Cuba,
informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's
Cuba: mojito, son en Chevrolet
Cuba reisverhaal: verslag van een reis door Cuba met
veel informatie en foto's
14 april t/m 08 mei 2005
(tekst en foto's: Bert Taken & Truus Kolenbrander)
deel 1/8

Havana
Vanaf het vliegveld rijdt de taxi ongeveer 18 kilometer over
nogal verkeersstille wegen naar de hoofdstad. Havana is zo’n
beetje de enige derdewereld hoofdstad waar je niet eerst door
uitgebreide krottenwijken rondom de stad moet rijden voordat
je het centrum bereikt. We passeren een groot gebouw met een
gigantische afbeelding van Che Guevara tegen de muur. Op het
gebouw staan de revolutionaire spreuken “Hasta la Victoria
Siempre” en “Patria o muerte - Venceremos”.
Langs de straat staan enkele mooie oldtimers met (nog steeds)
glimmend chroomwerk. Nu weet je meteen dat je in Cuba bent.

Hotel Inglaterra is geen slecht begin voor een aantal dagen
Havana. Het hotel dateert uit 1875 en is een indrukwekkend,
monumentaal gebouw in koloniale stijl vol mozaïek-betegeling,
geornamenteerde plafonds en glas-in-lood. Op het buitenterras
speelt een zevenkoppige band son-muziek. Af en toe zien we
gele Nederlandse bussen passeren die nog de oorspronkelijke
bestemming aan de voorzijde dragen: Baarn NS, Veenendaal,
Buiten Dienst, Drachten of Bilthoven. Een vreemde gewaarwording.
Cuba heeft in de jaren negentig een aantal oude Nederlandse
bussen aangeschaft (of waren het donaties?), maar de bestemmingsborden
verwijderen was blijkbaar teveel moeite. Zelfs het 0900-reisinformatienummer
en de reclame voor Nationale Nederlanden staat er vaak nog
achterop.
Ten zuiden van het Gran Teatro staat het Capitolio: een kopie
van het Capitol in Washington, gebouwd door de dictator Machado
tussen 1929 en 1932 om indruk te maken op zijn Amerikaanse
bondgenoten. Voor en naast het gebouw staan vele tientallen
old-timers. De stad is één groot openlucht auto-museum
en gefascineerd lopen we langs de auto’s uit de hoogtijdagen
van Amerikaans extravagant autodesign: diverse Chevy´s
Bel Air, Studebaker, ’57 Cadillac Fleetwood, ’58
Plymouth Savoy, ’52 Buick Roadmaster, ’57 Dodge
Coronet, ’57 Chrysler Imperial.

Het schijnt dat in 1959 de gehele weg naar het vliegveld
vol stond met auto’s die waren achtergelaten door de
rijke Cubanen die hun land ontvluchtten voor de oprukkende
revolutionaire troepen van Castro. De auto’s hebben
vrolijke kleurencombinaties: rose, blauw, geel, paars, mintgroen,
rood-wit, etc. Ze hebben soms brede vleugels of staartvinnen
achter, raketvormige achterlichten, bolle neuzen, grilles
met tanden, en grote mascottes - verchroomde gestileerde vliegtuigen
- op de motorkap. De eigenaars zijn zeer trots op hun automobielen
en besteden dagelijks vele uren aan het poetsen van het chroom.
De meeste auto’s zijn in gebruik als taxi voor toeristen.
De Cubanen zelf maken voor lokaal vervoer gebruik van de vaak
overvolle camelo: een grote truck met als oplegger
een lange personencabine met een “knik” in het
midden waardoor de cabine twee “bulten” heeft.
Soms zitten er honderden mensen in.
| 
Openbaar vervoer in Havana:
een camelo, Gran Taxi, bicitaxi
|
Partagas sigarenfabriek |
Achter het Capitolio staat de Partagas sigarenfabriek. Hier
worden de beroemde Montechristo (Che Guevara’s favoriet)
en Romeo y Julieta (Churchill’s favoriet) sigaren gefabriceerd.
Het is een tijdrovend handwerk en de kwaliteitseisen zijn
hoog. Dat mag ook wel voor sigaren die 6 tot 20 euro per stuk
kosten. Er is op de eerste verdieping een “school”
en alleen de beste sigarenmakers mogen na negen maanden door
naar de afdeling van de professionals op de tweede verdieping.
De werkers doen ongeveer 5 minuten over het maken van een
goede sigaar en dienen er minstens honderd per dag te maken.
