Botswana: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, tips, advies, info, foto's, Afrika

Kalahari

Botswana reisverhaal: verslag van een reis door Botswana

(tekst en foto's: Harold Kolkman)

deel 1/6

 

In mei 2003 reisde ik 12 dagen alleen door de Kalahari: een half woestijn op de grens van Zuid-Afrika en Botswana. Hier ligt het Kgalagadi Transfrontier Park, het eerste grensoverschrijdende wildpark in Zuidelijk Afrika. Een surrealistische wereld gedomineerd door zandduinen en leegte. De meest magische plek van de Kalahari vond ik in Botswana in het midden van de uitgestrekte Makgadikgadi zoutpannen: Kubu Island, een fossiel rotseiland in de oceaan van het Totale Niets.

6/5 hans merensky nr - pretoria

Eindelijk, na drie jaar wachten, is mijn Kalahari-trip begonnen. Het plan is om na het bezoek aan Kgalagadi Transfrontier Park, via Botswana weer terug naar huis te rijden om daar de Okavango Delta en de Makgadikgadi zoutpannen te verkennen. Met name het laatste deel, de zoutpannen, speelt al jaren door mijn hoofd. Het moet het hoogtepunt van de reis worden. Maar eerst de enorme afstand (1600 kilometer) naar Kgalagadi zien te overbruggen. Dat lukt niet in een dag en uiteindelijk heb ik besloten om in Pretoria te overnachten. De hoofdstad bereik ik zonder problemen en ik ken er de weg inmiddels aardig goed. De stadsplattegrond is niet langer nodig. Routinematig boek ik een kamer in 224, en rijd vervolgens naar de Brooklyn Mall om daar nog wat inkopen te doen. En om een grote koepeltent te kopen. Dat was een idee van Petra. Ze wil al een tijd zo’n ding hebben en in plaats van de huur voor april geef ik haar dus een tent. Laat in de middag rijd ik naar Hatfield Plaza. Er draaien niet veel bijzondere films. Uiteindelijk kies ik voor “The Core”, de zoveelste Amerikaanse bijdrage in de reeks planetaire rampenfilms. Ditmaal komt het gevaar niet van een komeet of een buitenaardse beschaving, maar van binnenuit. De kern van de aarde is gestopt met ronddraaien, waardoor het magnetisch veld is verstoord en iedereen binnenkort door de zonnewind geroosterd zal worden. Een groepje wetenschappers moet met een experimenteel voertuig nucleaire ladingen tot ontploffing brengen om de boel weer aan het draaien te krijgen; uiteraard niet zonder de nodige clichematige “clash of characters” en de dood van het merendeel van de bemanning. Gaap! Het is donker als ik later die avond 224 weer binnenrijd. Einde dag 1.

 

7/5 pretoria – kgalagadi: leegte (1)

Het is 4 uur ’s nachts als ik Pretoria uitrijd, de snelweg op richting Johannesburg. Ik heb het gevoel dat mijn accu niet meer optimaal functioneert. De auto start niet lekker en dat probleem wordt nog eens bevestigd als ik even later bij Krugersdorp mijn tank volgooi en wil wegrijden. De garages zijn nog lang niet open en bovendien is er geen in de buurt. Ik neem de gok om door te rijden en in een van de steden langs de route een supaquick te zoeken. Het wordt pas licht als ik al een eind in de North West Province ben gereden. Gelukkig, want het is behoorlijk koud. Gauteng ligt al vele kilometers achter me. North West kan ik in twee woorden samenvatten: Mais en Graan.

Nog voor de middag bereik ik Vryburg, na 140 kilometer te hebben verspild door een inschattingsfoutje. Zonde van de tijd en de brandstof. De monotonie van North West maakt vervolgens plaats voor de ruige desolatie van de Northern Cape. Voorbij het stadje Kuruman begint zo langzamerhand de Kalahari, of in ieder geval de voorbode ervan. Ik rijd honderden kilometers door licht heuvelachtig gebied, begroeid met kort goudgeel gras en acaciabomen en voel het type opwinding opkomen dat ik altijd ervaar wanneer ik door nieuwe, voor mij vreemde, landschappen rijd. Vergeleken met Nederland zijn de afstanden in mijn eigen gebied, het Lowveld, groot. Maar Giyani, Tzaneen en al die dorpen langs het Kruger hek lijken ineens druk, hectisch en overbevolkt vergeleken met de leegte van het gebied waarin ik nu rijd. Ik herken het enigszins van een rit door de Freestate twee jaar geleden. Kaarsrechte wegen tot aan de horizon. Alleen het landschap is hier meer divers. Zandafgravingen, cattle ranches en gigantische uitgestrekte open vlakten.

