Cuba,
informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's
Vier weken fietsen door Cuba
Cuba reisverhaal: verslag van een reis door Cuba
(tekst en foto's: Warre Schelfhout)
deel 1/4
Woensdag 25 oktober
Om 5u45 loopt de wekker af want ik moet om 6u10 de trein naar
Berchem nemen. Daar aangekomen is het wachten op de trein
naar Amsterdam van 7u27. Mijn fiets wordt in een speciale
ruimte geplaatst en zo vertrek ik dan voor de eerste etappe
van een fietsreis naar Cuba. Wanneer we de grens met Nederland
passeren begint het klaar te worden en komen de eerste windmolens
in zicht. Om 9u komen we aan in Den Haag en zie ik Patricia,
mijn medereizigster, op het perron staan. Zij ziet mij echter
niet en zo belandt ze in een andere wagon. Een half uurtje
later komen we aan in Schiphol en vinden we mekaar.
Onze vlucht heeft vertraging, dat is het eerste wat we zien;
maar hoeveel dat is niet aangegeven. We pakken onze fietsen
in met plastic om ze te beschermen en checken in. We zitten
iets boven het toegelaten gewicht maar een vriendelijke glimlach
doet hier zijn werk en ons meergewicht wordt door de vingers
gezien. Dan is het wachten geblazen op de vlucht die iets
meer dan een uur vertraging heeft. Rond 13u gaan we dan de
lucht in en na een perfecte vlucht met een tussenlanding in
de Dominicaanse Republiek komen we aan in Holguin. Tijdens
de vlucht moeten we een formulier invullen en daarvoor had
een vrouw die voor ons zat, drie brillen boven elkaar nodig.
Ik vraag me af of één bril met de juiste glazen
niet voldoende was geweest. De paspoortcontrole verloopt vlot
en na onze reiszakken krijgen we ook onze fietsen en kunnen
we de eerste pedaaltrappen maken richting stadscentrum. Er
is totaal geen verlichting in de straten en dus moeten we
voorzichtig rijden maar we geraken heelhuids in de stad waar
we al snel een kamer en een douche vinden. Bij een pintje
bespreken we onze eerste plannen en daarna is het tijd voor
een welverdiende nachtrust maar daar komt bij mij niet veel
van terecht vanwege het stadslawaai. Je hoort hier constant
bromfietsen, muziek, huilende kinderen, geroep enz. Van slapen
komt er spijtig genoeg niet veel in huis.
Donderdag 26 oktober
Om 7u30 stap ik maar uit het bed alhoewel ik nog steendood
ben. We krijgen een uitgebreid ontbijt bij de familie en na
het inkopen van water en koekjes vertrekken we richting Banes.
De eerste heuvels komen er aan en het is al lastig rijden
vind ik. Bij een kruispunt stoppen we even om een versnapering
te kopen bij een kraampje. Normaal moeten we in peso's betalen
maar we hebben er nog geen en dus komen we ervan af met een
dollar, wat normaal gezien bijna het tiendubbele is van de
prijs die we in peso's moesten betalen. Maar ons hoor je niet
klagen hoor. Lustig verderfietsend komen we rond de middag
aan in een dorpje waar we in een bar een broodje en een frisdrank
bestellen.
Weer moeten we in peso's betalen want dollars aanvaarden
ze hier zelfs niet. Dit is dus een probleem voor ons. De mensen
zijn echter zo vriendelijk dat ze ons de betaling kwijtschelden
maar uit dankbaarheid geven we hun wat zeep en schrijfgerief.
Rond 15u en na meer dan 80km zijn we in Banes waar we de casa
vinden waarvan we het adres in Holguin gekregen hadden. We
bezoeken nog snel het Indo-Cubaans museum, lopen langs de
markt en drinken een frisdrank. Na een douche krijg ik mijn
klop van de voorbije nacht en ga wat rusten. 's Avonds gaan
we iets eten in een paladar. Het is ons eerste Cubaans avondmaal
bestaande uit rijst, bonen, veel vis, een mix van sla, bananenchips
en enkele biertjes. Moe en voldaan keren we terug naar onze
casa.
