Egypte: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, tips, advies, info, foto's
Ja, zo’n reisje langs de Nijl…
(tekst: Michael Boelhouwer, foto's: Theo Dekker &
Michael Boelhouwer)
deel 2/3
Met de vlam in de pijp
Ergens in de nacht waren we in Esna aangekomen. De ochtend stond
in het teken van een bezoek aan de gelijknamige tempel. De tempel,
gewijd aan de god Khum en gelegen in het centrum van Esna, ligt
ongeveer 9 meter lager dan de omliggende gebouwen. Van het complex
is nog alleen de Hypostyle hal overgebleven. Het tempelcomplex
is tijdens het Ptolemeïsche bewind gebouwd, al is juist
de Hypostyle hal gebouwd door de Romeinen. Het is dan ook een
van de laatste tempels die in Egypte is gebouwd.
In de loop van de ochtend zette de Nile Treasure koers richting
Edfu, alwaar we rond tweeën aankwamen. Met traditionele
Egyptische koetsjes reden we richting de gelijknamige tempel.
De tempel van Edfu is gewijd aan de god Horus. Voor de ingang
van de zandstenen Ptolemeïsche tempel staan twee beelden
van Horus als valk. De tempel is de meest complete en intacte
van alle Egyptische tempel. De tempelwanden zijn gedecoreerd
met afbeeldingen van Horus die zijn aartsrivaal Seth verslaat.
De tempel bestaat uit een binnenhof, twee indrukwekkende Hypostyle
hallen en aan het eind een offerhal en het heiligdom zelf.
 |
|
Na op de boot aangekomen te zijn, waren we net op tijd om
de laatste twee en ook de beste uurtjes zon mee te pakken.
’s Avond kwamen we aan in Kom Ombo. Navraag naar waar
we het beste een waterpijp konden roken en een biertje konden
drinken, werden we door onze gids Aza uitgenodigd om mee te
gaan naar haar favoriete pijptent van Egypte. Onder het genot
van een pijp en een biertje mochten we live ook nog genieten
van traditionele Egyptische muziek. Dit ging ons toch te ver,
maar soms moet wat overhebben voor een rokertje! Wat kon die
Aza een partijtje waterpijpen, het leek wel de stoomboot van
Sinterklaas. Voor degene die nooit aan een waterpijp hebben
gelurkt; zelfs voor een doorgewinterde roker als Mikey, is
de waterpijp soms toch wel iets scherp, het slaat snel op
je keel. Om 23.00 uur moesten we ons weer op de boot melden,
aangezien we ’s nachts zouden vertrekken: Aswan was
ons einddoel.
Nabij Nubië
In de ochtend kwamen we aan in Aswan. Het programma van vandaag
bestond uit een bezoek brengen aan de Aswan-dam, de Tempel van
Philae en de niet afgemaakte obelisk. Het staan op en het bekijken
van de Aswan dam zal niet in mijn geheugen staan gegrift als
spectaculair, mooi of indrukwekkend. Eigenlijk was er niet veel
te zien. De Aswan dam lijkt niet op de bijvoorbeeld de Hoover-dam,
waar aan de ene kant het bassin ligt en de andere kant stijl,
bijna loodrecht is. Bij de Aswan-dam loopt de ‘achterkant’
van de dam geleidelijk, met een hellingshoek van meer dan 90
graden, naar beneden.
Tegen het middaguur vertrokken met een boot richting het
eiland Philae. Met het bouwen van de Aswan-dam dreigden de
tempels verloren te gaan, maar mede dankzij hulp van de UNESCO
werden de tempels afgebroken en opnieuw opgebouwd op het naburig
eiland Agilkia, dat zo was bewerkt en gevormd dat het op het
oorspronkelijke Philae leek. De hoofdtempel was gewijd aan
Isis. Het is dan niet verwonderlijk dat Philae het cultuscentrum
bij uitstek werd voor Isis. Naast de Tempel van Isis ligt
het beroemdste monument van het eiland: het paviljoen van
Keizer Trajanus dat de bijnaam ‘het bed van de farao’
heeft; door de kenners wordt dit gezien als het hoogtepunt
van Philae.
Met de zon hoog aan de hemel gingen we terug naar het vaste
land om de laatste stop van de dag te maken in Aswan zelf.
In de vroegere tijden was Aswan vooral belangrijk vanwege
zijn steengroeve. Hier ligt dan ook de niet afgemaakte obelisk.
Met een lengte van bijna 42 meter, zou het de grootste obelisk
zijn uit het Egypte ten tijden van de farao’s. ’s
Avonds gingen we per taxi naar het centrum van Aswan. Ook
hier kwamen we er achter dat het toch wel vrij moeilijk is
om een gezellige tent te vinden waar we een biertje konden
drinken. Dus eindigde we nabij het treinstation bij een van
de vele waterpijptenten.
