Ecuador, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Zuid Amerika

Met de autoferro van Ibarra naar San Lorenzo

Ecuador reisverhaal: verslag van een reis door Ecuador

(Tekst en foto's: Bert Taken)

In het noordwesten van Zuid-Amerika ligt Ecuador, ingeklemd tussen Colombia en Peru en grenzend aan de Stille Oceaan. Het Andesgebergte loopt van noord naar zuid, dwars door het gehele land. Hoog in dit gebergte liggen vele kleurrijke indianendorpen en, op bijna 3000 m hoogte, de goed geconserveerde Spaans-koloniale hoofdstad Quito. In het noorden loopt er een enkel spoor van het kleine, koloniale stadje Ibarra, op 2210 m hoogte in de Andes, vlak langs de Columbiaanse grens naar de kustplaats San Lorenzo. Het speciale treinstel, de autoferro, bestaat uit een oude schoolbus gemonteerd op het chassis van een spoorwegwagon.

Ik zit in de bus van de hoofdstad Quito naar het plaatsje Ibarra in het noorden. Het prachtige eersterangs uitzicht op de Andes wordt echter bedorven door een lawaaiige derderangs karate-video. Vanuit Ibarra wil ik met de autoferro afdalen naar de kustplaats San Lorenzo. Het autoferrostation ziet er aan het begin van de middag echter gesloten uit. Ik loop enkele malen nieuwsgierig om het verlaten gebouw en tuur door de kieren en loketspleten naar binnen. Er is niemand aanwezig.

Als ik een kwartiertje met mijn rug tegen het stationsgebouw van de zon zit te genieten, komt een oude Otavalo-indiaan in een blauwe poncho naar mij toe. In zijn handen houdt hij twee levende cavia’s omhoog. De cavia (cuy) was al in de Inca-tijd een feestelijke lekkernij. Omdat hij weet dat ik niet over een kookgelegenheid beschik, biedt hij aan om de cavia’s af te leveren bij het een blok verder gelegen restaurantje La Chagra, waar ze diezelfde avond voor mij worden geroosterd. Mijn portemonnee zegt nee, maar mijn nieuwsgierige maag zegt ja en uit dankbaarheid belooft de man de stationschef op te sporen.

Een poosje later komt de oude, kleine stationschef echter vertellen dat alle zitplaatsen in de autoferro de eerstvolgende dagen gereserveerd zijn. Mijn teleurstelling is groot en ik blijf een poosje besluiteloos zitten. De stationschef lijkt zich niet lekker te voelen in zijn rol als brenger van slecht nieuws. Op een gegeven moment gebaart hij me mee naar binnen te komen. In het stationsgebouw pakt hij een groot stoffig, beduimeld boek en streept een naam in de plattegrond van het treinstel door. "Nu is er wèl een plaats vrij in de autoferro van morgen!" zegt hij met een glimlach op zijn gezicht. Met nogal gemengde gevoelens dikteer ik mijn naam en geef hem een fooi van 1000 sucres (ongeveer een gulden).

De volgende ochtend is het nog schemerig als ik om 5.30 uur op het station aankom. Tot mijn verbazing zie ik dat het perron al bijna helemaal vol staat; volgens de stationschef zijn er maar 40 zitplaatsen in het treinstel. Om 06.00 uur gaat er een klein luikje open en terstond begint de hele menigte zich te verdringen voor het loket. Iedereen schreeuwt, vloekt, duwt, trekt en zwaait met geld. Na een poosje begin ik toch mijn geloof in het reserveringssysteem te verliezen en met veel geschreeuw en gezwaai weet ik de aandacht van de stationschef achter het luikje te trekken. Hij gebaart dat ik door de menigte naar voren moet dringen en na veel moeite kan ik gelukkig een kaartje kopen.

