|
Ethiopië: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, tips, advies, info, foto's, Afrika
Gambela, een dorp in West Ethiopië
Ethiopië reisverhaal: verslag van een reis door Ethiopië
© Frank van den Berge - World Picture Service
De aankomst
Het is erg heet op het vliegveld. Ik zit hier dan ook maar
enkele honderden meters boven de zeespiegel. Een groot verschil
met Addis Ababa, de "Nieuwe Bloem", dat ruim tweeduizend
meter hoger ligt. Twee uur geleden vocht ik er om een plaats
aan het raam in de kleine Fokker van Ethiopian Airlines te
krijgen vanwege de mooie uitzichten op weg naar dit enigszins
afgelegen, bijzondere dorp, Gambela.
Niet alleen bij mij gutst het zweet uit mijn poriën,
dat grote vlekken op mijn kaki overhemd maakt. Ook de Amerikaanse
dominee en zijn vrouw zien er niet meer uit zoals toen ik
ze voor het eerst aansprak, staande in de schaduw van de vleugel
van het toestel tijdens een korte tussenlanding in Jimma.
Zij zijn dan ook druk bezig om, geholpen door veel bruine
handen, de grote hoeveelheid koffers, tassen en kartonnen
dozen van de aarden landingsbaan naar het begin van de niet
geasfalteerde weg te slepen. Mijn hulp wordt door dezelfde
bruine handen niet toegestaan. Ik ben dan wel niet van de
zending, maar een witte reiziger heeft zich als blanke te
gedragen. Een faranji, een buitenlander, wordt hier
met eerbied behandeld.
Mijn rugzak en de tas met camera's liggen ergens in de schaduw
van wat struiken onder het toeziend oog van zwaar bewapende
militairen. Een toegestoken hand aan de zending kan mij misschien
wel helpen om hier weg te komen, want hoe zal ik die vijftien
kilometer, die Gambela van het vliegveld af ligt, moeten overbruggen?
Taxi's zijn hier niet en van een andere vorm van openbaar
vervoer is hier ook geen sprake. De vierwiel aangedreven voertuigen,
die met hun neus richting Gambela staan, behoren, aan de grote
stickers op de bestuurdersdeuren te zien, tot diverse privé-
en staatsondernemingen.
Voor de deuren van de Ethiopian Evangelical Church-Landcruiser
staan ondertussen al veel dozen en pakketten. De bezitters
van de bruine, helpende handen zullen ook nog mee moeten en
niet te vergeten de beide zendelingen met hun 19-de eeuwse
voorkomen. Dat zal een toer worden, maar we zijn in Afrika.
Ik zal mijn geluk toch ergens anders moeten gaan zoeken.
Ook de andere auto's worden volgeladen met dozen, zodat
er voor sommige personen weinig anders opzit, dan maar op
het imperiaal te kruipen. Zo zie ik in een Jeep een bestuurder
zitten, die naar mijn idee, vanwege plaatsgebrek door de enorme
hoeveelheid tassen en dozen, nauwelijks meer kan sturen, terwijl
op het dak zes personen zitten. Ik vraag mij af, of het niet
beter zou zijn geweest de bagage op het imperiaal vast te
maken en de mensen in de auto te laten zitten. Toch kiezen
deze Ethiopiërs duidelijk voor een andere oplossing.
Om met rugzak en al tussen deze tros mensen op het dak plaats
te nemen, daar voel ik niet veel voor. Van de zendelingen
had ik al gehoord dat de weg er niet goed bij lag en om vijftien
kilometer lang de kans te lopen van een rijdende auto af te
vallen is niet waarop ik nu sta te wachten. Van mijn reis
door Noord-Ethiopië enkele weken geleden heb ik al veel
geleerd. In een auto of bus is het al geen pretje om uren
over onverharde wegen te rijden, laat staan óp een
auto! Maar hoe kom ik in Gambela? De ene auto na de ander
verdwijnt uit mijn gezichtsveld!
Dan komt een bruine "Helpende Hand" op mij af.
" Where you go?" Ik vraag mij af, waar ik vanaf
hier nog meer naar toe kan dan naar Gambela en antwoord dus
met een "Gambela, may be?" "Ishee,
O.K. you go in car, I walk" en mijn rugzak wordt door
deze aardige man van de grond opgeraapt en bij de dozen en
koffers neergezet. Toch kan ik deze hulp niet accepteren.
