China: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Milarepa
China reisverhaal: verslag van een reis door China en Tibet
oktober 2000
(tekst en foto's: Geja en Michael Rijsman)
deel 3/4
Zondag 15-10-2000
We slapen uit en komen toch vrijwel de gehele groep tegen
bij het ontbijt. Zij hebben besloten met de taxi naar het
Sera klooster te gaan. Wij gaan liever fietsen. We rijden
over lange verharde wegen door met name Chinese wijken om
bij het Sera klooster te komen. Het Sera-kloosterdorp ligt
drie kilometer ten noorden van Lhasa aan de voet van de Tatipu-heuvel.
Sera was beroemd om z'n tantrisch onderwijs.
 |
|
|
We willen de kora lopen, maar kunnen eigenlijk niet ontdekken
of deze nu binnen of buiten de muren van het klooster loopt.
Omdat we geen zin hebben om terug te lopen naar de ingang,
blijven we binnen de muren lopen. We zien een bijzondere vogel,
de hop, en weten deze zelfs op de foto te zetten. Af en toe
kijken we ergens binnen, maar we hebben geen zin om alles
uitgebreid te bekijken (kloostermoeheid heeft toegeslagen).
De rotsschilderingen zijn wel erg mooi en we lopen een eindje
buiten de muren om ze allemaal te kunnen bewonderen. Eén
van de schilderingen langs de hoofdweg in het klooster blijkt
op de voorkant van de Lonely Planet te staan. We maken nog
wel een mooie foto van een monnik die jakboterthee aan het
maken is. Goede energievoorziening hebben ze hier: aluminiumplaten
om je keteltje water door de zon op te laten warmen.
We gaan buiten het klooster eten bij Snowland snacks. We
horen al een tijdje wat roerbakgeluiden als we ineens het
geluid horen van een losspringende gasleiding. Gelukkig volgt
geen explosie, maar ik zit nog een tijdje na te bibberen van
de schrik. We eten uiteindelijk noodlesoep met Cola voor achttien
Yuan (nog geen vijf gulden). Als we opnieuw het klooster in
willen worden we aangehouden. We moeten een kaartje kopen.
Na enig zoeken vinden we onze kaartjes (als boekenleggen in
de Lonely Planet) en mogen we toch weer naar binnen. Daar
blijkt het debat vandaag niet gehouden te worden omdat het
zondag is. Als we ook nog herkend worden door mensen van de
Djoser groep uit het hotel, gaan we gauw weg. Op de terugweg
andere weg, opnieuw door de Chinese wijk. We gaan opnieuw
lekkere badderen en om half 7 eten we met de groep bij de
groene parasolletjes.
Maandag 16-10-2000
Vandaag hebben we een vrij dagje om te shoppen. We staan
redelijk bijtijds op omdat we van alles willen halen. Eerst
gaan we naar een tweetal sportzaken, waar ik een afritsbroek
koop en we allebei een luxe regenbroek kopen. Michael koopt
ook nog een bandje voor de video. We worden volgens mij steeds
enorm afgezet, maar we hebben geen zin in onderhandelen. We
halen ook wat fruit, want dat kan ook nooit kwaad. Voor de
lunch hebben we met Femke en Wilko afgesproken en vervolgens
gaan we met z'n 4-en op souvenirjacht. Die mislukt echter
volledig voor ons, we kopen helemaal niets. We besluiten onze
tijd maar nuttig te gebruiken door nog wat mooie foto's van
de pelgrims te maken.
 |
|
|
 |
|
|
Om 7 uur hebben we opnieuw met de groep afgesproken bij de
groene parasolletjes. Ik bestel een tomaten-ei soep en een
jak-burger. De soep is heerlijk, maar de jak-burger is nog
koud. Ik stuur 'm terug naar de keuken, maar als íe
terugkomt is íe nog steeds koud. Ik neem nog één
hap, maar heb er dan helemaal geen zin meer in. Ik krijg het
warm en voel me helemaal niet lekker. Ik ga voordat iedereen
uitgegeten is terug naar het hotel, waar ik met koorts vroeg
in bed duik.
