|
Cuba,
informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's
Cuba: mojito, son en Chevrolet
deel 4/8
Trinidad
Trinidad werd in 1514 gesticht en wordt ook wel de koloniale
suikerhoofdstad genoemd. In de 18e en 19e eeuw werd Trinidad
(voor de plantage-eigenaren en de elite) een welvarende stad
door de suikerrietplantages. Na de industriële revolutie
en de invoering van bietsuiker in Europa raakte de stad in
verval. Bijna een eeuw lang leidde het stadje een slapend
bestaan en het hele centrum ziet er nog uit zoals in 1850.
De straten bestaan uit kasseien met een geul in het midden
om water af te voren. De lage pastelkleurige huizen hebben
mooie smeedijzeren tralies. Het centrum is verboden voor auto’s
en er zijn nergens reclameborden of andere tekenen van de
moderne tijd te zien. Het stadje staat dan ook niet voor niets
op de monumentenlijst van UNESCO. Er zijn veel casas pariculares
in de binnenstad.
Als we aan het begin van de middag met de Viazul-bus arriveren
staan er tientallen mensen met bordjes en foto’s te
wachten. 's Ochtends worden nogal wat toeristen uit de all-inclusive
resorts door tourbussen hier gedropt. Maar later in de middag
wordt het meestal weer rustiger. Na de revolutie hebben vrijwel
alle straten andere namen gekregen en zijn genoemd naar vrijheidstrijders
uit de diverse onafhankelijkheidsoorlogen. Op diverse plattegronden
staan echter nog de oude namen en dat maakt het af en toe
verwarrend. Het centrum van Trinidad is echter niet zo groot,
zodat het geen echt probleem is.
 |
|
’s Avonds heeft Mabel in de Francisco J Zerquera (voorheen
de Rosario) een maaltijd met kreeft gemaakt. Een eindje verderop
in de straat is een “dollar-winkel”: een supermarktje
waar je alleen met CUC’s kunt betalen. In tegenstelling
tot de lokale, bijna lege winkeltjes is hier van alles te
koop. Toch is het assortiment - vergeleken met westerse supermarkten
- tamelijk beperkt. We kopen een fles witte Cubaanse wijn
die een klein beetje zuur smaakt, maar van de cena toch een
feestmaaltijd maakt.
Het is een zeer fotogeniek stadje: mannen met sigaren en
strohoeden zitten op de pleintjes, paarden en wagens komen
langs en af en toe staat er een mooie oldtimer voor de pastelkleurige
huizen. In enkele zijstraten in het centrum is een markt met
veel handwerk in de vorm van tafelkleedjes en kleding. Vrouwen
zitten in de schaduw te werken aan de kleedjes. Overal in
de buurt van de Plaza Mayor staan mannen die sigaren willen
verkopen. De dozen Montecristo zien er authentiek uit, maar
de sigaren zijn dat niet. Iedereen kent ook een goede paladar
waar je vis en garnalen kunt eten.
Aan de Villena in het centrum staat de Templo a Yamaha. Het
is een gebouw waar Santeria-bijeenkomsten worden
gehouden. De oorspronkelijke slaven uit Afrika, vooral uit
Nigeria en Togo, vermengden de opgedrongen christelijk godsdienst
met hun eigen godenwereld en rites. Zo ontstond de Santeria,
die op Haïti de voodoo ging heten. De dans vorm hiervan
een belangrijk onderdeel. Castro heeft lange tijd de Santeria
verboden, maar sinds enkele jaren worden openbare uitingen
toegestaan. Voor de Afro-Cubaan is Olurun de oppergod.
Het zijn echter ondergeschikte goden, die worden aanbeden,
de Orisha, die elk een onderdeel van het universum
beheersen.

In de Santeria-kerk |

Sigarenroker |

De tijd staat stil ... |
Op de hoek van Gral Lino Perez en Jose Marti is een kleine
afdeling van de sigarenfabriek Piro Guinart. We nemen een
kijkje binnen en krijgen van enkele vriendelijke medewerkers
uitleg over het maken van sigaren. Ze vertellen ook dat enkele
wijken zuidwestwaarts de echte fabriek is. Ook daar nemen
we een kijkje. Wanneer we langs de arbeiders lopen fluisteren
ze steeds dat we goedkoop sigaren kunnen lopen: 10 stuks voor
$15. Sommige medewerkers hebben de aanbieding zelfs op een
blaadje geschreven en houden dat omhoog als ze zien dat de
chef niet aanwezig is. Het is enerzijds informatief om het
fabricageproces te zien maar anderzijds ook genant om te zien
hoe wanhopig de arbeiders aan dollars willen komen.
 De sigarenfabriek |
Sigaren maken valt niet mee .... |
Elke avond - en vaak ook overdag - is er muziek te horen
in Casa de la Trova, La Escalita en La Palenque de los Congos
Reales. Vooral La Escalita - een terras op de trappen naast
de Iglesia Santísima Trinidad - is populair: ’s
avonds om 21.00 uur zijn alle stoelen bezet en wat later zijn
ook alle traptreden gevuld. De lokale bevolking danst en draait
uiterst soepel met elastieken heupen en de enkele dansende
toerist is door de voorzichtige stijve pasjes gemakkelijk
te herkennen. Obers lopen af en aan met bladen bier en mojito.
De lokale bevolking koopt liever van tevoren een fles rum
en laat die onderling rouleren.

Handwerk markt |
Playa Ancon |
De volgende dag nemen we een taxi naar Playa Ancon, ongeveer
12 km zuidelijker. Hier staan enkele resorthotels met een
mooi strand en warm, helder water. Het is niet druk en we
kunnen probleemloos twee ligstoelen onder een rieten parasol
voor een hotel nemen. Pas in de loop van de middag wordt het
drukker: blijkbaar hebben de tourgroepmensen ’s ochtends
Trinidad bezocht.
Niet ver van Trinidad ligt de Valle de los Ingenios, een
vallei waar vroeger suikerrietplantages waren waar slaven
werkten. Het is een mooie vallei met her en der palmbomen,
maar veel is er niet te zien. Er staat een vijftig meter hoge
toren vanwaar de plantageopzichter de slaven in de gaten hield.
In de toren hing een grote bel om alarm te slaan, maar die
is blijkbaar op een goede dag naar beneden gevallen. Hij ligt
nu een meter of vijftig van de toren op de grond. Het uitzicht
vanaf de toren is wel mooi.
verder
naar "Cuba: mojito, son en Chevrolet" deel 5
|