Vrijdag 27 oktober
We genieten weer van een goed ontbijt waarna we de bank opzoeken
om dollars in peso's te wisselen. De bankbedienden delen ons
droog mee dat dit niet mogelijk is en dat we voor zulke transactie
beter terecht kunnen in een winkel. Na enkele winkels te hebben
bezocht verwijzen ze ons door naar een man in de straat die
aanstekers repareert. Die vertrekt met onze dollars en komt
gelukkig enkele minuten later terug met peso's. De koers is
20 peso voor 1 dollar wat ongeveer de officiële koers
is. Op de markt kopen we nog wat bananen en ananas en zo zijn
we weer klaar voor de trip naar Mayari. De weg is in het begin
uitstekend en er is ook niet te veel verkeer dus dat valt
reuze mee. Iets na de middag houden we een stop in een dorpje
waar we in een parkje ons middageten verorberen.
We zijn duidelijk het gespreksonderwerp
van de mensen die rondom ons op de bankjes zitten.
Ook schoolkinderen lachen en wijzen naar ons. We drinken
er nog een soort frisse milkshake en dan is het terug
de fiets op voor het laatste stuk naar Mayari. Bij het
enige motel in de stad kunnen we inchecken. Haast hebben
ze hier niet want het duurt meer dan een half uur alvorens
we een kamer toegewezen krijgen en dan is het nog een
kwartier wachten op water. Hiervoor moet er namelijk iemand
komen die wat verstand had het bedienen van pompen. Na
een verfrissing verkennen we het stadje en stoppen bij
een bar die 24u op 24u open is. We drinken er een frisdrank
en worden ondertussen bezig gehouden door een man die
probeert te goochelen met muntstukken. Het is echt grappig
om hem bezig te zien.
Voor het avondmaal kunnen we terecht in het restaurant
van het motel. We krijgen twee rekeningen voorgeschoteld:
één in dollars en één in peso's.
We denken dat we mogen kiezen wat betreft de muntsoort
waarin we moeten betalen en dus wordt het de peso-rekening,
want die is 10 keer goedkoper. |
Rechte wegen richting Mayari |
Het bleek echter dat we beide rekeningen moesten betalen.
De dollar rekening was voor de tonijn en het bier en de peso
rekening was voor de rest van de maaltijd. We drinken nog
iets bij het zwembad waar echter geen water in staat maar
waar de kinderen van de helling gebruik maken om met zelfgemaakte
karretjes naar beneden te rollen.
Zaterdag 28 oktober
Het is al halfnegen wanneer we uit bed geraken en dus is het
vlug ontbijten en naar de markt om wat sinaasappels en wat
brood. Rond halftien fietsen we richting Moa. Volgens de kaart
moeten we vandaag ongeveer 95 km fietsen. Af en toe zijn er
al serieuze hellingen in de weg en haarspelbochten kennen
ze hier nog niet zo goed want de hellingen lopen steeds recht
de berg op. De wind werkt ook niet in ons voordeel maar het
is nog te doen. Na 60km, het is al iets na de middag, zijn
we in Sagua de Tanamo. Tijd om iets te eten. We lezen en horen
dat Moa niets anders is dan een industriestad waar nikkel
gewonnen wordt en ook dat het landschap niet interessant is
en daarom besluiten we om vandaag nog tot in Baracoa te liften.
Dat bespaart ons een dag. We doen een vrachtwagen stoppen
die een heel eind verder moet dan Moa en we besluiten het
erop te wagen.
De fietsen en wiijzelf worden in de laadbak gedeponeerd en
daar gaan we voor onze eerste Cubaanse rit op een vrachtwagen.
We passeren inderdaad Moa waar we de vuile nikkelfabrieken
zien en rond 17u30 worden we op de weg afgezet. Ze zeggen
dat Baracoa niet ver meer is maar wat is niet ver in hun normen?
We vertrekken maar direct want over een uur is het donker.
Na een uur is er van Baracoa nog niets te zien en het is inderdaad
donker aan het worden en op de koop toe begint het nog te
regenen ook. Het is moeilijk rijden op een weg vol putten
en zonder licht op de fiets maar uiteindelijk arriveren we
na 30km fietsen en in totale duisternis te Baracoa. Een douche
en een heerlijk avondmaal doen wonderen.
We wandelen nog wat door de stad waar heel wat volk loopt.
Het is namelijk zaterdagavond en dat is hier ook de uitgangsdag.
We belanden in de Casa de Trova waar een muziekgroepje speelt.
Het is een prachtig zicht om de Cubanen te zien dansen. Na
een cocktail begint de moeheid toe te slaan en wordt het tijd
om het bed op te zoeken. Ondertussen is het hevig beginnen
regenen met het bijbehorende onweer en gedonder. Ik voel de
regenspetters tot in mijn bed maar het weerhoud me toch niet
om te slapen.