Als deze man naar Gambela moet gaan lopen vanwege mij, dan
ga ik liever zelf lopen! Ik stel hem dan ook voor mijn rugzak
en cameratas in de auto mee te nemen en mijn twee flessen
met water en mijn wandelstok, die ik in Debre Markos op de
markt voor anderhalve birr gekocht heb en dus al
wekenlang meesjouw, voor mij hier achter te laten. Ik zal
me bij mijn aankomst in Gambela wel bij hem melden.
Ik ben blij, dat mijn aanbod niet geaccepteerd wordt. "No,
I walk. Only three hours from here. You walk...may be six
hours from here. Or may be you will never arrive! Very dangerous
to walk here because of wild animals.....or wild people! Sudanese,
you know!" Ik heb weinig zin om te beproeven of hij gelijk
heeft, maar om hem vijftien kilometer te laten lopen, is door
mij niet te accepteren. "No problem! I walked two days
ago the same distance!" schreeuwt hij me lachend toe.
Gelukkig staat de Amerikaanse zendeling niet ver van mij
af en heeft onze discussie gevolgd. Ik stel hem voor dat ik
hier bij de militairen zal overnachten en tot de volgende
vliegtuiglanding zal wachten. Dan maar hopen op een lift naar
de stad. "Do not trust the military people here, old
Mengistu-soldiers!"
De rit naar de stad
Niet lang daarna zitten we als haringen in een veel te kleine
ton in de Landcruiser. Naast mij zit aan de ene kant De Helpende
Hand, aan de andere kant de beide zendelingen. De voorstoelen
zijn wat meer gevuld dan bedoeld door de fabrikant. Vier mensen
zitten voorin en hebben duidelijk minder bewegingsruimte dan
wij, die achterin zitten. Wel prikken regelmatig dozen en
koffers in onze nek en we moeten ze af en toe weer een flink
stuk naar achteren schuiven. Zeer ingenomen zie ik tijdens
het wegrijden alleen nog maar de militairen staan. Ik zwaai
door de achterruit, maar een groet kan er niet af. Ik ben
blij niet bij ze te zijn achtergebleven.
Gambela lijkt groter dan het in werkelijkheid is. Tijdens
het doorkruisen word ik geïnformeerd door De Helpende
Hand en de Amerikaanse zendeling wat waar is. De grote brug
met een boog uit de tijd van Mengistu wordt bewaakt door stenguns,
links is de bank, rechts is de post, links ligt de markt en
rechts zal ik goed kunnen eten. Zigzaggend door het stadje
raak ik volledig de oriëntatie kwijt, maar uiteindelijk
komen we aan bij het Godshuiscomplex. Een grote metalen deur
zwaait open en door een grote tuin rijden we langs verschillende
gebouwtjes naar het onderkomen van de beide zendelingen. Zie
ik niet ergens een klein hutje of minstens een afdakje waar
ik hier in Gambela kan slapen? Zijn er überhaupt wel
hotels in deze negorij? Ik heb er plotseling weinig fiducie
in. De rit door het stadje gaf me niet echt een idee van een
langer verblijf dan één dag. Hoe kom ik hier
zo snel mogelijk weer weg? Ik voel me gelukkig veilig op God's
akkers!
De auto wordt leeggehaald, de beide Amerikanen geven me
een hand en wensen me een goed verblijf in Gambela. "We
will see you at the service next sunday. It will be very interesting
for you. African influence, you know what I mean!" Geld
willen ze niet voor de rit hebben, zelfs geen extra dankwoordje.
"He will bring you to the best hotel in town" en
hij wijst op de chauffeur. "God bless you!" Ik zit
naast de man, die ons eerder veilig door de tropische omgeving
van het vliegveld naar Gambela heeft gebracht. Nu nog een
redelijke overnachtingplaats zien te vinden. "No problem,
faranji, You will find a comfortable bed here in
my town. I'll bring you to the Ethiopia Hotel." Ik grijp
in mijn rugzak en haal mijn vertrouwde Guide to Ethiopia-reisgids
van Philip Briggs te voorschijn. "No, please, not the
Ethiopia Hotel! My guidebook says US$ 25,- per night! For
me it is too expensive!"
