|
Egypte: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, tips, advies, info, foto's
EGYPTE: karkadee-thee bij de pharao
(tekst en foto's: Bert Taken)
deel 4/9
Waterpijp
Ik breng vele uren door met het louter observeren van al
deze bedrijvigheid. Ik dwaal door de smalle stegen waar soms
maar weinig zonlicht kan doordringen en stap binnen bij een
koffiehuis, waar de stoffige, houten planken kreunen bij elke
stap die ik zet. Het is niet groot. Er staan zes versleten
tafeltjes, waarvan er twee bezet zijn door waterpijprokende
autochtonen. De zoete toffee-achtige geur van de pijp vult
de gehele ruimte. Ik krijg het nodige bekijks als ik ga zitten.
Westerlingen zwerven dagelijks in grote getale door de wijk,
maar slechts weinigen betreden er een oud, vervallen koffiehuis.
Ik bestel een kop koffie en een paar sesamkrakelingen en observeer
de gemoedelijk verder babbelende rokers. Even later komt de
eigenaar met een dienblaadje, pakt het koperen kannetje bij
de lange steel en giet de inhoud in het miniscule kopje. Ik
bestudeer de plattegrond van de wijk, maar het lukt mij niet
om enige herkenningspunten te vinden.
"Hello. What you look for?", klinkt het
ineens van een andere tafel. De man komt naast me staan en
merkt op dat de kaart absoluut niet in overeenstemming is
met de werkelijkheid. Veel straten staan er niet op en van
de straten die er wel op staan is de naam vaak anders.
"You buy souvenirs?", vraagt hij nieuwsgierig.
Ik schud mijn hoofd en zeg dat ik alleen maar door de bazaar
loop en rondkijk.
"You, from which country?"
"I'm from Holland, Hoelanda."
"Ahh, kaaike kaaike nie koope!!", schatert
hij en de rest van het koffiehuis valt hem enthousiast bij.
Ik doe nog even een vergeefse poging om uit te leggen dat
ik niet tot die categorie landgenoten behoor (ooit weleens
een landgenoot ontmoet die het wèl toegeeft?), maar
dat blijkt zinloos en dus val ik ze maar zuinigjes bij in
hun lachbui.
Wanneer de rust weer een beetje is weergekeerd besluit ik
zelf maar het initiatief te nemen.
"What do you smoke in the pipe?"
"Just tobacco."
"Just tobacco?"
"Just tobacco en honey. You want smoke?"
"No thanks"
"You wanna smoke, yes?"
Ik moet nog enkele keren weigeren om hen ervan te overtuigen
dat ik niet mee wil roken. Dat wordt uiteindelijk geaccepteerd
en we wisselen nog een poosje indrukken van Cairo uit. Ze
zijn tamelijk nieuwsgierig naar mijn mening over Egypte. Op
veel plaatsen hangt een portret van Nasser: zo ook in dit
café.
NASSER
Gamal Abdel Nasser wordt in 1918 geboren, als zoon van
een postbode. Reeds op jonge leeftijd raakt hij betrokken
bij de nationalistische bewegingen in het land, die af
willen van de Engelse overheersing. Hij volgt de Militaire
Academie in Cairo en raakt als officier gewond tijdens
de oorlog tegen Israël in 1948. De zware nederlaag
wordt mede veroorzaakt door slecht materiaal en corruptie
en zwendel. Als kolonel neemt hij deel aan een geheime
groep, de Vrije Officieren, die in 1952 na een bloedeloze
staatsgreep de macht krijgt. Hij nationaliseert bedrijven
en banken. Hij onteigent grote gebieden grond en verdeelt
dat onder de kleine boeren. Het onderwijs wordt beter
toegankelijk en de gezondheidszorg verbetert sterk. Hij
is zeer geliefd bij het volk dat mede door hem weer enig
gevoel van waardigheid en identiteit herkrijgt. Wanneer
zijn plotselinge dood in 1970 bekend wordt, stroomt bijna
de gehele bevolking van Cairo de straat op. Ongeveer vier
miljoen mensen reizen naar de hoofdstad om zijn begrafenis
bij te wonen. |
|
Het is al een flink eind in de middag wanneer ik het koffiehuis
verlaat. Aan het eind van de middag heb ik nog steeds niets
gekocht (zie je wel!!), maar wel een schat aan indrukken opgedaan
in deze wijk. Op straat koop ik nog een flesje mierzoete Sport
Cola. Ik dwaal nog even door de straatjes en haal mijn plattegrond
tevoorschijn om mijn weg terug te zoeken. Ik heb nauwelijks
op de kaart gekeken of er komt een man naar mij toe, "Can
I help you, sir?". Met enige achterdocht kijk ik
de man aan. Het is soms vermoeiend om voortdurend door mensen
aangeschoten te worden, die voor elke dienst een 'bakshish'
verwachten. Ik besef echter dat mijn plattegrond mij echter
ook niet veel verder zal helpen en ik geef aan dat ik naar
de El Azhar moskee wil. "Ok, follow me please",
antwoordt de man en loopt met een forse tred weg.