Dinsdag 17-10-2000
Vanmorgen vertrekken we met drie jeeps uit Lhasa. Wij gaan
samen met Femke en Wilko in één jeep. De chauffeur
begint al snel te rochelen, dus dat gaat goed. Ik heb nog
steeds koorts en kramp in mijn maag. We rijden eerst langs
de muurschilderen van de heenweg, waar we gebedsbriefjes gooien
en dan helemaal terug langs het vliegveld, dat dik een uur
rijden van Lhasa vandaan ligt. Een half uurtje verder komen
we bij de rivier Jarlung Tsampo. De rivier is hier ondiep
maar wel heel breed. Er liggen een aantal zeer platte bootjes
met achterop een soort tractormotor klaar. Er komt net een
bootje aan en die is volgepakt met monniken en pelgrims.
 |
|
Er blijkt zelfs een jak tussen de mensen te staan. We maken
wat leuke video-opnames en foto's. Dan stappen wij ook met
onze dagrugzakjes in zo'n bootje, er zijn op dit moment geen
anderen die naar de overkant willen, dus we hebben een bootje
alleen voor onze groep. We varen een tijdje, maar de motor
wil niet echt en we komen nauwelijks tegen de stroming op.
Uiteindelijk besluiten ze terug te gaan. We stappen over op
een ander bootje. Hier zitten al wel wat mensen in en er komt
nog een bus vol mensen aan. Ook het grootste deel van de bagage
wat op het dak van de bus ligt, moet bij ons in het bootje.
Onderweg moeten we om Maud lachen die een gesprek aanknoopt
met een aantal monniken en ze probeert Nederlands te leren.
Ik voel me nog steeds helemaal niet lekker, dus gedurende
de anderhalf uur durende vaart (we moeten alle zandbanken
zien te ontwijken), blijf ik onderin de boot zitten. Vanaf
het water zien we dat de overkant veel weg heeft van een woenstijn.
Bij aankomst blijkt dit ook aardig te kloppen. Als we een
heel stuk stroomopwaarts aan land gaan, staat er een bus te
wachten. Ik vraag of ik voorin mag zitten. Er worden nog heel
wat mensen in de bus geladen en naast me zit een oud vrouwtje
met een klein kind op de versnellingsbak. Ze blijft maar tegen
de chauffeur aanpraten.
De weg is niet meer dan een soort karrespoor door een woestijn.
We komen zelfs langs echte zandduinen. Ik ben blij als we
na een half uur gehobbel bij het klooster van Samye aankomen.
Het Samye klooster werd in 779 gesticht door Tritsong Detsen,
de Tweede Religieuze Koning, daarbij geholpen door twee boeddhistische
leermeesters uit India: Shantaraksita en Padmasambhava. Dennis
regelt een drietal kamers, twee 4-persoons en een 3-persoonskamer.
De beide 4-persoonskamers zijn met elkaar verbonden en hebben
maar één gezamenlijke ingang. Wij delen de 3-persoonskamer
met Dennis. Het toilet is net als onze kamers op de tweede
verdieping. Er zit geen dak op het toilet en van deuren hebben
ze ook nog nooit gehoord. Per ingang gewoon drie gaten in
het beton en de beerput zit ergens beneden. Op de binnenplaats
is een handpomp, op de kamers is geen stromend water, maar
er zijn wel thermosflessen met heet water voorhanden.
We gaan eerst lunchen in het restaurant. Een pittige Chauwmein
wordt geleverd en ik vraag om een portie kale witte rijst.
Die scherpe kruiden durf ik echt niet aan, met een maag die
al continue protesteert. Een deel van de groep wil de kora
gaan lopen, die hier naar de top van de Hepori-heuvel loopt.
