Baobab
Cuba, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's

Zon en son op Cuba

(tekst en foto's: Rik van Boeckel)

deel 3/3

Cuba reizen

Trinidad

Zonder Ariel reis ik een dag na El Nicho naar Trinidad. "Er loopt te veel politie rond " zegt hij. "Niet in uniform maar in burger". We zullen elkaar weer ontmoeten in Santa Clara waar hij woont. Vanuit Cienfuegos neem ik de taxi naar het 73 kilometer verderop gelegen Trinidad. De weg loopt grotendeels langs de kust. Ik maak een tussenstop in de badplaats Rancho Luna. Voordat ik verder ga naar Trinidad wil ik een uur of twee aan het strand doorbrengen. Ik ga niet naar het voor toeristen bestemde deel maar waag me tussen de Cubanen. Als ik mijn handdoek heb neergelegd en probeer rustig rond te kijken, vallen me meteen een aantal verleidelijke blikken ten deel. Jineteras, weet ik.

In Havana trekken ze constant je aandacht, aan het strand dus blijkbaar ook. Het onderscheid tussen jineteras en hoeren is moeilijk te trekken. Omdat veel jonge Cubaanse vrouwen er op uit zijn een Westerse man te verleiden en dat zijn niet alleen hoeren. Als man alleen op een Cubaans strand, ben je niet alleen verleidelijk voor vrouwen maar ook voor maricones, de naam voor homo's op Cuba. Als een man op me afkomt en een praatje met me begint, denk ik in eerste instantie dat hij gewoon uit pure nieuwsgierigheid met me wil praten. Maar als hij me een stukje meloen aanbiedt, weet ik genoeg, en besluit ik een andere plek op het strand uit te kiezen, hem verwonderd achterlatend.

Na twee uur zonnebaden ga ik verder naar Trinidad. In 1988 werd het stadje en de nabijgelegen Valle de los Ingenios door de UNESCO tot een zogenaamde World Heritage Site verklaard. Trinidad is de derde stad die door de Spanjaarden op Cuba werd gesticht na Baracaoa en Bayamo. Het is een waar openlucht museum. De oude Spaanse koloniale stijl kenmerkt de vele in gele kleuren geschilderde huizen en de talloze musea. Ariel had me gewaarschuwd voor de bedelaars die er op je af kunnen komen maar niemand kwam om geld vragen. Ik kan echter ongestoord rond lopen. Een man met bongo's op standaard passeert me vlak bij de Iglesia de la Santisima Trinidad. Ik ga op een bankje zitten om de sfeer van het oude Cuba beter te kunnen proeven.

Omdat Trinidad vrij afgelegen ligt, heeft zij haar charmes kunnen bewaren. In Trinidad is het Cuba van de 19e eeuw nog niet overwoekerd door dat van de 20e eeuw, al lijkt het toerisme daar enigszins verandering in aan te brengen. De toeristenbussen van Gaviota en Cubanacan in een van de hoofdstraten wijzen daar al op.

Santiago de Cuba

De volgende dag vertrek ik met de Viazul bus naar Santiago de Cuba. Het ligt 600 kilometer ten oosten van Santa Clara. Na een bustocht van 12 uur over grotendeels lege wegen dwars door een groen vlak landschap van palmbomen en suikerrietvelden, bereik ik Santiago. Opvallend zijn de vele lifters langs de weg.. Op dit moment de enige manier van openbaar vervoer voor veel Cubanen. Santiago de Cuba, gelegen aan de voet van de Sierra Maestra waar ooit de Cubaanse revolutie begon, is de hoofdstad van de son. Santiago wordt om die reden door redelijk wat muzikale toeristen bezocht.

Een salsadansschool uit Amsterdam is er neergestreken om de salsadans te leren op de plek van herkomst. In de zomer is Santiago een broeierige stad. Het is omgeven door de groene bergen van de Sierra Maestra. De vochtige hitte blijft daarom lang in de stad hangen. Het is benauwd en heet in de smalle oplopende straten. Ik verblijf er in een zogenaamde 'casa particular' bij een Cubaanse familie.