Ik heb moeite zijn tempo te volgen. Regelmatig kijkt hij
glimlachend achterom of ik nog achter hem loop. We lopen kris-kras
door vele straten en ik heb geen idee waar ik me bevind. Na
ongeveer tien minuten duikt echter plotseling de moskee voor
mij op. De man wijst naar de moskee, steekt zijn hand groetend
omhoog en begeeft zich met dezelfde snelheid op de weg terug.
Ik krijg geen kans om hem nog te bedanken, want voor ik het
goed en wel besef is hij al weer verdwenen. Het is spitsuur
en de stadsbussen zijn overvol: tientallen mannen hangen aan
de buitenzijde van de bussen. Ik slenter vanaf de Qasr-el-Nil
naar de Tala'at Harb straat.
NAGIEB MAHFOEZ
Met een ijzeren discipline werkt Nagieb Mahfoez, de Egyptische
Nobelprijswinnaar voor de literatuur in 1988, zijn dagelijkse
routine van cafébezoek, schrijven, roken en wandelen
af. In zijn verhaal 'De voorbijgangers' in de verhalenbundel
'De moskee in de steeg' beschrijft hij hoe vanaf 1925
een Europese vrouw en twee Egyptische mannen elkaar elke
ochtend passeren in de straat Qasr-el-Nil. De vrouw en
één van de mannen lopen steeds richting
Operaplein en de andere man richting Soeliman Pashaplein,
het huidige Tala'at Harbplein. Hun blikken ontmoeten elkaar,
maar er wordt nooit een woord gesproken. In de loop der
tijd trouwen ze elk, maar aan hun heimelijke hartstocht
verandert niets. De passie overleeft ook de chaos tijdens
de tweede wereldoorlog en is zelfs ongevoelig voor de
rimpels, de grijze haren en de andere lichamelijke onvolkomenheden.
Tijdens de gezamenlijke aanval van Frankrijk, Engeland
en Israël in 1956 vluchten ze alle drie tijdens een
luchtalarm een bar binnen. Na ruim dertig jaar worden
de eerste woorden gewisseld. Tijdens een diner, enkele
dagen later, komen allerlei verborgen verlangens en gevoelens
naar boven in een tragisch-dronken sfeer. |
|
Fool, felafel en lentl
Er is een kleine winkel met verse vruchtesappen in de Tala'at
Harb. Ik bestel een glas sinaasappelsap en met een vruchtenpers
vult de eigenaar een glas. Wanneer ik de man echter na afloop
het glas zie omspoelen in een emmer troebel water, neem ik
me voor voortaan wat kritischer te zijn. Het is een drukke
winkelstraat met, in vergelijking tot de bazaar, wat duurdere
winkels. Na enkele honderden meters stap ik in een rechterzijstraat
het restaurant Felfella binnen. Het restaurant is eigenlijk
in een brede steeg gevestigd. Het geheel is echter overkapt
en op een exotische wijze ingericht. Ik baan mij een weg door
de grote rookwalmen van het houtskoolvuur dat bij de ingang
wordt opgestookt. Ook bij de ingang staat een grote bak met
vet waarin 'taamia' (ballen, gemaakt van witte bonen
met groenten en kruiden, ook wel 'felafel' genoemd)
worden gefrituurd. Ik neem een tafel op één
van de verhoogde terrasjes aan de zijkant en zie dat veel
westerlingen de weg naar dit restaurant hebben gevonden.
