneer je bij de tiende boom
alweer 10 minuten stopt.
 |
 |
Termietenheuvels krijgen we veel te zien, die zie je ook
gewoon elders langs de wegen staan. Het schijnt dat de heuvel
net zo diep ondergronds doorloopt als wat er boven de grond
staat. Onderweg komen we diverse ambachtslieden tegen, zoals
een oesterplukster en een boomklimmer die het sap van de palmen
verzameld, jungle juice. In veel palmbomen zie je flessen
hangen waarin het sap wordt verzameld. Wij krijgen een slokje
van de nog verse wijn (zonder alcohol) en wijn die 2 dagen
gegist is: het ruikt viezer dan het smaakt en heeft een behoorlijk
alcoholpercentage. We komen nog een mariboe tegen, een heilige
waarzegger en verder heel veel bomen, en nog meer bomen. De
apen en de vogels hebben waarschijnlijk een vrije dag, maar
we weten nu alles van bomen. We zijn blij als we weer terug
zijn bij de verzamelplek voor wat drinken en rust voor onze
voeten.
Maar niet voor lang, want al gauw verzameld zich een lokale
groep rond de Baobab om te dansen. De begeleiding is geen
muziek, meer een aangeven van ritme wat luider wordt wanneer
één van de vrouwen wat danspasjes maakt om haar
aan te moedigen. Uiteraard worden de toeristen ook meegesleept
om hieraan mee te doen. De hele groep is het eigenlijk wel
wat zat. Maar op weg naar de uitgang moeten we verplicht nog
allerlei souvenirshops bij langs en we zien onder andere houtsnijwerk
dat best mooi is. We hebben echter al houten maskers thuis
en hoeven niet nog meer. Terwijl een pottenbakker zijn werk
demonstreert, is iedereen veel meer geïnteresseerd in
zijn vrouw die met een baby op de rug loopt. Ze toont hoe
ze het kind in de draagzak heeft gewikkeld en we zien dat
de zak meteen ook als luier wordt gebruikt. De baby steunt
op de brede heupen en de beentjes zijn uitgestrekt langs haar
middel. Zou dat wel goed zijn voor de heupen, vragen we ons
af? Niemand koopt iets van de pottenbakker, maar we geven
haar wat geld omdat we een foto mogen maken.
 |
 |
Iedereen is blij wanneer we Makasutu verlaten; we hebben
wel veel informatie gekregen, maar geen wild gezien, zelfs
vrijwel geen vogels, de zogenaamde 'jungle' stelde niet zoveel
voor en alles was gewoon te langdradig. Dan maar naar de houtsnijmarkt
in Brikama. Dit schijnt de goedkoopste plek te zijn in Gambia
om houtsnijkunst te kopen, maar flink afdingen is wel nodig,
tot zo'n 30 tot 50% van de vraagprijs. We kopen niets, maar
gaan een gesprek aan met de schoolkinderen die al snel in
grote hoeveelheden om ons heen drommen. We krijgen papiertjes
met adressen en moeten beloven dat we ze de foto's opsturen
en het liefst ook nog pennen, schriftjes en geld. We hebben
niet genoeg pennen bij ons voor iedereen, dus we geven ze
niets om te voorkomen dat ze onderling ruzie gaan maken.
 |
 |
Aan het einde van de middag zijn we weer terug bij het hotel.
Iedereen is het er wel over eens dat deze excursie te hoge
verwachtingen heeft gewekt die absoluut niet waargemaakt zijn.
De € 37 per persoon zeker niet waard! Gewoon met bv.
4 mensen in een taxi erheen en hetzelfde programma wat sneller
te doen is prima zelf te regelen, waarschijnlijk voor minder
dan € 10 per persoon. Bij de benzinepomp gaan we even
op het terras zitten en ineens ploffen twee Nederlanders bij
ons aan tafel. Ze zien er nogal stoffig uit en zijn blij andere
Nederlanders te treffen. Ze zijn vandaag aangekomen en zien
het nu eigenlijk al niet meer zitten, wat een vreselijk land,
dat Gambia, en niet eens een radio op de hotelkamer! Ze ratelen
zo een tijdje door en we proberen ze een beetje gerust te
stellen. We laten ze direkt ook maar even de weg naar het
strand zien. Hopelijk heeft de mevrouw nog ander schoeisel
dan alleen met naaldhakken bij zich.