Upington is de eerste belangrijke stop en tevens de laatste. Vanaf hier is het nog 245 kilometer non-stop naar het voormalige Kalahari-Gemsbok National Park. Na een bezoekje aan de pinautomaat, beginnen de problemen. De auto start niet meer. Sterker nog, er gebeurt helemaal niets als ik de sleutel in het contact steek en omdraai; accu leeg. Gelukkig gebeurt het hier, in een winkelstraat, op 100 meter afstand van een garage en niet eerder op de dag in de middle of nowhere. Zeker een engeltje op m’n schouder. Het probleem blijkt inderdaad de accu te zijn. Een nieuwe kost 275 rand, dus dat valt mee. Een uur later rijd ik de stad uit op weg naar het eerste avontuur van de reis: Kgalagadi Transfrontier Park.

De echte Kalahari, die na Upington begint, is een uitgestrekte half-woestijn dat in tegenstelling tot echte woestijnen af en toe regen ontvangt. Maar het blijft een ruig en ongastvrij gebied. Er is voldoende vegetatie en gras om wildpopulaties in leven te houden, maar het gebrek aan water heeft de natuur gedwongen zich aan te passen. Planten en dieren is dit gelukt maar de mensheid, op de rondtrekkende Bushmen na, past zich moeilijker aan. Het gebied is daardoor redelijk ongerept gebleven, zonder de invloed van veehouderijen die afhankelijk zijn van water.

De 190 kilometer asfaltweg van Upington naar het park is kaarsrecht. En het lijkt erop dat ik de enige weggebruiker ben. Halverwege verandert de omgeving drastisch en ik zie de eerste rode zandduinen, bedekt met korte bosjes gras. Het is al laat in de middag en het zonlicht werpt lange schaduwen over het fascinerende landschap. Vast een voorproefje van wat komen gaat. Ik stel me voor dat er over een paar jaar soortgelijke foto’s op de voorpagina verschijnen met de tekst “Mars sonde vindt leven op rode planeet”. Er zijn verschillende zoutpannen in het gebied, grote witte vlakten, zonder enige vorm van begroeiing. Zou de Makgadikgadi er ook zo uit zien? Ik begin zolangzamerhand een fantastisch gevoel van vrijheid te krijgen terwijl ik met hoge snelheid over het asfalt raas. Ik ben pas twee dagen op weg, maar ben het Lowveld nu al bijna vergeten. Peninghotsa? Ligt dat ook in dit land dan?

De laatste 60 kilometer naar de gate en het “Twee Rivieren”-kamp is helaas een gravelweg en niet zomaar een. Eigenlijk is het de ergste en slechtste weg die ik tot nu toe in Zuid Afrika heb gereden. Volkomen verpest door voorbijrazende 4x4’s met te harde banden. Ik ben serieus bang dat mijn auto hier blijft steken. De zon staat inmiddels zo laag dat ik nauwelijks zicht heb door het verblindende licht en de kuilen en hobbels niet zie aankomen. Een bijkomend probleem is dat de poort om zes uur sluit en als ik het niet haal moet ik weer 245 kilometer terug naar Upington, of langs de weg kamperen. Dus al te langzaam rijden is er niet bij. Om de een of andere reden lukt het mij en de auto om zonder fatale problemen om 1 minuut over zes Twee Rivieren te bereiken. Het is de langste afstand, 1200 kilometer, die ik ooit in een dag heb afgelegd en ik ben redelijk kapot, met name door de laatste 60 kilometer. Ik heb zelfs geen zin meer om te koken. Ik eet wat droge boterhammen, zet de nieuwe tent op en val meteen in slaap.

Om 1 uur word ik wakker door iets wat om mijn tent sluipt. Het is geen mens, dat lijkt me erg onwaarschijnlijk. Een hyena? Ik pak mijn zaklamp en door het gaas van de tent kijk ik recht in de eigenwijze ogen van een Bat-eared Fox; een minivosje met enorme oren dat in het licht van de lamp nachtvlinders aan het vangen is. Daarbij stoot hij af en toe zijn snuit tegen de wand van de tent. Hetzelfde ritueel wordt twintig minuten later herhaald. Dit keer is het geen vos maar een Genet, een wilde kat met een spitse snuit. In Afrikaans: Kleinkolmuskejaatkat. De rest van de nacht verloopt zonder “game viewing”.

Naar "Kalahari" deel 2

 

 

     

 

 

 

 

 

 

Google