|
Egypte: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, tips, advies, info, foto's
In colonne door woestijn en oude cultuur
(tekst en foto's: Johan Siegers)
deel 2/3: Een woestijntocht enLuxor
Woestijntocht
's Ochtends eerst inkopen gedaan bij de plaatselijke supermarkt.
Hoofdzakelijk water, WC papier en snoep. We hebben een vierdaagse
tocht door de sahara voor de boeg. We rijden met een busje in
4.5 uur naar de oase van Bahariyya. Er rijdt een gewapende politieman
mee voor onze veiligheid.
Buiten Caïro worden overal nieuwe voorsteden gebouwd
om mensen uit het overvolle Caïro te trekken. De jongeren
willen echter niet weg uit Caïro, onder andere omdat
daar het meeste werk te vinden is. De weg naar de oase voert
hoofdzakelijk over hobbelig asfalt. Op diverse plaatsen is
men onderweg nog bezig met asfalteren. In de oase wordt het
busje verwisseld door een tweetal jeeps. Met deze jeeps gaan
we het gebergte in. Egypte bestaat hier hoofdzakelijk uit
zand en basalt. Het alom aanwezige zwarte basalt geeft het
landschap een desolate indruk. Hier groeit echt helemaal niets.
De jeeps zijn in een niet al te beste staat, en regelmatig
heeft een van beiden pech. Er wordt druk gesleuteld aan de
andere jeep die kennelijk niet wil blijven lopen. We hebben
eigenlijk eerst het idee dat ze het er een beetje om doen,
maar als ze wat zorgelijker beginnen te kijken als onze jeep
ook al niet wil starten, vermoeden we dat de jeeps gewoon
echt in een slechte staat zijn. Op een gegeven moment wil
de tweede jeep helemaal niet meer lopen en wordt hij door
onze jeep op sleeptouw genomen met een naar ons idee veel
te dun touw. We zijn bang dat het ieder moment kan knappen.
Wonderwel gaat het goed tot onze overnachtingsplaats in de
oase. Een kleine nederzetting van simpele hutjes voor toeristen.
Hier blijven we een nacht.
De volgende dag rijden we verder met
de Jeeps door de oase en de dorpjes die daarin liggen.
We hebben het gevoel dat we de dorpsgek als chauffeur
hebben. Zijn specialiteit bestaat uit het onverwacht
nemen van zandheuvels op volle snelheid. De jeeps doen
het een stuk beter. We hebben slechts twee keer pech
gehad. Als de achterste jeep stopt vormt zich een plasje
water onder de jeep. De chauffeurs zijn in de weer met
koperdraad. Dat is een wondermiddel, want zo hebben
ze in onze jeep ook al een zekering 'gerepareerd'. |
|
De tocht voert langs crystal mountain. Het gebergte bestaat
hier uit duidelijk zichtbare kristalvormen. Ik zoek een paar
mooi exemplaren als souvenir. Ons reisdoel voor vandaag is
de witte woestijn. Deze dankt zijn kleur aan het kalk wat
zich hier bevindt.
Boven de grond steken diverse vormen die door het schurende
zand zijn uitgeslepen tot bizarre vormen. Met enige fantasie
kan men paddestoelen en een dromedaris ontdekken. We maken
een wandeling door dit bizarre maanlandschap naar een hoger
gelegen punt, van waaruit we een zonsondergang hopen te kunnen
zien. Op het laatste moment gooien wolken echter roet in het
eten.
Tegen zes uur in de ochtend ontwaak ik in mijn slaapzak
in de witte woestijn. Enkele van mijn reisgenoten zijn al
op. Ik ben nog op tijd wakker om de zon op te zien komen.
We ontbijten met brood (een soort volkoren pita's) en thee.
Onderweg naar de Dakhla oase komen we langs het vervallen
dorp el Qasr. De huizen zijn gemaakt van ongebakken klei.
Men heeft 'bakstenen' klei in de zon laten drogen. Hier kun
je huizen van bouwen want het regent hier eigenlijk nooit.
Qasr geeft een goed beeld hoe men vroeger leefde. De vrouwen
moesten binnenblijven en voor de kinderen zorgen. Voor de
kleine ramen zitten een soort tralies waardoor men net naar
buiten kan kijken. De vrouw moest wel zorgen dat niemand haar
gezicht zag. Als dat gebeurde, en die persoon vertelde het
aan haar man, dan kon hij besluiten om van haar te scheiden,
want zijn was geen goede vrouw. Ze had immers haar gezicht
aan een andere man laten zien.
We overnachten in het bedoeïen dorp el-dehouze. De hutjes
zijn gemaakt van een soort riet. We kunnen hier in ieder geval
weer douchen. Het water komt uit een tank op het dak van een
betonnen gebouwtje. Als we met een paar man op een binnenplaatsje
staan bij een soort (kruiden) tuintje ontstaat een weddenschap
of Gilbert, een van mijn medereizigers de bloem van een van
de planten durft op te eten. Uiteindelijk is hij bereid om
voor 10 Egyptische pond de bloem zo van de steel te happen
en op te eten. Achteraf blijkt Gilbert te plant te kennen.