We eten bij het hotel en de band die daar optreed is heel
wat beter dan de lokale dansgroep van vanmiddag. Salifu vertelt
ons dat iedere avond een groep van een andere stam mag optreden
zodat er ook veel afwisseling is. Wij hebben het optreden
van de Mandinka's gezien, de grootste stam in Gambia. We zijn
toch wel bekaf van alle indrukken die we vandaag hebben opgedaan,
ook al viel de excursie wat tegen. Morgen maar even een wat
rustiger dag!
Woensdag 12 januari, Serekunda, Abuko nationaal
park
Aan het ontbijt praten we met meerdere stellen die we al
vaker hebben gezien, zoals Jan en Hetty die al veel vaker
in Gambia zijn geweest en misschien wel een stuk land willen
kopen, en met Berend en Agnes die voor de eerste keer buiten
Europa zijn en voor wie Gambia toch wel een cultuurschok is.
Met hun spreken we af vandaag samen op pad te gaan naar een
slangenboerderij die in de buurt moet zijn. Wanneer we echter
met de taxichauffeurs gaan onderhandelen blijkt al snel dat
het minstens een uur rijden is, misschien nog wel veel langer.
Dan veranderen we ons plan, en later nog een derde keer en
ze worden een beetje gek van ons. Ach, vaak is het omgekeerde
het geval, dus dat is helemaal niet zo erg.
De taxicontroller komt erbij en zegt dat we echt veel te
weinig willen betalen en we komen een prijs overeen van 550
Dalasi (€ 15) voor een bezoek aan de markt van Serrekunda
en het Abuka nationale park. De chauffeur staat dan 6 uur
tot onze beschikking. Serrekunda is de grootste stad van Gambia
(ergens tussen de 175.000 en 275.000 inwoners volgens diverse
bronnen) en er zijn diverse markten die allemaal vlak bij
elkaar liggen. Het is een kleurige bedoening en al snel worden
we begeleid door twee jochies die zich ongevraagd als gids
opwerpen wanneer we de smalle steegjes induiken. Eentje voorop
en eentje achteraan, maar we kiezen zelf onze weg en regelmatig
moeten ze ons weer achterna komen wanneer we een andere weg
inslaan dan zij willen. Nee, we hoeven niet naar de batik-fabriek
van je oom!
 |
 |
Naast groente en fruit is er vooral heel veel vis te koop,
soms helemaal overdekt met vliegen. We vragen netjes op sommige
plekken of we een foto mogen maken en sommigen vinden dat
erg leuk, anderen zijn erg afkerig of willen er geld voor.
Ik mag ook met ze trouwen, dat is ook een optie wanneer een
paar vrouwen me aanmoedigen om een foto te maken. Ik leg ze
uit dat ik met 1 tevreden ben. De geuren en kleuren zijn overweldigend,
evenals de drukte in de smalle straatjes. We worden zo nu
en dan aangesproken en aangemoedigd om iets te kopen, maar
we worden totaal niet lastig gevallen. Na een dik uur lopen
komen we op een iets rustiger pleintje waar een moskee staat.
Hier houden we even pauze om bij te komen. Op de markt is
van alles te koop, maar we vragen ons af hoeveel er werkelijk
verkocht wordt. We zien zoveel viskraampjes, maar niemand
die een vis koopt. Wat zou er aan het einde van de dag met
alle verse waren gebeuren? Mee naar huis nemen om dan zelf
maar op te eten? Na anderhalf uur houden we het voor gezien,
maar een belevenis is het zeker om hier rond te wandelen.
En absoluut goed zelf te doen, anders dan wat sommige reisorganisaties
zeggen. Je kunt zelfs de taxichauffeur vragen om als gids
mee te lopen die dan ook verhindert dat je al te veel wordt
lastig gevallen.
 |
 |
Hierna brengt de chauffeur ons verder naar het Abuko Nature
Reserve, ten zuiden van Serrekunda. Onderweg komen we een
grote geitenmarkt en slachtplaats tegen waar duizenden geiten
staan. Volgende week vrijdag is het Tobaski, de dag van de
offerande die 2 maanden en 10 dagen na het eindfeest van de
Ramadan wordt gevierd. Wanneer een familie het kan betalen,
wordt er een schaap, geit of kip geslacht en met familie en
vrienden opgegeten. Abuko herbergt een stukje jungle dat er
heel wat wilder en 'echter' uitziet dan Makasutu! Er loopt
één pad (ongeveer 3 kilometer) door het gebied
en er loopt een gids met ons mee. Hij stopt al bij de eerste
boom voor een verhaal en even denken we: nee he, niet weer...