Vele tienduizenden worden er zo dagelijks gemaakt, dus het
is een winstgevende business voor de Cubaanse regering. Er
mogen geen foto’s gemaakt worden om eventuele terreuraanslagen
tegen te gaan (lijkt mij niet echt een afdoende maatregel….).
Buiten staat op elke straathoek wel een verkoper die fluisterend
goedkope dozen sigaren aanbiedt. Volgens de verkoper stiekem
uit de fabriek gesmokkeld en gegarandeerd authentiek. Volgens
elke reisgids bevatten de dozen goedkope imitaties die soms
zelfs bananenbladeren in plaats van tabaksbladeren bevatten.
Even ten westen van Hotel Inglaterra ligt de wijk Havana
Centro: slechts enkele straten verwijderd van de platgetreden
toeristenpaden speelt zich hier het echte leven in deze oude
stad af. Kinderen spelen baseball op straat met een bezemsteel
en een flessendop, mannen spelen domino, vrouwen schreeuwen
naar de overbuurvrouw, volwassenen schuiven met tientallen
aan bij de slager omdat er vlees is gearriveerd en bejaarden
zitten in de schaduw de voorbijgangers gade te slaan. De meesten
met een dikke sigaar geklemd tussen de lippen. De wijk is
niet opgeknapt zoals Havana Viejo. Hier heeft onderhoud echt
50 jaar stil gestaan, maar is het verval onverstoorbaar doorgegaan.
Veel straten zijn onverhard. Op diverse plaatsen worden vanuit
ramen en portieken pizza’s verkocht wordt. Jong en oud
loopt met een kleine, ronde, dubbelgevouwen pizza’s
(veel deeg en een klein beetje tomatensaus en kaas) in de
hand. Eten in restaurants is voor de meeste Cubanen te duur
en dan is een stuk pizza voor 5 lokale pesos een alternatief.
(ter info: 1 CUC = 1 peso convertible = 0,87 euro = 24 peso
Cubano) Vaak verkopen ze er ook sap van de chirimoya:
een zoete, witte, vleesachtige vrucht. ’s Avonds is
de verlichting schaars. Nergens is lichtreclame zichtbaar.
Het is donker in de straten en de duistere silhouetten van
de afbraakhuizen geven het beeld van een door een grote oorlog
verwoeste wijk.
| 
Havana Centro
|
Havana Centro |
Tussen 1960 en 1990 kreeg Cuba vele miljarden steun van Rusland.
De handelsboycot van de Verenigde Staten en beperkte handel
met andere landen waren al die tijd geen probleem. Na het
uiteenvallen van de Sovjet-Unie viel die geldstroom weg. Cuba
raakte in een diepe crisis. Er was nauwelijks benzine voor
auto’s en bussen: in veel steden keerden paard en wagen
terug en werden fietstaxi’s geïntroduceerd. Voedsel
werd nog schaarser en veel wanhopige mensen wilden naar Miami
vluchten. Om toch dollars binnen te krijgen werd er alles
aan gedaan om toeristen binnen te halen. Langs de prachtige
stranden verschenen all-inclusive resorts en luxe hotels.
We eten een spaghetti in Café
Paris, maar dat is bepaald geen culinair hoogtepunt:
de spaghetti is koud, de tomatensaus is vermengd met
wat tafelzuur, her en der is wat smakeloos kaasschaafsel
te ontdekken, de plakjes tomaat lijken met een kaasschaaf
te zijn gesneden en de ober lijkt ook niet echt vrolijk
dat we hem werk bezorgd hebben.
Aan de overzijde van het Parque Central staat het Museo
Nacional Palacio de Belles Artes afdeling Arte Universal.
Op de begane grond is veel Griekse en Egyptische kunst
te zien en op de hogere verdiepingen veel Europese kunst
uit de 16e en 17e eeuw. Enkele straten noordelijker
staat de afdeling Arte Cubano van hetzelfde museum.
