Baobab
Cuba, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's

De comparsa van Santa Clara

Cuba reisverhaal: verslag van een reis door Cuba

(tekst en foto's: Rik van Boeckel)

Cuba reizen

De comparsa is een typische Cubaanse volksdans die elk jaar tijdens het carnaval voor vrolijke kleurrijke taferelen zorgt. Minder extravagant als het carnaval in Rio maar heel karakteristiek voor Cuba. Het carnaval wordt op Cuba van 24 t/m 28 juli gevierd tijdens de verjaardag van de revolutie. Op Cuba wordt ze al sinds de tijd van de slavernij gevierd met uitzondering van bepaalde periodes zoals de Speciale Periode in de jaren negentig. Rik van Boeckel bezocht het carnaval in Santa Clara, de stad waar Che Guevara begraven ligt.

Enkele dagen voor het officiele begin van het Cubaanse carnaval, wandel ik ‘s avonds van mijn pension aan de Calle Padre Chao naar het centrum van Santa Clara. In de verte verrijst het standbeeld van Che boven de stad. Dichtbij klinkt het geluid van trommels. Na een korte tocht door donkere straatjes beland ik op een pleintje. In het schaarse licht van enkele lantaarns paraderen jongens en meisjes in de leeftijd van 10 tot 16 jaar van de ene hoek van een straat naar de andere. De straat is kort en dus draaien ze om als ze aan het eind zijn. Ze repeteren voor de carnavalsparade. Er wordt hard geoefend op de bij de comparsa horende bewegingen.

Ik sta aan de rand van de wijk Condao del Norte. Een van de congaspelers wenkt me dichterbij te komen. Ik sta vlak achter twee bombo-spelers. De bombo is een grote ronde bastrommel waarop met één stok het basisritme wordt geslagen. Daardoorheen klinken de campanas, de bellen, en een sartén (letterlijk: braadpan). De bespeler van dit percussie- instrument draagt voor zijn buik een houten frame waaraan drie metalen pannetjes zijn bevestigd die hij met twee dunne stokken bespeelt. Ze brengen een licht ratelend geluid voort.

Een koor van zangers probeert boven ‘t geweld van de trommels uit te komen en wordt daarin ondersteund door trompetten en andere blaasinstrumenten. De hoge schrille klanken van de trompeta china, ooit door Chinese arbeiders naar Cuba gebracht, klinken boven alles uit. De dansers en danseressen voeren hun bewegingen op. Ze worden voortdurend gecorrigeerd door op fluitjes blazende vrouwen in strakke lichtblauwe trainingsbroeken. De choreografie hoort strak uitgevoerd te worden. Net als bij het Braziliaanse carnaval zit aan het Cubaanse carnaval ‘n wedstrijdelement vast.

Het ritme van conga’s en bombo’s gaat onophoudelijk door. Twee van de vijf congueros laten virtuoze solo’s horen. De andere drie spelen ieder een verschillend ritme patroon dat strak wordt vastgehouden. De dansers en danseressen improviseren direct op veranderingen in het ritme. Elke verkeerde beweging wordt meteen gecorrigeerd. Ik sta hier echter niet te kijken naar een repetitie in een danstheater maar naar een typisch Cubaanse volksgebeuren.

Afrikaanse oorsprong

In andere Cubaanse steden als Havana, Matanzas en Santiago de Cuba zijn op dit moment eveneens dit soort repetities gaande. Beroemd zijn “La comparsa de los hoyos” uit Santiago en “La Comparsa El Alacran” uit Havana . “El Alacran” (de Schorpioen) is opgedragen aan Yemaya, de Yoruba godin van de zee, en bestaat al sinds 1908. De roots van de comparsa liggen deels in de Congo en in de Yoruba-regio’s van Nigeria.

De voorouders van de Cubaanse Yoruba’s dansten daar in speciale kostuums door de straten, begeleid door batadrums. Op Cuba ontstond de comparsa ten tijde van de slavernij uit kerkprocessies. Midden 18e eeuw stonden de jezuiten het toe dat de slaven, verenigd in geheime genootschappen(cabildos), tijdens het carnaval hun eigen feesten vierden en gekostumeerd de straat op trokken. Niet alleen tijdens de gebruikelijke carnavalstijd, eind februari, maar ook bij andere door de Spanjaarden geintroduceerde feesten zoals Driekoningen.

Na de revolutie is het carnaval naar eind juli verplaatst en valt ‘t samen met de verjaardag van de revolutie. Daarnaast zijn er talloze kleine carnavals die soms in december, soms in augustus plaats vinden. In een van de oudste Cubaanse steden Remedios, niet ver van Santa Clara, gaan twee wijken elk jaar een wedstrijd aan in wie het beste vuurwerk afsteekt. Dit komt geregeld midden in het publiek terecht. Tijdens een van mijn vorige reizen was ik hier getuige van en zag het publiek telkens uiteenstuiven. Een vurig spel waarbij voorzover ik weet geen gewonden zijn gevallen.