Om ongeveer 7.00 uur komt de autoferro in de verte aan rijden. Opnieuw wordt de menigte onrustig. Zenuwachtig schuift men naar de beste strategische posities op het perron, want iedereen constateert al van verre: dit treinstel is veel te klein voor alle mensen op het perron! Vlak voordat de trein tot stilstand is gekomen beginnen enkele mensen alvast hun bagage door de open ramen naar binnen te werpen. Dit is het sein tot de algehele bestorming. Ik besef dat in liefde, oorlog en openbaar vervoer alles geoorloofd is en duik met mijn reistas door een open raam naar binnen. De zitplaats die ik weet te bemachtigen is weliswaar niet mijn gereserveerde plek, maar ik zit in ieder geval.

Binnen een mum van tijd zit de trein propvol: ook het gangpad en de bagagerekken zitten vol met mensen, manden met groente en fruit, kookpotten, kippen en andere handelswaar. Enkele tientallen mensen zijn met bagage en al op het dak geklommen. Langzaam daalt het adrenalinegehalte bij iedereen en de opgefokte sfeer maakt plaats voor een gevoel van trots en voldoening; hier zitten we dan met de elitegroep die het gelukt is om binnen te komen! Buiten zie ik de helft van de mensen nog op het perron staan. Langzaam begint de autoferro aan de lange, langzame afdaling naar de kust en met enig medelijden kijk ik naar de achterblijvende losers op het perron.

Vanuit de trein heb ik een prachtig uitzicht over de Andes, diepe ravijnen, rivieren en watervallen. Regelmatig klinkt er een luid "Bukken!" op het dak, wanneer de autoferro weer door een lage tunnel rijdt. Zo’n 50 km verderop wordt ons treinstel bij een klein stationnetje op een zijspoor gerangeerd en de bestuurder stapt uit zonder een woord te zeggen. Na ongeveer een half uur zien we een tweede, overvolle autoferro voorbij komen. Blijkbaar gaan er vandaag twee treinstellen naar San Lorenzo en hoeft niemand op het station van Ibarra achter te blijven. Weer ruim een uur later stapt de bestuurder de trein in, gevolgd door vijf blanken met grote rugzakken. Waar komen die in hemelsnaam vandaan? Hadden zij een jungle-trektocht gemaakt?

De bestuurder gebaart iedereen op de achterbank en middenpad in te schikken zodat de vijf, inclusief bagage, plaats kunnen nemen. Het blijken Fransen te zijn die weliswaar een treinkaartje in Ibarra hebben gekocht, maar niet assertief genoeg zijn geweest om een plaats in één van beide treinstellen te bemachtigen. Boos hebben zij de directeur van de maatschappij opgebeld, waarna deze de bestuurder van de eerste autoferro heeft gesommeerd te stoppen bij dit station. Met een jeep van de maatschappij zijn zij vervolgens hierheen gebracht. Deze onnodige vertraging zet nogal wat kwaad bloed bij de Ecuadoranen in de trein en de Fransen worden dan ook niet echt hartelijk onthaald.

Langzaam wordt het open berglandschap vervangen door het groene regenwoud. Tenslotte blijft er nog een nauwelijks twee meter brede corridor in het woud over waardoor het enkelspoor zich een weg baant. Af en toe stopt de trein ergens "in the middle of nowhere". In geen velden of wegen is er een dorp of nederzetting te bekennen maar er is wel altijd een perronnetje waar mensen staan te wachten met etenswaren: tomaten, omeletten, mandarijnen, bananen, ijsjes en zelfs complete maaltijden. De bevolking wordt steeds negroïder; de kustregio wordt vrijwel uitsluitend door afstammelingen van gestrande negerslaven bevolkt.

Aan het eind van de middag komt de trein midden in het regenwoud tot stilstand: de koppeling heeft het begeven. De bestuurder probeert nog een tijdlang om dit mankement provisorisch op te lossen maar uiteindelijk is hij toch genoodzaakt naar het volgende station te lopen en daar naar San Lorenzo te bellen. Het kan nog wel een flinke poos duren voordat er een ander treinstel hier arriveert. Links en rechts van de trein bevindt zich ondoordringbaar regenwoud, dus de korte wandelingen beperken zich tot een stukje voor en achter de trein. Ik begin mezelf te verwijten dat ik zo’n haast bij het instappen had: als ik rustig gewacht had, zat ik in het tweede treinstel dat ondertussen al in San Lorenzo moet zijn aangekomen.