Dit museum bevat zowel koloniale kunst uit de 18e en
19e eeuw als hedendaagse Cubaanse kunst. Naast een hoeveelheid
revolutionaire kunst hangen er ook veel uitbundige,
kleurrijke moderne werken. Zeer de moeite waard. |
Mama Cigarro |
Na enkele nachten in het sfeervolle Hotel Inglaterra zoeken
we (goedkopere) casa particular in Havana Viejo,
het oude oostelijke deel van de binnenstad. Tegenwoordig mogen
mensen één of twee kamers in hun huis aan toeristen
verhuren. Daarvoor moeten ze wel een prijzige vergunning van
de regering kopen. Op de deuren van de casas particulares
is een vergunningssticker geplakt. We wandelen door de wijk
en bellen bij verschillende casas aan. Meestal is de buitenzijde
niet representatief voor de kwaliteit van de kamer. Enkele
malen gaan we door een afgebladderde voordeur naar binnen,
klimmen via een donker trapportaal met kapot marmer en verroestte
smeedijzeren balustrades naar boven om tenslotte op een prachtige
etage met koloniale meubels, een schoongebouwde oude tegelvloer
in een kamer met airco en kraakheldere lakens te komen. Havana
is over het algemeen wat duurder dan de rest van Cuba. Voor
een redelijke kamer betalen we totaal 25 CUC (ca. 22 euro).
Voor een groot ontbijt vragen ze meestal 2,5 of 3 CUC en een
uitgebreide maaltijd kost 5 - 8 CUC. De kwaliteit van het
eten is vaak veel hoger dan in een gemiddeld restaurant. We
nemen voor enkele nachten een kamer op de tweede verdieping
bij Senora Mercedes de Los Angeles Castro (wat een naam!).
Havana Viejo is sinds 1982 door de UNESCO bestempeld tot
cultureel erfgoed van de mensheid. Sinds wordt er veel geld
en werk gestopt in het restaureren van de oude panden. Veel
oude gebouwen zijn inmiddels veranderd in een hotel of een
restaurant. De wijk is grotendeels autovrij. Door het ontbreken
van verkeerslichten en reclameborden heeft de wijk haar authentieke
karakter behouden.
 |
El Floridita |
|
We lopen naar de cafe-bar El Floridita, één
van de twee kroegen die Hemingway destijds veelvuldig bezocht.
In de hoek van de bar staat een bronzen standbeeld van hem
op zijn favoriete drinkplek. Voor veel bezoekers is een foto
naast het beeld met een daiquiri in de hand een favoriet
onderdeel van hun aanwezigheid. Er hangt nog een foto van
Hemingway samen met Castro in 1960. De Calle Obispo is een
drukke voetgangersstraat en kent veel karakteristieke en vaak
mooi opgeknapte panden. Het interieur van Drogueria Johson
ziet er nog net zo uit als bijna een eeuw geleden. Achter
de donkere houten toonbanken staat hoge schappen vol aardewerken
potten met pillen en kruiden. In de lobby van het hotel Ambos
Mundos - waar Hemingway tijdens zijn eerste bezoek aan Cuba
in de dertiger jaren verbleef - hangen veel foto’s van
Hemingway. Ook zijn voormalige kamer is te bezichtigen.
De Calle Obispo eindigt op de Plaza de Armas: het oudste
plein van Havana. Rondom het pleintje staan veel boekenstalletjes
die overwegend boeken verkopen met Che Guevara of Fidel Castro
op de voorzijde. Er zijn enkele sfeervolle terrasjes voor
de restaurants: omgeven door bloemen en planten en uiteraard
een orkestje. Vlakbij het Castillo de la Real Fuerza is een
grote souvenirmarkt. We zien honderden schilderijen van oldtimers,
La Bodeguita del Medio of muzikanten, langs nog meer houten
of papier marche modellen van oldtimers, langs beeldjes van
negerinnen met dikke achterwerken en een sigaar in de mond.
 |
De souvenirmarkt |
|
We lopen westwaarts naar de Plaza de la Catedral. Op het
plein voor de Cathedral de San Cristobal de la Habana staat
een dozijn tafels en stoelen van het restaurant El Patio.
Hier filmde Francis Coppola de scene waarin Michael Corleone
en zijn broer Fredo met een daiquiri aan een tafel van El
Patio zitten. Zo te zien is er sindsdien niet veel veranderd.
We nemen ook een daiquiri en zien hoe mooi uitgedoste vrouwen
met een mand vol bloemen in de arm en een sigaar in de mond
graag tegen betaling voor fotograferende toeristen poseren.
 |
Plaza de la Catedral |
|
De Hemingway-bar La Bodeguita del Medio om de hoek is eigenlijk
een "tourist-trap" die vol tourgroeptoeristen zit.
Een mojito kost hier maar liefst 4 CUC (voor veel
Cubanen een weeksalaris). Geroutineerd mixen de barkeepers
een dozijn daiquiri's tegelijkertijd. Achter de bar hangt
de door Hemingway geschreven tekst “Mi mojita en La
Bodeguita, mi daiquiri en El Floridita”. In het restaurant
deel hangen foto’s van oude en recente bezoekers: Spencer
Tracy, Ava Gardner, maar ook Gerard Depardieu en Naomi Campbell.