Maar hij is heel wat beknopter dan de gids in Makasutu en
al snel zien we nu ook ons eerste wild: antilopen. En ook
krokodillen die zich verstoppen in het hoge gras en een diep
poel.
 |
 |
Er schijnen zo'n 300 vogelsoorten in dit stukje ongerepte
oerwoud te zitten en we horen er wel veel, maar krijgen ze
lang niet altijd te zien. En natuurlijk vaag geritsel in de
boomtoppen, apen volgens de gids. Ik beloof Lies dat ze echt
apen te zien krijgt maar het lijkt er in eerste instantie
niet op. Maar daar zijn ze ineens, waarschijnlijk in de hoop
dat we voedsel voor ze hebben. Ze lijken redelijk gewend aan
mensen maar schikken toch terug wanneer je te dichtbij komt.
Omgekeerd geldt hetzelfde: de meeste apen hebben vlooien,
hondsdolheid komt bij ze voor en ze kunnen behoorlijk bijten.
Berend heeft geen pinda's bij zich maar wel wat pepermuntjes
en één aap ziet dat ook wel zitten. Voorzichtig
pakt hij hem uit de hand van Berend en gaat wat verderop zitten
om op zijn aanwinst te kauwen. De wilde apen in dit park zijn
voornamelijk fluweelapen, maar er is ook een rehabilitatieproject
voor apen die in buitenlandse dierentuinen zijn geboren en
klaargestoomd worden om weer in de vrije natuur te kunnen
overleven. De meeste worden uitgezet op Baboon Island, een
natuurreservaat dat niet toegankelijk is voor toeristen.
We lopen een holle boomstam voorbij, op nog geen 30 centimeter
en Berend zegt ineens: he, een slang! We draaien ons om en
zien ineens een cobra zich verheffen en dreigend naar ons
kijken. De gids roept: a spitting cobra, en springt meters
achteruit. Het blijkt een zwarte cobra, maar die zijn ook
giftig genoeg. Het schijnt een zeldzaamheid te zijn dat we
er één te zien krijgen. Wanneer we op ruim 1
meter afstand blijven vindt de slang het goed en gaat lekker
liggen zonnen. We vervolgen de mooie wandeling, maar nu wel
iets meer op onze hoede. Uiteindelijk komen we aan het eindpunt
waar een winkeltje staat en een kooi met daarin reuzenschildpadden
en enkele apen. Tijd voor een verfrissend drankje en een broodje
voor de gids.
 |
 |
Er zijn ook nog enkele hyena's achter hekken te zien en heel
veel gieren die afkomen op het vlees waarmee de beesten gevoederd
worden. Er schijnen ooit ook leeuwen te hebben gezeten, waaronder
één afkomstig uit de Beekse Bergen, maar die
is volgens de gids drie dagen geleden ontsnapt en door militairen
doodgeschoten omdat hij te dichtbij een vluchtelingenkamp
van Senegalezen kwam. De vrouwen in het winkeltje lijken hier
te wonen, ze hebben een keuken buiten de winkel en we mogen
weer een mooie foto van een kind op de rug maken. Kinderen
tot 3 of zelfs 4 jaar worden zo konstant meegedragen.
De taxi staat al op ons te wachten en we zijn erg tevreden
met dit uitstapje. We hebben heel wat meer gezien dan in Makasutu
maar wanneer we andere reisverhalen lezen op het internet
hoeft dat niet altijd het geval te zijn, we hebben gewoon
geluk gehad en gisteren pech. En de ontmoeting met de zwarte
cobra is toch wel een hoogtepunt. We stappen de taxi uit bij
Elton, het benzinestation op de hoek van de weg waar het hotel
staat en nemen een drankje. Ook rekenen we eens uit wat we
kwijt zijn: nog geen 1200 Dalasi (€ 33) voor de taxi,
alle fooien, de drankjes en de entree voor Abuko, dus zo'n
€ 8 per persoon. Een koopje vergeleken met de excursie
naar Makasutu. We eten vroeg vanavond en na een praatje met
Salifu de bewaker te maken, gaan we redelijk vroeg op bed.
Morgen wordt een echte rustdag, hebben we besloten.
verder
naar "Beachboys en baobabs" deel 3
|