Ethiopië, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's

Injera, macchiato en rotstempels
een rondreis door noord Ethiopië

Ethiopië reisverhaal: verslag van een reis door noord Ethiopië

(Bert Taken & Truus Kolenbrander)

deel 1/4

 


Ethiopië grenst in het westen aan Soedan, in het noorden aan Eritrea, in het oosten aan Djibouti en Somalië en in het zuiden aan Kenia De oppervlakte van Ethiopië is ruim 1 miljoen km2. Het grootste deel van het noorden ligt op een hooggelegen plateau met een centraal gelegen bergketen dat doorsneden wordt door de Grote Riftvallei, waardoor de meeste plaatsen op 2000 m hoogte (of hoger) liggen. Het klimaat is daardoor aangenaam: over het algemeen zijn de dagtemperaturen ruim in de twintig graden en ’s nachts koelt het af tot 10-15 °C.
Tot aan de Tweede Wereldoorlog stond Ethiopië bekend onder de naam "Abessinië". Het Ethiopisch vorstenhuis stamt volgens de traditie af van de bijbelse koning Salomon, die een romance zou hebben gehad met de koningin van Sheba. De laatste keizer van Ethiopië, tot 1974, was Haile Selassie.
Ongeveer 2/3 van de bevolking is orthodox christelijk. Het is leuk om te zien dat de mensen elkaar over het algemeen hartelijk en fysiek begroeten op straat. Mannen geven elkaar vaak een hand en buigen dan voorover om de rechterschouders tegen elkaar te plaatsen. Mannen en vrouwen zoenen elkaar veelvuldig en slaan de armen om elkaar heen.
Het noorden van Ethiopië kent maar liefst vier Unesco World Heritage plaatsen: de kastelen in Gondar, het Simien Nationaal Park, de stèles in Aksum en de rotskerken in Lalibela.

 

ADDIS ABEBA

Het is laat in de avond als we op Bole Airport in Addis Abeba arriveren. Hoewel er een flinke rij mensen staat voor het kantoortje van "Visa on Arrival" duurt het slechts een kwartier voordat we voor US$20 een visum voor 4 weken kunnen aanschaffen. Bij de nabij gelegen bank wisselen we een flink bedrag aan euro's om in Birr. Het is nog steeds niet mogelijk om in het land te pinnen of met een creditcard te betalen. We nemen een taxi naar het Ras Hotel: een groot en redelijk middenklasse hotel in het centrum van de stad.

Wanneer we de volgende ochtend naar buiten lopen zien we een onbewolkte blauwe lucht. Het is december en er heerst een aangename temperatuur van ruim 20°C. De komende drie weken zullen die weersomstandigheden niet meer veranderen.
Via de Churchill Avenue lopen we enkele kilometers langzaam omhoog naar de Piazza-wijk. We lopen langs een groot standbeeld van de Leeuw van Judah en een paar goede pastry-winkels: cappucino, espresso en verschillende soorten gebak. Veel gebouwen staan in de (houten) steigers. Af en toe komt er een bedelaar of een jongetje met kauwgum en papieren zakdoekjes op ons af. Addis Abeba is geen echt mooie stad. Het heeft ook geen echt centrum: de stad is eigenlijk nauwelijks een eeuw oud en bestaat uit een wijd verspreidde verzameling wijken.


Ras Hotel Addis Abeba

Standbeeld Leeuw van Judah

In de Piazza-wijk gaan we naar het Ethiopian Airways kantoor waar we onze twee binnenlands vluchten herbevestigen: dat schijnt toch nodig te zijn.
Net ten westen van De Gaulle Square aan de Cunningham Street is een soort winkelcentrum met diverse cafe's en terrassen op de 1e en 2e verdieping. We nemen elk een macchiato met gebak en een mineraalwater. Tot onze verbazing hoeven we totaal slechts 21 Birr (€1,60) af te rekenen.

Daarna lopen we naar de St George Cathedral op een kleine heuvel. Het is een tamelijk klein, achthoekig gebouw dat van buiten niet echt op een kerk lijkt. Er heerst een serene rust in het parkje rondom de kerk. Veel gelovig kussen de muren en deuren van de kerk. Het naburige (kleine) museum bevat oude ceremoniele kleding, kruizen en bijbels.

Op een terras dringen we een spriss: een dikke vruchtensap van avocado, mango en papaya.


