|
Fair weg met Baobab Reizen. Baobab Reizen organiseert
actieve en avontuurlijke rondreizen op een duurzame
manier. Dit betekent niet dat de reis primitief is,
of heel duur. Het betekent dat Baobab groot belang hecht
aan een verantwoorde vorm van toerisme. |
|
Voor individuele reizen op maat naar Latijns-Amerika,
de Caraïben, Afrika en Azië. Via het reis-op-maat
programma van Vámonos Travels bepaal je zelf precies
hoe uw reis er uit gaat zien!
|
Gambia:
informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's, Afrika
Gambia: beachboys en baobabs
Gambia reisverhaal: verslag van een vakantiereis door Gambia
en Senegal
(Tekst en foto's: Lies & Teije)
deel 1/4
Zaterdag 8 januari, op naar Gambia
We landen keurig op de enige landingsbaan van Yundum. Behalve
internationaal vliegveld is het ook een uitwijkplaats voor
de NASA, bijvoorbeeld als de space shuttle een noodlanding
moet maken. We moeten enige tijd op de bagage wachten, maar
in de tussentijd kunnen we mooi even geld wisselen tegen een
redelijke koers (36,25 Dalasi voor € 1) zonder commissiekosten.
We krijgen een dik pak viezige biljetten, maar zolang het
overal geaccepteerd wordt hebben wij er geen moeite mee. In
het hotel gekomen (Badala Park in Kotu, 200 meter van het
strand) inspekteren we eerst de kamer: keiharde bedden en
twee stoelen waar niet op te zitten valt.
Maar de truien kunnen uit en we gaan eerst maar eens op
het terras van het hotel zitten, naast het zwembad voor een
hapje en een drankje. Onderweg hebben we al ongeveer 100 vrienden
gemaakt, vele handen geschud, zijn we welkom geheten en hebben
we al heel wat aanbiedingen voor tripjes in de omgeving gehad.
De Gambianen zijn erg vriendelijk, maar vooral in toeristische
gebieden als hier kun je heel wat 'hustlers' verwachten, mensen
die financieel iets van je willen en is het niet meteen duidelijk
wie wel en niet betrouwbaar is. We houden ze eerst maar allemaal
te vriend. Het eten en drinken is goed, maar veel duurder
dan we hadden verwacht. Voor twee hoofdgerechten en 3 drankjes
zijn we 480 Dalasi kwijt, zo'n € 12, veel goedkoper dan
in Nederland, maar voor een derde wereldland met een gemiddeld
loon rond de 800 Dalasi toch behoorlijk, zelfs in een toeristisch
gebied.
Zondag 9 januari, Banjul, een strandwandeling
Na het ontbijt, gaan we naar de informatie-bijeenkomst over
Gambia. We krijgen veel over Gambia te horen en vooral ook
over de mooie excursies die mogelijk zijn. We willen natuurlijk
ook wel wat van het land zien en niet alleen maar aan het
strand liggen, ook al hebben we erg veel zin in een rustig-aan-vakantie.
Daarnaast komt natuurlijk het thema aan bod waar iedereen
mee te maken krijgt: hoe gaan de mensen met toeristen om en
hoe ga jij als toerist met de bewoners om. Mensen hier zijn
vriendelijk, zoals in de meeste landen, maar wanneer je arm
bent en je ziet die rijke lui hun geld uitgeven, dan wil je
daar graag een graantje van meepikken. En als je merkt dat
de aanhouder vaak wint bij de toerist die nog niets van het
land weet, dan wordt je misschien wel steeds brutaler.
En dat merken we als we het hotelterrein afgaan. We worden
aan alle kanten omringd door mensen die ons iets te bieden
hebben, maar het is toch heel anders dan in Marokko of Egypte,
veel persoonlijker. Iedereen wil je een hand geven, geeft
z'n eigen naam en wil die van jou weten, en daardoor komt
het veel vriendelijker over. Je kunt natuurlijk geluk hebben,
maar de mensen die rond de hotels hangen proberen vooral de
nog naïeve toerist geld uit de zakken te kloppen wanneer
je op hun aanbiedingen ingaat. De wat eerlijker en 'normalere'
mensen zul je hier niet snel zien, die zijn niet brutaal genoeg.