Al rijdende weet ik gelukkig iets anders te vinden. "Please,
bring me to the "Turist Hotel." Niet dat ik graag
in dat hotel wil overnachten want Philip is over dat hotel
niet echt tevreden, maar niet ver daar vandaan moet volgens
hem "one of the most pleasant one-dollar-a-night hotels,
I stayed at in Ethiopia" liggen. Ik word keurig voor
de deur van het "Turist" Hotel afgezet. De rest
moet ik zelf maar gaan uitzoeken. Een biljet van 10 birr,
een kleine anderhalve dollar, steek ik mijn begeleider toe.
Hij weigert het aan te nemen. Ik ben even bang dat hij het
veel te weinig vindt, maar uit mijn voorgaande Ethiopië-ervaringen
weet ik dat zoiets voldoende is. Ik heb vaak genoeg ergens
in een hotelletje geslapen voor rond de acht birr!
Maar deze chauffeur is gewend aan westerlingen zodat ik even
twijfel. "No, please, it was an honour to bring you to
a hotel in safety. I'm in the hands of God, do not worry.
God bless you! Please, where ever you want to go, just ask
for me and I'll bring you there!" Hoe ik ook mijn best
doe, ik kan het biljet niet aan hem kwijt. Ik hoop dat hij
het later ergens in zijn auto zal hebben gevonden. God zal
daar wel voor zo'n gedrilde christen hebben gezorgd, neem
ik aan.
Het verkeerde hotel
Volgens Briggs ligt zijn paradijsje schuin tegenover het
"Turist" Hotel en daarom stap ik kordaat het dichtstbijzijnde
hotelletje binnen. Helaas is mijn ontvangstceremonie niet
dezelfde als die ik over het algemeen in Ethiopië gewend
ben. Toch zit ik tien minuten later op een vervallen tuinstoel
tussen divers gekleurde Ethiopiërs buiten op een open
ruimte aan de Ambo, een flesje mineraalwater. Koffie, buna
zoals dat hier in dit land heet, is niet te krijgen als ik
er om vraag. Om mij heen zit iedereen aan de buna
en terwijl ik mijn eerste slok bronwater met smaak in mijn
bezwete lichaam gooi, zie ik de vrouwelijke ober overal koffie
serveren. "Buna aleh?" vraag ik nog aan
haar als ze langs mij schuift. "Buna jelem!"
Dan maar geen koffie. Ik voel me duidelijk niet geaccepteerd.
Onder protest drink ik mijn flesje water leeg en wil me graag
een beetje opfrissen. In het hok met bed, waar mijn rugzak
ligt, is geen badkamer en vraag daarom aan het bedienend personeel
waar ik een beetje water kan vinden om mijn handen en gezicht
te wassen. "You pay first for your room, eight birr!
And pay your drink now!" Anderhalve dollar aan birr
leg ik op tafel.
Na een kwartier komt iemand met een geëmailleerd bakje
met water aanzetten. Het kost hier dus wel erg veel moeite
om zoet water te regelen.
Ik gebruik slechts de helft van de inhoud van het bakje
om mijn handen en mijn gezicht enigszins schoon te krijgen
om later nóg een "douche" te kunnen nemen.
Ik laat het bakje in mijn kamer achter. Ik ga weer op mijn
aftandse tuinstoel zitten en vraag opnieuw om een koffie.
Terwijl mij duidelijk gemaakt wordt dat er geen koffie geschonken
wordt, loopt iemand anders naar mijn kamer en probeert het
slotje open te breken. Maak ik vandaag nu echt mee dat zelfs
overdag mijn kamer opengebroken wordt om mijn bezittingen
te stelen? Ik ren naar mijn kamer waar een norse bediende
mij ordonneert het slotje te openen. Ik doe gelaten wat er
van mij gevraagd wordt. De man stapt mijn kamer binnen, kijkt
rond en vindt het halfvolle bakje met water in de hoek van
de kamer. Hij neemt het bakje op en loopt ermee mijn kamer
uit. De rest van het water gooit hij leeg over de plaatselijke
flora en verdwijnt met het bakje. Volgens mij ben ik hier
niet op het goede adres. Hoe kan Philip Briggs over dit hotel
zo lovend zijn?