St George Cathedral


Spriss


Macchiato


Tej (honingwijn)

's Avonds willen we gaan eten bij het Dashen Traditional Restaurant, maar we komen bij toeval langs het Ambassador Park, waar twee grote buitenterrassen en twee restaurants vol zitten met lokale bezoekers. In het restaurant bgint een orkest te spelen. Wij bestellen een injera: een beetje bitterzure pannenkoek met diverse gerechten er op. Met de rechterhand scheur je steeds een stukje injera af en pakt daarmee wat van de gerechten. De eerste injera is heerlijk, maar er zullen nog vele dagen met injera volgen en dan verliest het toch een beetje van haar aantrekkingskracht. De lokale bevolking eet vaak 3x per dag injera....
Het orkest gaat langzaam luider en geestdriftiger spelen. Er komen dansers en danseressen bij die zeer snel synchroon dansen. De iskista is een typisch Ethiopische dans waarbij alleen de schouders heftig naar voren en naar achteren worden bewogen.


Injera

Traditionele muziek en dans

De volgende dag nemen we een taxi (Addis Abeba is zeer uitgebreid...) naar het Etnologisch Museum. Het mooie, overzichtelijke museum is gehuisvest is in het voormalige paleis van Haile Selassie, dat in een park van de universiteit staat. We lopen naar de 1e verdieping waar een uitgebreide tentoonstelling allerlei aspecten van de diverse bevolkingsgroepen van Ehtiopië laat zien. Op de bovenste verdieping wil een oude bewaker ons heel graag de uitgebreide postzegelverzameling laten zien. In de naastgelegen slaapkamer is nog een kogelgat zichtbaar, dat dateert van een staatsgreep uit de 60-er jaren.


Entree Etnological Museum (voormalig paleis van Haile Selassie)

Studenten voor de "Italiaanse trap"

Het Nationaal Museum is een klein half uurtje lopen. In de kelder liggen afgietsels van de fossiele overblijfselen van "Lucy", een van de eerste mensachtigen van ruim 3 miljoen jaar geleden. De troon van Haile Selassie bevat mooi houtsnijwerk. Op de bovenste verdieping is (matige) verzameling hedendaagse kunst uit het land te zien.


Lucy (National Museum)

De troon van Haile Selassie (National Museum)

Het restaurant Lucy naast het museum is een prima open lucht plek voor een kop macchiato. 's Middags lopen we via een flinke omweg naar het Ambassador Park. De scholen gaan uit en er lopen regelmatig kinderen met ons mee die - af en toe verlegen - wat Engels met ons willen praten. In het park nemen we een glas (eigenlijk een karafje) tej: een gele zuurzoete honingwijn.
's Avonds willen we Italiaans eten bij Restaurant Castelli in de Piazza-wijk. Het schijnt het beste Italiaanse restaurant van Ethiopië te zijn en vele beroemdheden hebben hier gegeten. We verwachten een gezelling Italiaans restaurant met vele foto's aan de muur, maar we worden ontvangen door een zuurpruimige, arrogante bediening die ons naar een klein, klinisch wit kamertje brengt. Hier worden we niet vrolijk van en we besluiten - tot verbijstering van het personeel - weer te vertrekken. Een fish-curry met brood en injera in het Ambassador Park is niet alleen gezelliger, maar ook 10x goedkoper...

 

BAHIR DAR

Aan het eind van de volgende ochtend nemen we een taxi naar Bole Airport voor onze binnenlandse vlucht met een Fokker-50 van Ethiopian Airlines naar Bahir Dar. Na slechts 50 minuten landen we even ten zuiden van de stad. Een busje van het Ghion Hotel nemt ons mee. Het hotel ligt mooi aan het Tana-meer met rondom kleurrijke bloemen en struiken en een gezellig overdekt terras aan het water.
Bahir Dar is een relaxte, niet al te grote stad met diverse cafe's, juice-bars en een kleine bakkerij waar we broodjes voor de volgende dag kopen. 's Avonds eten we tilapia-filet op het overdekte terras waar jongense een sfeervol kampvuur aansteken. Er is ook lokale rode wijn, Gouder, die zeker niet slecht is.