Handenschuddend lopen wij naar een heel modern uitziend tankstation
waar ook een supermarktje zit. We kopen wat water en ploffen
neer op het terrasje dat uitkijkt over een kruispunt van enkele
brede asfaltwegen. Het jochie in de kiosk slaapt en we laten
hem uit zichzelf wakker worden. En meteen hebben we met een
heel ander type persoon te maken, heel aardig en totaal niet
opdringerig en de prijs van de drankjes is meteen gehalveerd
ten opzichte van die in het hotel. Eigenlijk wilden we vandaag
aan het strand gaan liggen om bij te komen van de drukke afgelopen
weken, maar de zandstormen razen zeker nog steeds boven de
Sahara want de zon is niet te zien. We gaan dus toch even
op pad en spreken de eerste taxi aan die we zien. Hoeveel
naar Banjul, vragen we aan een jochie die z'n rijbewijs eigenlijk
nog nauwelijks kan hebben. We rijden in de aftandse wagen
in een slakkegang naar de hoofdstad. De chauffeur drukt me
een losse kruk in hand zodat ik eventueel het raampje omhoog
kan draaien. De ellendige stoelen in ons hotel zitten toch
heel wat beter!
 |
 |
In Banjul weet hij niet waar de Albert Market is, de drukke
markt van Banjul, dus we stappen zomaar ergens uit en we lopen
op goed geluk wat rond. Dat we in de wijk Half Die zijn zien
we al snel aan de open riolen en armoedige leefomstandigheden.
Maar we vinden de markt uiteindelijk wel en op een drietal
vervelende jongens na worden we eigenlijk helemaal niet lastiggevallen.
Maar foto's maken op de drukke markt durven en willen we eigenlijk
niet, daarvoor is het te armoedig. Ook speelt een beetje schuldgevoel
mee, om als rijke toeristen de kleurrijke armoede van de bewoners
vast te leggen omdat het zo verschillend is van wat wij kennen.
De meeste huizen zijn van golfplaten gemaakt.
 |
 |
Een taxi terug is zo gevonden en zelfs de vraagprijs is al
lager dan wat we op de heenweg hebben betaald. Zo leren we
de prijzen een beetje kennen. Wanneer we vlakbij het hotel
zijn vliegt er ineens een motorrijder ons voorbij en Teije
zegt nog als grapje: een vliegende eend op de weg, maar de
chauffeur gaat snel aan de kant en langs de weg staan tientallen
mensen te zwaaien en te juichen; een heel konvooi van gepantserde
wagens passeert ons en volgens de chauffeur is het de president
zelf, Yahya Jammeh, die na een staatsgreep in 1994 als 29-jarige
luitenant de leiding had en ondertussen officieel democratisch
gekozen president is! Na zoveel jaar in Nederland hebben we
de koningin nog nooit live gezien, maar na 1 dag in Gambia
de president al.
 |
 |
Aangezien er in Banjul nergens cafe's of restaurants te zien
waren, zelfs geen thee- of koffiehuizen, stoppen we nu weer
even bij het terras op de hoek, bij de benzinepomp vlakbij
ons hotel. En dan toch nog maar even naar het strand, ook
al is de zon niet te zien door de stofwolken heen. De beachboys
lokken ons naar de strandbedden maar vandaag willen we even
op onszelf zijn. Niet dat het werkt want we worden steeds
weer aangesproken door verkopers van nutteloze goederen als
horloges en nepsieraden. Wel lief zijn de twee jonge meisjes,
zes of zeven jaar, die vragen of we uit Holland komen en dan
vader Jacob zingen in algemeen beschaafd Nederlands! Hun schooltje
wordt gesponsored door een Nederlandse... Als beloning geven
we ze elk een pen. Verdacht is wel dat binnen de kortste keren
meer jonge kinderen komen vragen om een pen en eentje heeft
zelfs de pen in handen die we eerder aan een ander meisje
gaven! Veel zon hebben we niet gezien vandaag en na een maaltijd
in het hotel gaan we naar de kamer.