Nogmaals lees ik in zijn boek over zijn "one-dollar-a-night-paradise"
en dan valt me pas op dat hij spreekt over een "corrugated
iron fence". Het mag hier dan wel een zeer eenvoudig
hotelletje zijn, maar een "golfplaten omheining"
kan ik nergens vinden. Ik trek de stoute schoenen aan en verlaat
de "premises" om mij beter te oriënteren in
dit kleine stadje, waar ik al bij binnenkomst de draad kwijt
was.
Volgens de plattegrond in mijn "guidebook" zit
ik goed, maar langs dezelfde weg, een eindje voorbij de kruising
met een café op de hoek, dat mij al direct gezelliger
overkomt dan het open terreintje, waaraan mijn huidige kamer
ligt, wordt de omgeving door een enorm ijzeren golfplaten
hek aan het oog onttrokken. Het doet mij denken aan een privé-tuin,
maar in de "corrugated iron fence" zit een deur.
Ik duw deze voorzichtig open en kom in een aardig tuintje
met diverse stenen kamertjes in een rij er omheen.
Turufatu
Een jonge vrouw is de enige persoon, die er ronddwaalt en
ik vraag haar in het Amhaars of er hier kamers te huur zijn.
"Asir birr, asir birr!" roept zij enigszins
agressief. Tien birr mag dan wel iets meer zijn dan
een dollar en ook twee birr duurder zijn dan de plaats
waar nog steeds mijn rugzak het bed bezet houdt, maar ik ben
er nu duidelijk van overtuigd dat ik van hotel moet wisselen,
ondanks de niet echt vriendelijke manier van benadering door
de jonge vrouw. "Ishee, I'll come back within five minutes!"
Ik loop direct terug naar mijn rugzak, pak hem van het nog
onbeslapen bed en verlaat mijn eerste "onderdak"
in Gambela. De eigenaar zal zich wel beledigd voelen omdat
een faranji zomaar wegloopt. Aan de andere kant zal
hij verbaasd staan over het niet terugvragen van het al betaalde
overnachtinggeld. Ik verhuis graag naar het "Corrugated-iron-fence-Hotel".
Ik zwaai nog redelijk vriendelijk, maar daar wordt logischerwijs
niet op gereageerd.
Mijn kamer, die ik aangewezen krijg in het "Corrugation-iron-fence-Hotel"
is niet veel beter dan waar ik vandaan kom, maar de ambiance
is duidelijk anders. De jonge vrouw is in geen velden of wegen
meer te vinden, maar in plaats daarvan staat een jonge man
mij te woord.
"This room is eight birr, I will show you
the bathroom. Sometimes much water, sometimes no water. This
is your key. If you like, you can lock your room, if you don't
like, you don't lock your room. No problem, no thieves!"
Ik voel me hier direct thuis. "What is the name of this
"Corrugated-iron-fence-Hotel, please?" "Turufatu",
call it "Turufatu"." My name is Tamiru Taye,
what's your name?" "My name is Franky, Franky from
Holland."
En zo verblijf ik welgeteld acht dagen in dit "Turufatu
Hotel", wat dat ook mag betekenen. Ik zal hier in Gambela,
ondanks kleine schermutselingen, een fantastische tijd doorbrengen!
De douche
Er mag dan wel geen water uit de enorme douchekop in de
aftandse, stenen badkamer komen, maar een oude man, de vader
van Tamiru naar ik aanneem, zie ik al met een zinken emmer
de binnentuin inkomen en in de richting van een kraan lopen,
die hoog aan een waterleiding vast zit, die zomaar uit de
grond tevoorschijn komt. Onder de kraan staat een halfvolle
oliedrum. Het water in de drum ziet er niet echt fris uit,
maar zal ook hopelijk uitsluitend gebruikt worden voor het
bewateren van de bloemen, planten en boompjes, die dit tuintje
zo aardig maken. Een lusthof is het evenwel niet! Stenen,
gruis, een oude batterij, wat stukken karton en rondvliegend
papier zijn de storende elementen.