Buiten de hotelrestaurants is het aantal kwalititeit-restaurants
zeer beperkt in Egypte. Er zijn wel veel eetstalletjes en
snackbar-achtige eetgelegenheden, maar de hygiëne en
kwaliteit laten daar voor mij toch wel wat te wensen over.
Één van de obers is zeer joviaal en tikt voortdurend
klanten van achteren op hun rechterschouder, terwijl hij ze
links passeert. Wanneer ze tevergeefs naar rechts omkijken
heeft hij aan de linkerzijde de grootste lol. Ik zie dat het
restaurant veel langer is dan ik eerst dacht. Een tiental
donkergekleurde obers in witte kaftans en hoofdbedekking lopen
zich de benen uit het lijf om ook de klanten achterin te bedienen.
Sommigen maken er echt een sport van om zo snel mogelijk met
zoveel mogelijk schalen tegelijk langs de tafels te zigzaggen.
Het schijnt dat duif één van de nationale gerechten
is, dus dat wil ik wel eens proberen. Ik bestel er ook 'fool'
bij, een schaaltje met een soort kruidige stamppot van bonen
en tomaten. De 'gevulde duif' blijkt te bestaan uit een koperen
schaaltje met een ratjetoe van (wederom) bonen, tomaten en
gelukkig ook duif. Op de 'fool' drijft een flinke laag vet
die ik er voorzichtig probeer af te gieten. De menukaart vermeldt
veel nagerechten: verschillende ijssoorten, bakhlava-achtig
gebak en puddinkjes. Ik neem een omm'ali en dat blijkt
een heerlijke rijstepudding met melk, rozijnen, kokos en noten
te zijn.
LENTL-SOEP
Fruit een middelgrote ui en enkele tenen knoflook. Bak
vervolgens 100 g linzen gedurende een minuut mee. Voeg
een liter sterke vleesbouillon toe. Doe er kruiden bij
zoals een laurierblad, peper en zout. Kook de linzen in
ongeveer een uur zachtjes gaar. Verwijder het laurierblad
en wrijf de soep fijn door een zeef. Voeg basilicum, komijn
en mint toe. Garneer de soep bij het opdienen met peterselie
en een schijf citroen. |
 |
Nijpaarden zijn reeds lang niet meer te vinden in het nijlwater
in Egypte. Ze zijn echter nog wel te aanschouwen in de dierentuin
in het zuiden van de wijk Dokki. Voor 25 piaster koop ik een
entreekaartje en dwaal door het labyrint van wandelpaadjes
langs jonge paartjes en kinderrijke gezinnen. De meesten hebben
niet bijster veel aandacht voor de dieren, maar vinden de
omgeving prettig en picknicken op het gras. Bij de nijlpaarden
verzamelen zich verschillende jonge gezinnen om hun kroost
samen met de dieren op een foto te vereeuwigen. Met een handvol
lang groenvoer lokt de bewaker een nijlpaard naar de afrastering
en overhandigt daarna het voedsel aan het kind. De vader wacht
met afdrukken tot het nijlpaard zijn bek open doet. Het geheel
wordt afgesloten met de gebruikelijke bakshish voor de bewaker
en vervolgens stapt de volgende vader met kind naar voren.
Op de weg terug naar het hotel passeer ik een 'halawaani',
een banketbakker, met een onwaarschijnlijk groot assortiment
aan heerlijke, zelfgemaakte koekjes. Het duurt een flinke
poos voordat ik een grote zak heb gevuld: hoe meer keus er
is, hoe moeilijker het is om te kiezen.
verder
naar "karkadee-thee bij de pharao" deel 5
|