Een aantal jaren geleden was het voor Cubanen niet toegestaan kamers te verhuren aan buitenlanders. Het gebeurde illegaal maar de huiseigenaar riskeerde een hoge bijna onbetaalbare boete als hij of zij gepakt werd. De Cubaanse staat heeft 't liefst dat buitenlanders in staatshotels verblijven zodat de dollars rechtstreeks in de staatskas terecht komen. Tegenwoordig zijn de regels minder strak en int de staat de dollars via een speciale belastingheffing op de verhuur van kamers. Dat de zaken snel veranderen, blijkt uit het feit dat een aantal Cubaanse families zich heeft verenigd in een organisatie die haar kamers zelfs aanbiedt via Internet.

Vanaf het dak van het huis aan de Calle San Fernando heb ik een mooi uitzicht over de stad. Zowel aan de binnen als de buitenkant bieden de stenen huizen een kaal en armoedige aanblik. Ze zien er uit alsof ze jaren geleden voor het laatst zijn opgeknapt. In de verte baadt de baai van Santiago in het zonlicht. Alleen in 't centrum rond Parque Cespedes zijn een aantal imposante gebouwen uit de Spaanse tijd te bewonderen zoals de Catedral de Nuestra Señora de la Asuncion.

Tijdens de korte wandeling van de kathedraal naar het tegenover gelegen Hotel Casa Grande word ik regelmatig aangesproken door zowel bedelaars als prostitué's. Soms gaat er ineens een raam open van een oude lange Chevrolet en steekt een bevallige Cubaanse vrouw haar hoofd naar buiten en zoent met haar rode pruimende lippen de hemel. Om vervolgens weer te verdwijnen. Verbaasd wandel ik verder. Vanuit Hotel Casa Grande kijk ik uit over Parque Cespedes. Een oude man vermaakt al spelend met een stel sambaballen toeristen en Santiagueros. Een mini-treintje rijdt Cubaanse kinderen rond over 't plein. Casa Grande is een statig hotel met de allure van lang vervlogen tijden.

Voor buitenlanders is het een rustige plek om te zitten en naar live muziek te luisteren. Sommige mannen nemen er hun Cubaanse vriendinnen mee naar toe. Vlakbij Hotel Casa Grande aan de Calle Heredia bevindt zich Cuba's beroemdste Casa de la Trova . In elke grote Cubaanse stad zijn deze Casa de la Trova's te vinden. De trova is een traditionele ballade, gespeeld en gezongen door plaatselijke troubadours. Later na de revolutie werd er ook een maatschappelijk en politiek element aan toegevoegd en ontstond de nueva trova. Cubanen die niet naar binnen kunnen verdringen zich 's avonds voor de open ramen van deze club, in feite een kleine zaal die slechts ruimte biedt aan een beperkt aantal toeschouwers. De eerste keer dat ik beelden van deze Casa de la Trova zag, was in de film "Las grimas negras" , een documentaire over die andere groep oude muzikanten die door hun optredens in het buitenland wereldfaam verkregen: La Vieja Trova Santiaguera. Aan de muur hangt een schilderij met de beeltenis van Compay Segundo. Zijn carriere begon ooit in 1920 in Santiago in een periode dat de son heel Cuba begon te veroveren.

Het aantal goede groepen in Santiago is erg groot . Ik kan me voorstellen dat het in de jaren '20 niet anders was. Er is dan ook een enorme concurrentie . Een van die groepen 'Sexteto Moneda Nacional' speelt het liefst in Hotel Casa Grande voor de toeristen. "Daar kunnen we tenminste wat verdienen en onze cassettes en CD's verkopen" vertelt gitarist Manuel. "Als we daarbuiten spelen, bijvoorbeeld in Casa de Tradiciones -waar je ook poëzievoordrachten kunt bijwonen , verdienen we in feite niks. Daar spelen we alleen voor de eer en de bekendheid. Maar we moeten ook ergens van leven". Een goede percussieleraar is in Santiago gemakkelijk te vinden. José, bongospeler van Sexteto Moneda Nacional, heeft mijn interesse in zijn bongospel meteen opgemerkt. Hij wenkt me om dichterbij te komen zitten. Als ik hem na afloop vraag of hij me les wil geven, geeft hij me direct zijn adres.

