|
Egypte: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, tips, advies, info, foto's
EGYPTE: karkadee-thee bij de pharao
(tekst en foto's: Bert Taken)
deel 2/9
Kopen en miskopen
Ik bestel een continental breakfast in het Pharaohs Hotel.
Aan de tafel naast mij zitten twee stellen opzichtig hun aankopen
van de vorige dag te etaleren. Op tafel liggen onder andere
enkele zilveren scarabees, albasten beeldjes, een koperen
Turks koffiestel en gemerceriseerde katoenen stoffen. Ze doen
elk hun uiterste best om aan te tonen dat ze de beste spullen
voor de laagste prijs hebben kunnen bemachtigen.
"Oh, heb je zoveel voor dat beeldje betaald? Dan
had je naar die-en-die winkel moeten gaan. Daar had je hoogstens
de helft betaald."
"Deze stof verkocht de winkelier normaal alleen aan
hooggeplaatste Egyptenaren, maar ik heb dit stuk voor slechts
driekwart van zijn vraagprijs gekregen!"
"De man liet ook scarabees zien, die slechts van
een dun laagje zilver waren voorzien. Deze zijn echter van
massief zilver en ik heb ze voor een vriendenprijsje gekregen!"
Ik raak aan de praat met een paar mensen die ook moeten lachen
om het gepoch. Ze halen even later een paar rollen geperste
bananenbladeren tevoorschijn met gedrukte afbeeldingen van
farao's en andere taferelen. Met enige schroom bekennen ze
dat ze hen verkocht waren als originele, met de hand beschilderde
papyrusvellen. Als medeslachtoffer durf ik nu ook wel verslag
te doen van de aanschaf van mijn flesje parfum. Ik merk dat
het uitwisselen van deze ervaringen heilzaam werkt: het besef
niet de enige schlemiel in Cairo te zijn is een hele opluchting
(iets voor een praatgroep in Nederland?).
De pret wordt nog groter als even later een stel aanschuift
met een groot, in kranten gewikkeld, hoofd van Toetanchamon.
Het "beeldhouwwerk van graniet" blijkt een lopende-band
produkt te zijn, gegoten uit een mengsel van hars en klein
grint. Ze proberen hun misstap nog even goed te praten met
"Ja maar, de man noemde zichzelf voortdurend 'artist'
en er stonden geen twee dezelfde werken in zijn zaak!",
maar lachen even later toch net zo hard mee. We zijn het er
snel over eens dat een "miskoop" tot de absoluut
noodzakelijke ervaringen in Cairo hoort; zonder zo'n miskleun
kun je niet zeggen dat je echt kennis hebt gemaakt met de
Egyptische samenleving! Aan de andere tafel is het intussen
stiller geworden; het gespreksonderwerp is gewijzigd en de
vakantietrofeeën zijn geruisloos van tafel verdwenen.
Naar Memphis, Sakkara en Gizeh
Er is inmiddels een band ontstaan tussen de "gedupeerden"
en daarom besluiten we na het ontbijt een taxi te huren om
ons een dag lang rond te rijden langs de bezienswaardigheden
rondom Cairo. Buiten houden we een zwart-witte taxi aan en
spreken een prijs af voor een rondrit langs Memphis, Sakkara
en Gizeh. Het duurt een flinke poos voordat we de stad uit
zijn. We rijden langs veel vervallen woningen en half afgebouwde
flats met uit-stekend betonvlechtwerk aan de bovenzijde. De
buitenwijken zijn aanmerkelijk minder "westers"
dan het centrum. De mannen en jongens dragen allen witte of
lichtblauwe gallabiyas (lange hemden) en sandalen. De vrouwen
zijn vaak in het zwart gekleed en gesluierd. Langs de weg
staan veel eucalyptusbomen met witgevlekte stammen. Aan de
oever van de Nijl wordt er gewassen en gezwommen door mensen
en dieren.
De kwaliteit van het Nijlwater is waarschijnlijk nog vele
malen slechter dan het op het eerste blik lijkt. Reeds in
zijn in 1954 verschenen reisverhaal 'Morgen bloeien de abrikozen'
doet Bertus Aafjes verslag van de gevolgen van het drinken
van een glas geel, troebel Nijlwater. De lange opname in het
Victoria-hospitaal levert in ieder geval stof tot schrijven
op. De taxi stopt bij een benzinestation die slechts uit één
werkende pomp bestaat. In een kring van tientallen meters
in doorsnede is de grond verzadigd met benzine. Het station
is één grote potentiële benzinebom en ik
ben blij dat ons oponthoud maar van kortstondige aard is.
In Nederland zou men het gehele gebied afzetten en de bevolking
uit de wijde omtrek evacueren.
| Van het oude machtscentrum Memphis resteert nog slechts
weinig. Op het terrein verplaatsen een aantal arbeiders
een grote steen in een tergend traag tempo. Wanneer bezoekers
foto's maken van de werkzaamheden, krijgen ze even later
een bedelende, lege hand voorgeschoteld, "Bakshish?".