De oude man vult de emmer met water uit de drum en loopt
ermee naar het washok. Moet ik mij daarmee douchen? Ik wrijf
mijn handen over mijn halfblote lichaam, wijs op de emmer
en schud duidelijk met mijn hoofd nee. De oude man begint
te lachen. Wat een vreemde reizigers heb je toch, zie ik hem
denken. Alhoewel het meer is dan "het bakje met laag
water" in mijn vorige slaapplaats voel ik er weinig voor
om me met dit rivierwater te wassen. Ik zal er alleen maar
vuiler door worden.
De oude man wijst naar de deur, waarvoor hij de emmer heeft
gezet. Dat is inderdaad niet de deur van de douche. Ik duw
de deur open en ruik duidelijk, waarvoor deze ruimte dienst
doet. In het halfduister kan ik ergens een gat in de grond
onderscheiden, maar veel is er niet van te zien. De hele ruimte
is volgepoept en overal liggen gebruikte stukken w.c. papier
en zelfs besmeurde kranten. Een onfrisse toestand, maar onder
het doorgaande gelach van de oude man wordt het snel een stuk
schoner. De emmer water doet wonderen, alsof alle drek ter
plekke oplost. Toch wil ik hier nu nog geen gebruik van maken
en doe mijn best niet te hoeven. Onder de douche zal ik rustig
een plas kunnen doen. Maar is er dan wel water voor de douche,
een deur verder?
De oude man is na gedane arbeid nog niet aan rusten toe.
Hij loopt weer terug naar de waterleiding in de tuin, draait
de kraan open en vult de emmer met helder schoon water. Dat
zal mijn douchewater zijn, denk ik nog, maar ook de inhoud
van deze emmer verwijnt in het shintabet, de W.C.
Nog een emmer wordt er leeggegooid en na een tijdje glanst
de stenen vloer met het gat erin. Zal er nog genoeg water
voor een douche in de kraan zitten of zal ik toch maar het
pad langs het hotelletje aflopen om mij tussen de bruine dorpelingen
in de rivier wat witter te krijgen?
De oude man is blijkbaar nog steeds niet moe en komt met
de zoveelste emmer water. Die zet hij voor de andere deur.
"Lavare", zegt hij tegen mij. Dat woord heb ik nergens
in mijn Amhaarse woordenboek staan. Of zou het een Sudanese
uitdrukking zijn? "Lavare, lavare!" Dan komt er
zonder dat ik het me realiseer een "Si Papa" uit
mijn mond. "Grazie, Papa, grazie!" en met een "prego"
op zijn lippen laat hij mij met de emmer water alleen.
Onder het genot van een paar plenzen helder water denk ik
erover na, waarom deze opa een paar Italiaanse woorden spreekt.
Ach ja, het is al weer een tijd geleden dat Mussolini de strijd
moest opgeven tegen de Negus van Abessynië met de Engelsen
aan zijn zijde. Van 1937 tot 1942 zwaaiden de fascisten de
scepter over Ethiopië. Eritrea was al veel eerder een
produkt van de Italiaanse expansiedrift en niet te vergeten
een groot gedeelte van Somalië. De Piazza-wijk in Addis,
waar ik al veel dagen van het nachtleven heb genoten en daarna
gelukkig ook nog heb geslapen, is een typisch voorbeeld van
de Italiaanse invloed. Kort, maar wel erg hevig! Koffie komt
er nu overal uit espressomachines, de terrasjes doen me denken
aan mijn reis door de Laars op weg naar de Voetbal Sicilië
en de pasta's zijn alsof ze een Ethiopische vinding zijn.
Natuurlijk spreekt een deel van de oude generatie Italiaans
vanwege de toenmalige vreemde mogendheid en een deel van de
jonge generatie Italiaans vanwege de talencursussen, maar
dat deze oude opa mij hier in Ethiopië aan de grens met
Sudan in het Italiaans ordonneert om me te gaan wassen, is
toch wel een verrassing. Als ik klaar ben met douchen wil
ik wel eens zien of hij meer woorden "over de grens"
spreekt. Mijn kennis van het Italiaans is niet veel. En zijn
Italiaans blijkt beperkt te zijn tot datgene, wat hij mij
al gezegd heeft. We zullen dus voor de rest van de tijd in
het Amharigna verder moeten communiceren.
info@worldpictureservice.nl
De rest van het (lange) reisverhaal kunt u
lezen op:
worldpictureservice
|