Ik kruip liever in bed. Als ik me na dik een uur weer wat
beter voel (de koorts is een beetje gezakt), ga ik bij Jack
zitten die ook in het klooster is gebleven. Samen kijken we
door de verrekijker naar het geploeter van de groep die naar
de heuveltop lopen.
 |
|
 |
|
Na een tijdje komt een Nederlands stel langs, dat een 'fijn'
verhaal heeft over Kathmandu. Zij zouden van Kathmandu naar
Lhasa vliegen, maar tijdens het starten kreeg het vliegtuig
een vogel in de motor. Hierdoor vloog de motor in brand en
moesten ze een noodstop maken. Gelukkig kwamen ze net voor
het eind van de startbaan tot stilstand. Wij krijgen nu al
zin om straks vanaf Kathmandu naar Delhi te vliegen! Michael
heeft ook de Kora gelopen en daar een paar mooie foto's gemaakt.
Ze zijn vervolgens het hele klooster rondgelopen op zoek naar
een andere dan de hoofdingang. Die bleek er niet te zijn.
Onderweg werden ze bijna onder de voet gelopen door een kudde
jaks.
Het klooster bezit in alle windrichtingen een grote stupa.
Het rode leger heeft tijdens de culturele revolutie helaas
grote schade aan dit klooster aangebracht. Het grootste deel
is dan ook herbouwd. Het klooster zelf is een gebouw van vier
verdiepingen. De begane grond bevat de eigenlijke tempel en
de gemeenschapszaal voor diensten van de monniken. De eerste
verdieping kan via een obscure trap bereikt worden. Hier is
enkel een tempel, schaars verlicht vol met beelden van de
diverse goden. Net als op de begane grond is er een gang rondom
de tempel waarop aan weerszijden honderden muurschilderingen
te vinden zijn. Ook hier moet weer 25 Yuan per persoon betaald
worden om het klooster te kunnen bekijken.
Als de groep uiteindelijk weer terug is gaan we weer in het
monastery guesthouse eten en daarna duiken we vroeg in bed.
Morgen moeten we ook vroeg weer op. We bewonderen nog wel
even de prachtige sterrenhemel. Zelfs de melkweg kun je hier
prachtig zien.
Woensdag 18-10-2000
Als we 's ochtends heel vroeg naar het ontbijt gaan, komen
we een andere groep tegen die al met de bus op weg gaan. Een
half uur later gaan ook wij met de bus terug naar de boot.
Daar blijkt de andere groep nog niet vertrokken. Ze zijn nog
steeds bezig de motor aan de praat te krijgen. We staan een
beetje op de kant te koukleumen, totdat ze de motor aan hebben
gekregen en wij op dezelfde boot mee blijken te moeten. De
terugweg blijkt inderdaad iets korter dan heen, maar we zitten
toch nog een flinke tijd in de boot. We zien een prachtige
zonsopkomst.
Bij aankomst blijken de chauffeurs nog niet wakker. Ze worden
uit bed geschud. Het duurt even voordat alle motoren gestart
zijn en dan gaan we zeer langzaam op gang. Ze durven/kunnen
blijkbaar geen vaart te maken zolang de motor nog koud is.
De eerste 100 kilometer volgen we bekend terrein dat we
de dag ervoor al hebben afgelegd. Op de plaats waar je normaal
afslaat richting Lhasa, gaan we nu rechtdoor. We beginnen
aan de beklimming van onze eerste pas en laten het asfalt
achter ons. Uiteindelijk bereiken we de Kamba-la pas (4755
meter) vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over Yamdrok-Tso.
Op de foto de drie jeeps van de groep (de achterste is van
ons) met op de achtergrond het azuurblauwe meer Yamdrok-tso
en het massief van Mt. Nojin Kangtsang (7191m). Het meer ligt
hier nog enkele honderden meters lager dan de weg. Na de afdaling
volgen we Yamdrok Tso nog een tijd. Het is een van de heilige
meren van Tibet en heeft de vorm van de scharen van een kreeft.