De arbeiders wekken de indruk dat ze voortdurend gestoord
worden in hun werkzaamheden, maar ik vermoed dat de grote
steen over een jaar nog steeds op dezelfde plek ligt;
het is een perfect alibi om fooien uit de zakken van toeristen
te kloppen. |
 |
Sakkara vormde de dodenplaats van de oude hoofdstad Memphis
en de necropolis ligt nog steeds grotendeels begraven onder
het zand. Over vele vierkante kilometers verspreid liggen
vele graftombes (mastaba's) van koningen en staatsdienaren
vanaf de 3e Dynastie (na 2600 v.Chr.). Met name de mastaba
van Ti, de mastaba van Mereruka en de trappiramide van Djoser
zijn indrukwekkend. De chauffeur pakt een cassette uit zijn
dashboard en laat ons de afbeelding op het doosje zien, "Om
Kalsoum, very good, mother of Egypt!". Uit de krakkemikkerige
luidsprekertjes klinkt de hypnotiserende stem van Om Kalsoum.
OM KALSOUM
De forse boerendochter wordt in 1900 geboren en genoemd
naar een dochter van de profeet Mohammed. Op vele bijeenkomsten
reciteert zij de Koran en daarbij valt haar mooie stem
op. Zij groeit uit tot de meest populaire Arabische zangeres
van deze eeuw. Haar stemacrobatiek en lange uithalen bezorgen
haar de bijnaam "De nachtegaal van het oosten".
Bij haar vaak lange optredens zingt ze teksten over pijn,
hartstocht en religie. Ze wordt, samen met Nasser, een
levend symbool voor de nieuwe identiteit van het Egyptische
volk. Zij overlijdt in 1975 en haar begrafenis in Cairo
wordt door meer dan een miljoen mensen bijgewoond. |
|
De taxichauffeur doet zijn werk op een uiterst relaxte wijze.
Hij zet ons steeds op een plek af en schat de tijd die we
voor bezichtiging uit dienen te trekken. Ondertussen gaat
hij wat rusten en is weer paraat als we willen vertrekken.
We lunchen in een soort grote bedoeïnentent. In vergelijking
met de stoffige hitte buiten blijkt het verrassend koel te
zijn in de schaduw van de tent.
Aan het begin van de middag vervolgen we de rondreis naar
Gizeh. Reeds van ver zijn ze zichtbaar, drie grote piramides
op een rij. Wanneer we uit de taxi stappen worden we aangeschoten
door enkele kamelendrijvers, "Hey Mister. Cheap camels.
Special price for you!", "From which country
are you? From Holland? Ah, allemachtig prachtig!",
"Hey mister. Don't walk. Too far. Take camel!".
We besluiten de enkele honderden meters naar de grootste
piramide van Cheops te voet af te leggen. De "gladde"
piramide blijkt van dichtbij uit ruwe, grote blokken te zijn
opgebouwd. Er staat een forse wachtrij voor de ingang, maar
we laten ons niet ontmoedigen. Binnen blijkt er een flinke
daal- en klimpartij door smalle, vochtige gangen nodig te
zijn om in de koningskamer terecht te komen.
| De moeite wordt echter ruimschoots vergoed door alleen
al de taferelen die zich in de gangen afspelen: dames
op naaldhakken die acrobatische toeren moeten uithalen
om overeind te blijven, lange rijen transpirerende Japanners
met een camera om de nek en zwaaiend met een wit zakdoekje,
enkele naar adem happende oudere Duitse dames die door
een overdadig gebruik van Eau de Cologne weer op krachten
willen komen en een enkeling waarbij de nieuwsgierigheid
naar de koningskamer het niet wint van een opkomende aanval
van claustrofobie. |
 |
De aankomst in de koningskamer draait voor menigeen op een
teleurstelling uit: "Jezus, is dit alles? Een lege kamer!
Hebben we daar alle moeite voor gedaan!?". Waarna de
gehele tocht in omgekeerde richting met een katerig gevoel
wordt afgelegd.
Eenmaal buiten neem ik een poosje plaats op een grote steen
en laat de aanblik van dit machtige monument op mij inwerken.
Schuin achter de piramide staat de sfinx als een wachter van
het graf. Wanneer de zon al een flink is gezakt keren we weer
terug naar de auto. De taxichauffeur blijkt reeds klaar te
staan. Van de Arabische eenheid is in het dagelijkse leven
niet veel te merken. De Egyptenaren hebben geen hoge pet op
van de andere Arabieren uit bijvoorbeeld Saoedi-Arabië,
Jordanië of Jemen. De chauffeur vloekt wanneer enkele
Koeweiti's niet snel genoeg aan de kant gaan. Het is dom volk,
zegt hij, dat geluk heeft dat het olie bezit. Egypte is één
van de meest gematigde Arabische landen waar de Koran op een
zeer liberale wijze wordt geïnterpreteerd. Het land kent
weliswaar ook fundamentalisten, maar die zijn flink in de
minderheid. Overal is bijvoorbeeld wel sterke drank te koop,
alleen gebeurt dat niet op de meest in het oog springende
plaatsen. Op straat zijn soms hand-in-hand lopende paartjes
te zien en af en toe wordt er zelfs in het openbaar gezoend.
verder
naar "karkadee-thee bij de pharao" deel 3
|