Het is een soort ui. In ieder geval eetbaar dus.
 |
|
Naarmate we zuidelijker komen, wordt het ook warmer. De middagtemperatuur
is nu ongeveer 35 graden Celsius. Voor vanochtend staat een
kamelentocht op het programma. Vanuit onze slaapplaats lopen
we naar de 'stal' van de kamelen. Het valt ons op dat alle
kamelen meegaan, niet alleen genoeg om ons te dragen. Er zijn
ook een paar kleintjes bij. Tijdens mijn Tunesië reis
vond ik dat kamelen niet stinken. Deze stinken wel. Misschien
komt het omdat sommige zich door de stront hebben gerold,
tenminste aan hun vacht te beoordelen.
Na anderhalf uur komen we bij een natuurlijke heetwaterbron,
waar we in kunnen zwemmen. In het midden komt het water bubbelend
omhoog. Er is daar geen bodem, maar je wordt door de kracht
van het water omhooggestuwd. Het water is 28 graden dus heerlijk
warm. Het is wel ijzerhoudend. Aan de waterrand is alles bruin
van het ijzer. Op de grens van waar je nog kunt staat vormt
zich een soort drijfzand. Je zakt er tot je knieën in
weg en kunt dan gewoon achterover leunen zonder om te vallen.
Als we uit het water komen blijken onze voeten ook bruin van
het ijzer te zijn geworden.
's Middags hebben we weer een busrit van 4.5 uur voor de
boeg. Egypte is aanzienlijk groter dan Nederland. De tocht
voert langs de Hebis tempel in de Kharka oase. Deze Perzische
tempel wordt bedreigd door het grondwater. In een poging de
tempel te redden is men begonnen hem af te breken en 5 km
verderop weer opnieuw op te bouwen. Na drie jaar was men halverwege
en kwam men er achter dat het niet mogelijk was om hem opnieuw
op een andere plaats op te bouwen. Toen besloot men om het
reeds verplaatste stuk terug te brengen naar de originele
plaats. Er wordt nog gezocht naar een oplossing voor het grondwater.
We stoppen onderweg nogmaals om eventueel wat water in te
slaan. Water wordt niet gekocht, maar één uit
onze groep koop een hele zak vol kauwgum en snoep voor de
hele bus. Onderweg worden bellenblaaswedstrijden gehouden.
We overnachten in het dorpje Prevda. We slapen er in tentjes
op een grote zandvlakte in de oase. Het is 's avonds zwoel
warm weer, dus sommige slapen liever buiten de tent.
Luxor
Vanuit de Al-Kharga oase is het 350 km naar Luxor. We hebben
geluk want sinds acht jaar mogen toeristen over een voormalig
militaire weg. Zonder die weg zou de afstand het dubbele zijn
geweest. De meeste in de bus zitten te lezen of te dommelen.
Een enkele probeert wat te schrijven. Dat valt niet mee want
de weg mag dan wel geasfalteerd zijn, hij is alles behalve
vlak. Het is net of ze een dun laagje asfalt op het zand hebben
gelegd zonder het vlak te maken. Als we rond het middaguur
in Luxor aankomen is de eerste gang naar de douche. We laten
onze kleren wassen in het hotel. Daarna op naar het zwembad
op het dak van het hotel. Wat een luxe ! Rond 17:00 is het
wat afgekoeld en ga ik de tempel van Luxor bekijken.
| Eigenlijk is het een heel tempelcomplex.
De totale lengte is nu 1500 meter, maar inclusief het
oorspronkelijke toegangspad was het 3 km. De tempel is
niet in één keer gebouwd, en je treft dan
ook diverse bouwstijlen aan. Vrijwel alle muren en pilaren
zijn voorzien van hiërogliefen. Sommige zijn geverfd
alhoewel de kleur in de loop van de tijd verbleekt is.
Op het terrein lopen diverse zwerfhonden. Op het moment
dat vanaf de diverse minaretten wordt opgeroepen tot gebed
zetten ze het allemaal op een blaffen. |
|
De islam is aan honden niet besteed. Rond 18:00 gaat de
verlichting aan. Het geeft weer een heel ander effect aan
de tempel. Terug in de stad worden we lastig gevallen door
verkopers van horloges en zonnebrillen. Eén van onze
groep probeert zijn 15 jaar oude Swatch te ruilen voor een
van de imitatie merken. Die wordt later weer geruild voor
een nog ander exemplaar. De horlogeverkopers weten eerst niet
goed wat ze er mee aanmoeten.
Het mummificatie museum is slechts een klein museum, doch
groot in prijzen. De 20 Egyptische Ponden toegangsprijs gaat
nog wel, maar de 100 EP (25 euro) om een digitale camera mee
te mogen nemen gaat me toch echt te ver. Het museum is op
zich heel aardig, met mummies van mensen en dieren. Ook zijn
werktuigen te zien de gebruikt werden bij het mummificeren,
zoals een mes op een opening in de schedel te maken, en een
soort lepel om de inhoud van de hersenpan leeg te lepelen.
verder
naar "In colonne door woestijn en oude cultuur"
deel 3
|