Het meer ligt op 4488 meter hoogte.
 |
|
|
Langs het meer maken we nog een tweetal stops aan de rand
van Yamdrok-tso. Eén keer bij pelgrims die langs het
meer zitten en één keer als we een groep beladen
muilezels tegenkomen. Van dit enorme meer hebben wij slechts
een klein stukje (nog geen 20%) gezien. Sinds 1997 wordt dit
meer gebruikt voor hydro-electriciteit. 10 meter onder de
wateroppervlakte is een zes kilometer lange buis aangelegd
die het water afvoert naar het 846 meter lager gelegen Yarlung
Tsangpo. Omdat Yamdrok-tso een dood meer is en geen natuurlijk
aanvoermogelijkheden heeft, vrezen natuurkundige dat het meer
binnen 20 jaar droog zal staan. Chinese wetenschappers claimen
echter dat overtollige energie rivierwater terug zal pompen
in het meer.
 |
|
Op de volgende pas, de Karo-La (5045 meter), gooien we gezamenlijk
gebedsbriefjes en hangen we natuurlijk een nieuwe gebedsvlag
op. We hebben hier een prachtig zicht op de zeer dichtbij
liggende gletsjer Nojin Kangtsang. Opnieuw staan op deze pas
pelgrims met een jak. Voor een paar Yuan kun je een ritje
op de rug van de jak maken. Daar maken we maar geen gebruik
van.
Na Yamdrok-tso gepasseerd te zijn, maken we nog een stop
waar we een afstandsfoto van de gletsjer Nojin Kangtsang kunnen
maken. Er vliegen hier een aantal mooie roofvogels over de
jeeps. Hierna gaat de rit lange tijd langs de Nyang Chu-rivier.
We kunnen de restanten van de weg nog aan de overkant zien
liggen. Deze is op diverse plaatsen weggeslagen. Vandaar dat
de weg nu aan de andere kant van de rivier ligt. We maken
nog een fotostop, niet wetend dat we even verder ook nog voor
een pas zullen stoppen.
Bij de pas klimmen we een steil heuveltje omhoog. Onze jeep
is veel eerder ter plekke dan de andere jeeps, dus we hebben
alle tijd. Michael en ik gaan ook nog wat verder naar beneden
kijken, waar ik een mooie foto van Michael maak. De afgronden
zijn hier enorm stijl. Het meer dat onder ons ligt is een
stuwmeer en de aanleg van dit meer en de bijbehorende energiecentrale
schijnt destijds door de Chinezen als 'staatsgeheim' aangemerkt
te zijn. Het dorpje wat we nog zullen passeren en voornamelijk
bevolkt wordt door militairen zou ook geheim zijn en niet
op de kaart staan.
De Chinezen hadden destijds zeker nog niet van satellieten
gehoord!? Bij het dorpje staat nog steeds een slagboom en
de chauffeur moet eerst zijn papieren laten zien voor we verder
mogen. Het is trouwens een enorme bende hier. De welvaart
heeft duidelijk toegeslagen: het plastic ligt overal op straat.
Aan het eind van de middag komen we aan in Gyantse, waar we
slapen in een mooi drie-sterren hotel. Gyantse ligt op 3950
meter in de Nyang Chu valei, 254 kilometer ten zuid-westen
van Lhasa. Het is één van de steden in Tibet
die het minst beïnvloed is door de Chinezen.
's Avonds maken we een korte wandeling door de hoofdstraat.
Overal staan beesten en rijdt paard en wagen. Erg nostalgisch
allemaal. We eten samen met Femke en Wilko bij een zaakje
dat ook in de Lonely Planet staat. De kok (in echt koksuniform)
laat ons meteen een schriftje lezen waarin diverse toeristen
geschreven hebben. We bestellen diverse gerechten en hoewel
het goed smaakt, zijn we het toch niet helemaal eens met de
lovende woorden uit het schrift. Het is vooral vrij prijzig.
Het eten valt ook niet zo goed bij mij, ik wil geen toetje,
maar wel graag een toilet.
Donderdag 19-10-2000
De volgende ochtend voel ik me nog steeds niet lekker, dus
ik besluit uit te slapen. Michael gaat met Femke en Wilko
de stad bekijken en naar het fort (Gyantse Dzong) lopen. Dat
blijkt nog een behoorlijke wandeling te zijn. Gelukkig kan
hij allereerst een paar foto's maken in de Tibetaanse wijk.
Zo zien alle huizen en straatjes er hier uit. Je waant je
toch echt een paar eeuwen terug als zo'n paard en wagen je
over de hoofdstraat tegemoet komt rijden!