Conga

Na de repetitie maak ik kennis met de dirigent van de comparsa groep Las Marajas: Olmo Torrientes. Hij nodigt me de volgende dag bij hem thuis uit. Als ik Olmo de volgende dag thuis tref, kijkt hij naar een optreden van Omara Portuondo op de Cubaanse tv. Ze wordt slechts begeleid door conga’s en bata’s en door Cubaanse cajones die in tegenstelling tot de Spaanse cajones aan de bovenkant worden bespeeld.

Na de tv-uitzending speelt hij de verschillende comparsa ritmes voor. “Voor de revolutie heette de Comparsa simpelweg de Conga. Het is de feitelijke benaming van de muziek en de dans. De Comparsa is de naam van de optocht” vertelt hij.
“We spelen tijdens het carnaval tevens ritmes uit het oosten van Cuba zoals de changui en de cocuye. De mensen rennen bij die ritmes achter de congaspelers aan”. Elke regio op Cuba kent zijn eigen variant op de Comparsa. Het is een typische volksdans. Net als bij salsa wordt er in paren gedanst.

Olmo: “In Santa Clara komen de groepen uit verschillende wijken zoals Condao del Norte. Een jury beoordeelt de groepen op kleding en dans. Er wordt een 1e, 2e en 3e prijs uitgereikt. Dat is geen geldprijs maar een prijs die het prestige van de winnende groep verhoogt. Er zijn ook prijzen voor het beste danspaar, de beste dirigent, de beste congaspeler, de beste vaandeldrager”.
De groepen in Santa Clara luisteren naar namen als Las Marajas, Los Guaracheros, Los Cubanitos, Los Pilongos.

Baile Africano

Vrijdagavond rond zeven uur verzamelen de groepen zich in de wijk Sandino. Comparsa groepen en praalwagens (carrozas) zullen langs de Carretera Central trekken. Het publiek staat langs beiden zijden van de weg.

Dansers en danseressen zijn uitbundig aangekleed. Elke praalwagen heeft een eigen karakter. “Baile Africano” kondigt de speaker aan. De aankleding van andere wagens is Braziliaans (met veel glitter en schaars geklede dames) , Arabisch of Spaans. Tussen de wagens door lopen de comparsa groepen. De groep uit Condao del Norte heeft gewone kleding aan terwijl een andere groep (uit het 80 kilometer van Santa Clara gelegen Trinidad) speciale tenues draagt.

Dansers met rieten hoeden draaien rond danseressen in korte gestreepte hoepelrokken. De dansers en vaandeldragers worden gevolgd door de drummers. De optocht stopt zodat de jury de dansers goed kan zien. Vaandeldragers en dansers lopen steeds heen en weer zoals ik tijdens de repetitie heb gezien.

Kindercarnaval

Sommige groepen hebben veel werk gemaakt van de aankleding. Aangemoedigd door ‘t publiek trekken de kleurrijke groepen dansers en drummers door de straten van Santa Clara.

De volgende morgen tijdens het kindercarnaval is dat niet anders. Dit vindt plaats rond Parque Vidal, het centrale plein van Santa Clara. Clowns geven het feestelijk gebeuren een extra vrolijk karakter. De comparsa drummers spelen even fanatiek en hard als de avond ervoor. Los Marajas heten nu Las Marajasitos, Los Pilongos Los Pilonguitos. De kinderen dansen alsof hun leven ervan af hangt.

Het carnaval gaat nog een aantal dagen door. In de wijk Sandino treden naast lokale salsabands ook bekende artiesten op als Cesar Pedroso, Elio Revé en Los Munequitos de Matanzas. Ook Cubaanse rapgroepen als Maxima Alerta geven acte de presence. De laatste avond van ‘t carnaval schuifelt een grote menigte heen en weer over het plein voor het honkbalstadion Cesar Sandino, genoemd naar de Nicaraguaanse vrijheidsstrijder. Ergens hoor ik Isaac Delgado’s :”La vida es un carnaval”. Er wordt volop gedanst. Een fietstaxi brengt me naar de Carretera Central. Daar is de afsluitende parade.

Ik wacht op Las Marajas, de groep van Olmo Torrientes. Als ze eraan komen, gebaart hij me met ze mee te lopen. “Los Cubanitos hebben de eerste prijs” fluistert hij me in. Ik herinner me hun witte Moors aandoende kleding. De solo van de conguero naast me klettert in mijn oren net als de campana, de bel die simpel maar doeltreffend alle ritmische elementen aan elkaar breit.

Naar de website van Rik van Boeckel

Vamonos Travels

 

 


 

 

ATP vakanties

 

Vliegticketspecialist

 

Reisspecialist
Google