Abu Simbel: de absolute macht van farao Ramses
II
Vroeg in de ochtend stapte we in de bus voor een vier uur
durende rit richting Abu Simbel. Aangezien de bus nog niet
voor de helft was gevuld, konden de Haarlemse avonturiers
dan ook niets anders doen dan languit op de banken liggen
en proberen om wat slaap te pakken.
Hoe mijn twee reisgenoten het er vanaf hadden gebracht zou ik
echt niet weten, want ik heb heerlijk geslapen. Het deed de
goede oude tijd van Israël herleven: ‘dit was wel
de snurkbus en dan hou je wel de boel de boel’.
| Eindelijk aangekomen bij Abu Simbel
deed ons beseffen dat we vandaag onze culturele Egyptische
cirkel rond zouden maken: het hoogtepunt van onze reis.
Gespannen liepen we om de berg heen waaruit de tempel
ooit eens uit was gehouwen. De spanning was dusdanig
hoog op gelopen dat er op een gegeven ogenblik geen
sprake meer was van lopen, maar eerder van rennen. |
|
Eerst even een stukje moderne geschiedenis: toen Egypte onder
leiding van Nassar begon met de aanleg van de Aswandam dreigde
Abu Simbel verloren te gaan in het kunstmatig gevormde meer
Lake Nasser. Onderleiding van de UNESCO werden diverse studies
gemaakt om de tempel te verplaatsen. Uiteindelijk werd er
voor gekozen om de gehele berg inclusief de tempel in rotsblokken
te zagen en deze buiten de gevarenzone aan de rand van het
meer te plaatsen. Binnen vier jaar werden de tempels verplaatst.
Abu Simbel bestaat eigenlijk uit twee tempels: de Grote Tempel
van Ramses II en de Tempel van Hathor die opgedragen is aan
Ramses’ vrouw Nefertari.
En dan sta je voor de Grote Tempel van Ramses II; mijn inziens
het mooiste Egyptische bouwwerk, sterker, het mooiste bouwwerk
ter wereld wat ik heb mogen aanschouwen. De vier Standbeelden
van een zittende Ramses met de dubbele kroon van Beneden en
Boven Egypte zijn gewoon weg majestueus en straalt de grootsheid,
soevereiniteit en de absolute macht uit van de farao: adembenemend.
Nu heb ik dit laatste woord wel vaker gebruik als ik voor
een archeologisch bouwwerk stond, maar Abu Simbel slaat echt
alles. Hier zou ik uren op een bankje kunnen zitten met niets
meer doen dan alleen maar aanschouwen en dan zou ik net als
de Engelse tekenaar David Roberts, die Abu Simbel in de 19e
eeuw aandeed en daar prachtige schetsen van maakten, mijzelf
de eerste uren alleen maar afvragen hoe ze dit destijds met
al hun beperkingen in godsnaam hebben kunnen bouwen.
De Hypostyle hal wordt gevormd door een doorlopende gang,
welke geflankeerd wordt door aan weerszijde vier staande beelden
van Ramses II, aan de ene kant afgebeeld met de kroon van
Beneden Egypte en aan de andere kant met de dubbele kroon
van Beneden en Boven Egypte. Op de muren zijn decoraties aangebracht
ter ere van Ramses’ militaire glorie; hier vinden we
ook afbeeldingen van de slag bij Kadesh. Aan het einde ligt
het heiligdom. Hier zit Ramses naast de goden Path, Amon Ra
en Harmakhis. Twee keer per jaar valt de zon op een dusdanig
wijze de tempel binnen dat ieder beeld wordt beschenen, behalve
Path, de god van de onderwereld. Hoewel we ruim uur de tijd
hadden om ons te vergapen aan de schoonheid, kwamen we gewoon
tijd te kort.
De Grote Tempel straalt echt de oneindigende macht uit van
een goddelijke farao Ramses II. De Tempel van Hathor, hoe
mooi die ook is, verbleekt bij de Grote Tempel van Ramses.
Toch is dit misschien wel de opvallendste tempel van heel
Egypte. Nooit heeft een farao zijn vrouw even groot laten
afbeelden in een tempel; hier in Abu Simbel staat Nefertari
naast haar man Ramses als een gelijke. Het binnenste van de
tempel laat afbeeldingen zien van de Godin Mut en Nefertari.
Voordat we richting de bus liepen, wierp ik nog eenmaal een
blik op de Grote Tempel van Ramses II en kom mij nog steeds
niet voorstellen dat ongeveer 3000 jaar geleden de Egyptenaren
dit bouwwerk hadden kunnen realiseren; ik val in de herhaling,
maar de schoonheid is ongeëvenaard
De busreis terug verliep hetzelfde als de heenreis: slapend.
Vroeg in de middag kwamen we aan bij de boot. Hoewel we nog
de kans kregen om met een falukha een tochtje te maken, moesten
we dit aanbod vriendelijk afslaan; snel omkleden om van de
laatste uurtjes zon te genieten. In de loop van de avond vertrokken
we richting Luxor. Net als eerder brachten we de avond met
een biertje door op het boven dek.
verder
naar "Ja, zo'n reisje langs de Nijl..." deel 3
|