Met een Fokker-50 naar Bahir Dar

Ghion Hotel aan het Tana meer

Samen met enkele anderen hebben we een boot gecharterd die ons een hele dag op het Tana meer naar diverse kloosters en kerken brengt. Het Tanameer is een uitgestrekt meer met een oppervlakte van 3500 km2 en 37 eilanden. Op diverse eilanden en op het Zege-schiereiland zijn in de 16e en 17e eeuwen kloosters en kerken gebouwd. Op het meer zien we af en toe een visser in een ogenschijnlijk gammele, maar blijkbaar toch onzinkbare papyrus-bootjes (het lijkt wel het Titicaca-meer in Peru/Bolivia).
We varen eerst bijna 2,5 uur naar het Dek eiland, waar zich het Narga Selassie klooster bevindt. Het wordt beheerd door 2 monnikken en een bewaker. We moeten 30 Birr betalen en vervolgens worden de deuren en ramen geopend waarna de muurschilderingen zichtbaar zijn. Het centrale, binnenste deel is alleen voor priesters toegankelijk.


Een rieten boot op het Tana meer

Narga Selassie kerk op eiland Dek

Muurschilderingen in Nerge Selassie kerk

Muurschilderingen in Nerge Selassie kerk

De muurschilderingen zijn zeer kleurrijk en de afgebeelde mensen hebben allemaal grote, intrigerende ogen. St. Joris en de draak (de beschermheilige van Ethiopië) komt bij alle kerken en kloosters vaak voor.


St Joris en de draak


Nerge Selassie monnik1


Nerge Selassie monnik2

's Middags bezoeken we diverse kerken en kloosters op het Zeke schiereiland, o.a. Beta Maryam en Kebran Gabriel. Enkelen zijn alleen voor mannen toegankelijk. Allemaal zeer bijzonder: de meeste kloosters dateren uit de 16e en 17e eeuw maar hun geschiedenis is al veel ouder. Na een zestal bezoeken - met telkens 30 Birr entree - hebben we het wel een beetje gehad.


Met in een priester in de boot

Oude bijbel in Geez-taal

Kebran Gabriel op Zege schiereiland

Raam van Kebran Gabriel kerk

Aan het eind van de middag nemen we een drankje op het terras van Mango Cafe waar zich vele tientallen pelikanen hebben verzameld. We eten op het terras op de binnenplaats van het Bahir Dar Hotel. Het eten is spotgoedkoep, maar de sfeer is niet zo leuk als op het terras van het Ghion Hotel.

De volgende dag lopen we naar de lokale markt. In het droge seizoen is alles een beetje stoffig. Er veel lokale produkten - aardappelen, uien, knoflook, tomaten, anijs, peper, kardemom en graan - verkocht. Het meeste vervoer vindt per ezelskar plaats.


Op de markt in Bahir Dar

We huren een fiets (30 Birr per dag) en fietsen de rest van de dag door de omgeving. Het is aangenaam weer en de meestel wegen zijn rustig en geasfalteerd. We fietsen o.a. naar de brug over de Blauwe Nijl, die ontspringt bij het Tana meer. Bij de brug is een grappig terras met boomhutten die een mooi uitzicht op de rivier bieden. Alles kleurrijke geschilderd in rood, geel en groen: de kleuren van de Ethiopische vlag.


Kussens van koeienhuiden

De lokale cd/dvd shop

Op de fiets naar de Blauwe Nijl

Boomhut cafe bij brug Blauwe Nijl

Later fietsen we naar Haile Selassie's Palace (hij had er blijkbaar meer dan één). Het laatste stuk gaat echter flink stijgend omhoog over een onverharde weg volle losse stenen. Tot overmaat van ramp is het paleis gesloten. We hebben echter wel een mooi uitzicht op de stad en omgeving.
Terug in de stad nemen we een spriss op het terras van Mugera Cafe en fietsen daarna naar de kleine vissershaven aan de westzijde van het meer. Ook hier zitten veel pelikanen te wachten op stukjes vis. In de bomen zitten tientallen zwarte ibissen.
De zonsondergang slaan we gade vanaf het terras van het Tana Hotel aan de oostzijde van het meer. De lokatie is mooi, maar helaas ook sfeerloos.


Pelikanen bij Tana meer

Ibissen bij Tana meer

 

verder naar "Injera, macchiato en rotstempels: rondreis door noord Ethiopië" deel 2

 

 

     

 

 

 

 


Zie foto's van Ethiopië :
Ethiopië foto-overzicht

 

 

Google