| Teije blijft 's avonds nog een hele tijd
weg wanneer hij wat drankjes gaat halen en hij blijkt
een nieuwe 'vriend' ontmoet te hebben, een heel lieve,
zachtaardige bewaker die van 8 uur 's avonds tot 8 uur
's ochtends een bepaald gedeelte van het hotel moet bewaken,
6 dagen per week voor 850 Dalasi per maand. En 1 van de
eerste Gambianen die ons niets probeert te verkopen maar
gewoon heel blij is met wat aandacht en een goed gesprek.
Salifu (met de klemtoon op de laatste lettergreep) Jallow
(spreek uit asl Djalu) heet hij. |
|
Maandag 10 januari, op het strand
Na een laat ontbijt zijn we naar het strand gegaan en zijn
er het grootste deel van de dag blijven liggen, Lies in de
zon met anti-verbrandmiddelen en ik in de schaduw. Nou ja,
veel zon is er nog steeds niet te zien door de zandwolken
heen. Maar lekker warm is het wel. Dit keer liggen we wel
op strandstoelen en worden we zelfs bediend met frisdrank
als we dat willen, maar we worden er niet minder om lastig
gevallen. Toch vallen mensen je hier heel anders, veel vriendelijker,
lastig dan in Egypte of Marokko. Wanneer je nee zegt gaan
ze meestal vrij snel weer weg en dat zijn we wel anders gewend.
Verkopers van 'echte' Rolexen, vrouwen met zakjes water op
hun hoofd, jongens die je aanbieden om paard te rijden op
het strand, het kan allemaal.
 |
 |
Aan het einde van de middag gaan we toch nog even op pad,
met een taxi naar Fajara. Zo krijgen we tenminste nog iets
anders te zien dan alleen ons hotel. Die houding gaat niet
op voor veel mede-toeristen. Uit gesprekken blijkt namelijk
al gauw dat een heleboel alleen voor het strand en het weer
gekomen zijn en niet voor het land en sommige mensen komen
echt niet verder dan de bar, het zwembad en het strand. Beseffen
mensen dan niet dat dit een derde wereldland is? Waar men
toch zo inventief en creatief is om oude autowrakken weer
aan de praat te krijgen en men zuinig is op alle apparatuur
zoals koelkasten en tv's om die zo lang mogelijk aan de praat
te houden! We zijn echt verbaasd dat we buiten het hotel zo
weinig toeristen treffen.
 |
 |
In Fajara stappen we uit bij het enige stoplicht dat het
land rijk is en we moeten even wachten tot het voetgangerslicht
op groen springt. Zelfs dan moeten we uitkijken voor het autoverkeer.
We willen eens in een ander restaurant eten en we gaan naar
La Plaza. Het staat goed bekend, maar het voedsel in ons hotel
is toch heel wat beter en ook goedkoper. Ook de officiële
toeristen-taxi (groen) die ons terug brengt is stukken goedkoper
dan de geel-groene waarmee we zijn gekomen en die zogenaamd
betere prijzen heeft. 's Avonds maakt Lies nu ook kennis met
Salifu de bewaker met wie ik gisteren zo'n leuk gesprek had,
en ze is het met me eens dat het een hele lieve jongen is.
Maar dit keer kost het moeite om bij hem weg te komen, want
hij wil maar door blijven praten en daar hebben we na een
uur toch wel genoeg van. We hebben wat cola voor hem meegebracht
om hem de nacht door te krijgen. We moeten er niet aan denken,
12 uur lang werken 's nachts en altijd maar alert moeten blijven.
verder
naar "Beachboys en baobabs" deel 2 |