De volgende ochtend neem ik de taxi naar zijn huis in een buitenwijk van Santiago. Op een kale zolder leert hij me de fijne kneepjes van het bongo spelen, de juiste technieken die ik op die manier nog nooit eerder in Nederland had geleerd. Voor de aankoop van instrumenten kan ik ook bij hem terecht. Ik vraag hem naar de prijs van een batadrum. De volgende dag heeft hij er drie voor me voor de prijs van 600 dollar. Ik wimpel zijn aanbod af door hem te zeggen dat ik geen ruimte meer heb in mijn bagage.

Afrocubaans

Later neem ik congalessen bij de AfroCubaanse groep Kazumbi in de Casa de Estudiantes, naast de Casa de la Trova. Een van de lessen wordt prettig gestoord door een groep muzikanten die al zingend en spelend langs deze straat trekt. Santiago de Cuba is een stad waar verhoudingsgewijs meer zwarten wonen dan in andere Cubaanse steden. In Santiago is de invloed van Afrika op de muziek dan ook sterk voelbaar.

Tijdens een optreden van Sexteto Moneda Nacional verandert een rustige son in een paar maten ineens in een swingend percussief stuk waarbij de contrabassist zijn instrument letterlijk als slagwerkinstrument gebruikt. Afrikaans getinte ritmes nemen het op dat moment over van de Spaans getinte sonmelodieën. Veel Afrikaanser dan de son van Moneda Nacional is de muziek van AfroCubaanse groepen als Kazumbi. Omdat de AfroCubaanse muziekcultuur dreigt te verdwijnen, wordt het werk van dit soort folkloristische groepen van staatswege sterk aangemoedigd Er zijn op Cuba een aantal Conjuntos Folkloricos waar de authentieke ritmes en dansen in ere worden gehouden. Drummers en dansers zijn zelf ingewijden in een AfroCubaanse religie of hebben de tradities via overlevering meegekregen.

Niet alleen in Santiago zijn AfroCubaanse groepen te vinden maar ook in Havana en Matanzas. "Kazumbi betekent kracht in een oude Angolese taal " vertelt Luis Herrera, leider van Kazumbi ."De ritmes die wij spelen komen uit Nigeria , uit de Congo, Angola, en uit Haiti (tumba francesa) . Onze muziek is een mix van al deze culturen en tegelijkertijd heel Cubaans". Deze ritmes worden gespeeld door conga-en batadrummers, ondersteund door dat kleine typische Cubaanse instrument : de clave-en door de campana, een grote koebel die ook veel in son en salsa wordt gebruikt. De oorsprong van de conga ligt volgens overlevering ergens in de Congo en Angola. Op Cuba heeft dit instrument haar uiteindelijke vorm gekregen.

De batadrums bestaan uit een stel van drie drums en worden gebruikt in de muziek van de uit Nigeria afkomstige Yoruba's . Ze komen in Nigeria nog steeds voor. Hoewel ze tegenwoordig ook in populaire Cubaanse muziek zijn het van oorsprong religieuze drums. Op Cuba spelen de batadrums een belangrijke rol tijdens de rituelen van de santeria (santo betekent heilige), een AfroCubaanse religie gebaseerd op de verering van goden ( Orishas) uit Nigeria, vermengd met elementen uit het katholicisme. Elk ritme dat tijdens een santeria bijeenkomst wordt gespeeld is verbonden met een bepaalde orisha.

Cuba is een van de Latijns Amerikaanse landen waar Afrikaanse tradities lang zijn bewaard. Voor de slaven was het vasthouden aan hun tradities een manier om zich te beschermen tegen de vijandige koloniale samenleving. Aangezien Cuba het laatste land van Amerika was waar de slavernij werd afgeschaft, zijn die tradities ook het sterkst bewaard gebleven , soms zelfs langer dan in het land van herkomst. "Nigeriaanse muzikanten die naar Cuba reisden, ontdekten op Cuba ritmes die in hun eigen land allang verdwenen zijn " vertelt Luis me tijdens een van de lessen. "Ze herkenden de ritmes uit de overlevering maar ze worden in Nigeria niet meer gespeeld". Ik zie Kazumbi optreden in het Huis van de Schakers, ofwel Casa de Aljedrez, aan de rand van van Parque Cespedes. Vanaf de muur kijken de Fidel Castro en Che Guevara van begin jaren zestig toe tijdens een uitvoering van de merengue Haitiano. De dans heeft net als de muziek een sterk Afrikaans karakter.