Om ongeveer 18.00 uur begint de zon langzaam achter de bomen te zakken. Vanuit het woud worden geluiden van vogels, apen en krekels (en ook slangen, jaguars en kaaimannen?) steeds sterker hoorbaar. Als het al donker is komt de bestuurder terug en er wordt besloten naar het volgende station te lopen om daar te wachten op de reservetrein. Alle rugzakken, kookpannen, kippen, jute zakken, manden en andere handelswaar worden op de rug of op het hoofd geladen en even later loopt iedereen in een karavaan, als ware het een 19e-eeuwse Afrikaanse jungle-expeditie met vele dragers, naar het volgende station. Inmiddels is het zachtjes gaan regenen. De zaklampen schijnen over de spekgladde, natte spoorbielzen. Na ruim een uur arriveren we als verzopen katten op het stationnetje. Iedereen heeft dorst en er is alleen bier verkrijgbaar! Enkele lokale negers hebben de hele dag blijkbaar al dorst gehad. Met bloeddoorlopen ogen slaan ze dronken wartaal uit en zwaaien vervaarlijk met hun grote, scherpe machetes (kapmessen).

Om ongeveer 21.00 uur arriveert er eindelijk een treinstel uit San Lorenzo. Opgelucht zetten we vervolgens weer koers naar de kust. Het regent nog steeds en alle "dakzitters" van het treinstel hebben ook een plek in het treinstel opgeëist. We zitten zó dicht op elkaar gepakt dat we afspreken dat de oneven rijen alleen mogen inademen wanneer de even rijen uitademen.

Gelukkig komt na ongeveer anderhalf uur de trein vanwege een defecte versnellingsbak opnieuw tot stilstand. De vijf Fransen zullen nu ondertussen wel spijt hebben van hun besluit om de directeur van de maatschappij in Ibarra te bellen. Alle mannen moeten uitstappen en het treinstel naar een enkele honderden meters verder gelegen, verlaten stationnetje duwen. Het ziet er niet naar uit dat er op korte termijn een nieuw treinstel vanuit San Lorenzo komt. Niet alleen beginnen de drank- en voedselvoorraden in te trein op te raken, waarschijnlijk is de voorraad autoferro’s nu ook op!

De Fransen roepen dat het een schande is en eisen dat de spoorwegmaatschappij voor vers drinkwater zorgt (waar zou men dat vandaan moeten halen en hoe zou men dat hier midden in het regenwoud moeten brengen?). De rest van de reizigers blijft rustig en vertoont toch enig sporen van leedvermaak. Iedereen verspreidt zich over het compartiment en het perron en probeert zo nog enkele uurtjes te slapen.

De autoferro stopt met pech

Gestrande reizigers

De volgende ochtend komt een grote neger uit een nabijgelegen nederzetting een grote tros bananen brengen. Ik heb nog nooit zoveel mensen lekker zien ontbijten met enkele bananen!

Om 07.30 uur verschijnt er een vrachtwagen waarvan de wielen zodanig zijn aangepast dat ze over de rails kunnen rijden. Als vee worden we achter op de vrachtwagen geladen, maar dat is voor niemand een probleem; als we maar naar San Lorenzo worden gebracht. Ik neem mijn intrek in het roze Hotel Carondolet aan het plaatselijke pleintje en neem een verfrissende douche. Op mijn kamer hoor ik een poosje later een hoop gevloek en getier op de gang. Twee van de vijf Fransen blijken geheel ingezeept onder de douche te staan op het moment dat er geen water meer uit de kraan blijkt te komen. Tja, de natuur straft de mensen die hun lot proberen te ontlopen wel èrg hard.

Buiten hoor ik verwaaide Carïbische marimba-klanken die nog nooit zó mooi in mijn oren hebben geklonken!

 

 

 

 


 

Google
Vamonos Travels