Zondag 29 oktober
Vandaag is het een regendag en dus blijft de fiets veilig
opgeborgen. We lopen even langs de post om wat kaartjes te
kopen en op te sturen. Daarna wandelen we langs de Malecon,
dit is de zeedijk van de stad.
Het is er heel rustig vandaag. Waarschijnlijk
zit het weer daar voor iets tussen want plots begint
het weer hevig te regenen en gaan we schuilen bij de
ingang van een kleuterschool. We worden ontvangen door
twee oudere mannen die er de bewaking doen en die ons
wat rum geven om de regen te vergeten. Wanneer het begint
op te klaren wandelen we tot bij het kasteel dat boven
op een heuvel ligt. In het kasteel is momenteel een
hotel ondergebracht en we drinken er een pintje aan
de rand van het zwembad waar je een mooi zicht over
de baai en de stad hebt.
We gaan broodjes eten in de stad en brengen een bezoekje
aan de geadopteerde zoon van La Rusa. Dit was een Russische
operazangeres die in Baracoa een hotel gebouwd had en
waar Fidel en Che ooit geslapen hebben. De zoon is kunstschilder
en schildert vooral geschiedenisdoekjes over Baracoa.
We krijgen via zijn werkjes een heuse geschiedenisles
over de stad en de omgeving. Na nog wat slenteren door
de stad is het tijd voor het avondeten.We eten terug
in de casa particular en plots valt het me op dat het
uurwerk hier een uur achter staat. |
De straten van Baracoa |
Het blijkt dat ook hier het uur vannacht verzet is. Ze hebben
hier ook een winter en een zomeruur alhoewel er volgens mij
niet veel winter te bespeuren is in dit land. Het is meer
alle dagen zomer volgens mij. Als afsluiter drinken we nog
een drankje in het kasteel.
Maandag 30 oktober
Vroeg uit de veren vandaag want er staat een lange tocht op
het programma. We stoppen nog even bij de kerk van Baracoa;
niet om een schietgebedje te prevelen maar om een kruis te
aanschouwen dat zou achtergelaten zijn door Colombus. Het
kruis staat mooi uitgestald in een glazen kast maar of het
echt van Colombus is kan ik niet bevestigen. Ik geef wel toe
dat ik daar niet de gespecialiseerde persoon voor ben. Nog
even water en brood kopen en we kunnen beginnen aan een 30km
lange klim. Dit is onze eerste serieuze klim en sommige stukken
zijn zo steil dat de kleinste versnelling moet ingeschakeld
worden.
We klimmen tot ongeveer 670 meter en hoera hoera, hier staat
een kraampje met frisdranken en versnaperingen en daar wordt
natuurlijk gebruik van gemaakt. De wolken beginnen ondertussen
hun watervoorraad uit te gooien en dus wordt het tijd om aan
de afdaling te beginnen want in de verte zien we de zon schijnen.
De steilheid van de afdaling dwingt me ertoe om constant aan
de rem te trekken, zo hard zelfs dat m'n handen er pijn van
doen. Soms voel ik mijn fiets wat raar doen in de bochten
en bij het bekijken van mijn achterwiel zie ik dat er slag
in zit maar ik geraak toch veilig beneden. We zoeken een schaduwrijk
plekje om te eten en ik merk dat er twee kapotte spaken in
mijn achterwiel zitten. Dat wordt even herstellen.
De weg loopt verder langs de kust richting Guantánamo
en het is een plezier om hier te rijden. Bijna geen verkeer
en de wind in de rug. De kilometers gaan dan ook goed vooruit
maar Guantánamo zullen we vandaag wel niet halen dus
stoppen we in een dorp en informeren naar een slaapplaats.
Ze verwijzen ons naar een camping 16km verder. We stoppen
bij een wegrestaurant met de idee dat hier de camping zal
zijn, maar dat blijkt een verkeerde gedachte. Na wat over
en weer gepraat kunnen ze wel voor een logeerplaats zorgen
in een gebouwtje vlakbij en dat vinden we wel in orde. Stromend
water en elektriciteit is er niet maar een olielamp en een
vat water zorgen toch voor enig comfort. We eten in het restaurant
lekkere vis en besluiten de avond met het oplossen van wat
raadseltjes die de ober ons voorlegt.
Verder
naar "Vier weken fietsen door Cuba" deel 2
|