Toeschouwers, zowel blank als zwart, worden door de danseressen uit het publiek geplukt om mee te dansen. De taal waarin gezongen wordt is mij onbekend maar zeker geen Spaans. Er zijn op Cuba ook een aantal groepen die puur muziek van Haitiaanse oorsprong spelen. Het zijn tweede of derde generatie Haitianen, geboren op Cuba, die de rijke traditie van hun voorouders in stand houden. Een van deze groepen Desandann (uit Camaguey) trad in 1997 met groot succes in New York op.

Omgekeerde wereld

Tijdens het optreden van Kazumbi geven een paar jongens mij een glaasje rum. Na afloop nodigen ze mij uit mee te gaan naar een bar waar salsa wordt gedant. De bar is in de open lucht aan de Calle Felix Peña, niet ver van Casa de Aljedrez. Tijdens het dansen met een van hun vriendinnen raden ze me af in het midden van de dansvloer te gaan dansen. Daar houdt de maffia zich op, zeggen ze, met andere woorden zakkenrollers en prostitué's. Maar met de hand op mijn portemonnee gebeurt me niks. Er wordt een fles rum gekocht en wat colaatjes. Veel goedkoper dan vijf losse cuba libres.

Als ik naar de wc ga trekt een prostitué me hardhandig aan mijn overhemd. Ik loop door en om me heen kijkend zie ik hoe andere vrouwenogen mij zoeken en niet alleen die van prostitué's. Ik voel me enigszins opgelaten door al deze aandacht. Het lijkt wel de omgekeerde wereld, vrouwen die op Westerse mannenjacht zijn. Op dollarjacht. Ik moet ze echt van me afschudden.

Later loop ik aangeschoten over de Felix Peña. Ik kan de weg niet vinden en ben bang het slachtoffer te zullen worden van een overval. Er gebeurt echter niks. Het zou eenvoudig zijn mij een portiek in te trekken en me te beroven. De leider van Kazumbi heeft me ervoor gewaarschuwd. Een man in een motor met zijspan biedt me een lift aan. Ik geef er de voorkeur aan te lopen en wimpel zijn aanbod af. Met moeite vind ik de weg terug. In het donker lijken alle straten op elkaar. Als ik in bed lig hoor ik het tikken van de clave in mijn hoofd. De ventilator zoemt er doorheen.

Santeria

De volgende dag woon ik een santeria-bijeenkomst bij in een privé-huis. Drie batadrummers spelen een ritme voor een van de goden (Orishas) uit de santeria, een van oorsprong Afrikaanse religie. Een in een witte jurk geklede blanke priesteres (babalawo) me zien hoe ik de goden dien te groeten. Zo kniel ik neer voor een kleurrijk altaar, geef een kushand aan de grond, rinkel een belletje en wordt gevraagd wat geld in een mandje te doen.

Aan de zijkanten van het altaar ligt voedsel. Als de priesteres begint te dansen, wordt ze gevolgd door andere gasten. Niet iedereen is zwart. Santeria is niet alleen voor mensen van Afrikaanse origine. Het is toegankelijk voor iedereen, blank en zwart. De ceremonie zal zeven dagen en nachten duren. Een van de dansers zal zolang bij het altaar slapen en dansen. Hij wil babalawo worden. Na een week zal hij dat zijn.
Ik woon de ceremonie niet in zijn geheel bij. Voor mij duurt die slechts een middag. Ik voel me nog te veel een buitenstaander. De volgende keer dat ik naar Cuba ga, zal mijn gevoel wellicht anders zijn.

 

Naar de website van Rik van Boeckel

Vamonos Travels

 

 


 

 

ATP vakanties

 

Vliegticketspecialist

 

Reisspecialist
Google