 Hemingway's
bord in "La Bodeguita del Medio" |
Edificio Bacardi |
Op de hoek van de Avenida de Las Misiones, naast het Plaza
Hotel, staat het voormalige hoofdkwartier van Bacardí,
de beroemde rumfabrikant. Het Edifício Bacardí
is een schitterend art-deco gebouw uit 1930 met veelkleurige
keramiek decoraties. Het gebouw was een van de eerste (kleine)
wolkenkrabbers in Havana. Op de top staat de kenmerkende “Bacardí
Bat”. Het gebouw is recentelijk opgeknapt en in het
gebouw treffen we nog zeer veel oorspronkelijke elementen
aan. We lopen het nabijgelegen Plaza Hotel in en nemen de
lift naar het dakterras op de 5e verdieping. Van daaruit is
het Bacardí heel mooi van dichtbij te bewonderen.
In het zuiden van Havana Viejo ligt de Plaza Viejo. Het plein
is de afgelopen jaren flink opgeknapt. Midden op het plein
staat een fontein dat door een hekwerk is afgesloten: dat
maakt het plein ook wat minder levendig. Bij de terrasjes
staan weer orkestjes te spelen. Na een set songs lopen ze
langs de tafels om hun cd te verkopen of om een fooi te ontvangen.
Het basisniveau van alle orkestjes is zeer hoog. Alle muzikanten
beschikken over goede zangstemmen en beschikken over een perfecte
timing. Wel is de repertoirekeuze een beetje beperkt. We hebben
de songs “Guantanamera” en “Chan Chan”
vele malen voorbij horen komen, maar de kwaliteit is zo goed
dat het geen moment verveeld.
We nemen een oude taxi naar het Hotel Havana Libre in de
wijk Vedado. Het voormalige Hotel Hilton was net een jaar
geopend toen het in 1959 door het leger van Castro en Che
Guevara in beslag werd genomen. Gedurende drie maanden hielden
zij hun kantoor in de Continental Suite kamer 2324. In de
lobby hangen nog veel foto’s uit die tijd. Ook het meubilair
lijkt nog uit die tijd e stammen. We gaan met de lift naar
de 20e verdieping waar we een mooi uitzicht over geheel Havana
hebben.

Hotel Havana Libre |
Wachten op ijs bij Coppelia |
Aan de overzijde van de straat is de beroemde ijssalon Coppelia.
Voor de ingang staat een rij van vele tientallen mensen geduldig
te wachten tot ze naar binnen mogen. Het ijs schijnt van een
goede kwaliteit te zijn, want vele mensen vinden een uur wachten
geen probleem als ze daarna gedurende tien minuten ijs mogen
eten. Toeristen mogen bij voorrang naar binnen, maar worden
wel naar een apart buitenterrasje geleid. Het is wel wat gênant
om als bevoorrechtte personen onder begeleiding van een bewaker
langs de rij wachtenden te lopen. De Cubanen zelf lijken daar
zelf geen probleem mee te hebben: ze blijven massaal rustig
en gelaten wachten(of is het uitzichtloze berusting?). De
lijst met smaken is lang, de porties zeer groot, maar niet
alles is elke dag verkrijgbaar. De smaken Strawberry en Chocolate
zijn favoriet, vandaar de titel “Fres y Chocolate”
die de Cubaanse regisseur Tomas Gutierrez Alea aan zijn film
gaf waarin Coppelia nadrukkelijk voorkomt.
De oude, statige huizen aan de kilometers lange Malecón
voeren een vergeefse strijd tegen de verwoestende zoute zeewind.
Sommige panden zijn - waarschijnlijk tevergeefs - weer opgeknapt,
andere lijken nog slechts overeind te worden gehouden door
klodders verweerde pastelverf. De ruwe zee stuwt het water
vele meters hoog op tegen de kade. In een kleine beschutte
baai zoeken nog wat mensen verkoeling in het water. Een orkestje
moet hard spelen om boven het lawaai van de branding uit te
komen. We lopen verder langs de Malecón. Met grof geweld
slaat het water tegen de kademuur, waardoor er golven ontstaan
van een meter of tien hoogte, die ook over de straat heen
spoelen. Vissers proberen nog wat te vangen om hun maaltijd
aan te vullen. Paartjes lopen te flaneren of zitten te vrijen
op de kademuur.
| 
Malecon
|
Malecon |
verder naar "Cuba: mojito, son en Chevrolet" deel
2
|