Onderweg naar het fort maakt Michael een mooie overzichtsfoto's
van het Pelkor Chöde klooster en de Gyantse Kumbum (beiden
op de eerste foto binnen de muren gelegen) en nog een mooie
foto van een deel van de Tibetaanse wijk.
Vanaf het fort (20 Yuan entree) maakt hij nog twee prachtige
foto's van de stad en de omringende landbouwgronden. Op de
terugweg maakt Michael nog een mooie foto van een familie
op een oude wagen. Rond de middag laden we alle spullen in
de jeep. We lunchen met de groep bij een restaurantje op de
hoofdstraat. Ik heb de sleutel van de hotelkamer maar meegenomen,
want met diarree wil je toch wel graag een schoon toilet kunnen
gebruiken. Ik ga dan ook nog even naar het toilet voordat
de hele groep bij de jeeps aankomt. De chauffeur vinden we
af en toe wel eng, maar vandaag hebben we 'm (via Jimmy, de
lokale gids) tot enige kalmte kunnen manen.
 |
|
 |
|
Vandaag een prachtig stuk door landbouwgebied gereden. Weinig
foto's van het oogsten gemaakt deze keer. Op de overzichtsfoto
zie je hoe midden op de foto enorme bulten graan gevormd zijn,
terwijl de omliggende grond kaal en rotsig is. Op de andere
foto's zie je koeien en jaks die de landbouwgrond aan het
omploegen zijn. Volgens één van de chauffeurs
is een groot deel van de oogst mislukt door wateroverlast.
Voor ons ziet het er prachtig uit met al die mensen die gerst
aan het oogsten zijn.
We bezoeken ook het klooster van Shalu (25 Yuan entree per
persoon). Dit klooster heeft een groen Chinees aandoend dak.
Dit klooster is bekend door haar Mongools geïnspireerde
muurschilderingen en vroeger door de 'vliegende monniken'.
Het is van binnen nauwelijks de moeite waard en hoewel er
geen bordjes hangen m.b.t. het fotograferen, proberen de monniken
ons toch geld afhandig te maken. Daar hebben we even geen
zin in vandaag. We besluiten al snel dat we het klooster wel
gezien hebben en gaan een wandeling door het dorp maken.
Aan het eind van één van de hoofdstraten staan
we ineens tussen de oogstende families. Ze stoppen echter
allemaal met werken als wij er aan komen, dus we kunnen geen
leuke foto's of video-opnames maken. Er wordt in dit dorp
trouwens enorm gebedeld door de kinderen. Ze zijn dol op de
plastic waterflessen die wij bij ons hebben en op een gegeven
moment proberen er zelfs een aantal kinderen de fles uit mijn
hand te trekken. Omdat we het gebedel niet aan willen moedigen,
geven we de kinderen toch maar niets.
Als we in Shigatze (3900m) aankomen bij het hotel, ontdekken
we dat we onze jassen in het vorige hotel hebben laten hangen.
Jimmy belt meteen met het hotel en daar blijken de jassen
nog te zijn. Ze zullen zorgen dat ze misschien vanavond nog
en anders morgenochtend in Shigatze komen. Wij hebben samen
met Femke en Wilko de meest aso kamer van het hotel. Losse
slaap- en badkamers en een gezamenlijke zit- en eetkamer!
Maar echt fris ruikt het er helaas niet. En vandaan nog geen
warm water ontdekt. Als we met de groep uit eten willen gaan,
blijkt dat de plattegrond van de stad uit de Lonely Planet
niet klopt waardoor het moeilijk is een restaurant te vinden.
We eten uiteindelijk toch lekker bij een restaurant (Tashi
1) waar ze het dakterras intussen overkapt en ommuurd hebben.
Ik voel me nog steeds niet honderd procent en ga daarom samen
met Michael eerder terug naar het hotel. We lopen over een
hele donkere straat terug naar het hotel. Navraag naar de
jassen bij de receptie levert niets op. Volgens mij begrepen
ze niet eens wat we vroegen.
verder
naar "Milarepa" deel 4
|