China: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Milarepa
China reisverhaal: verslag van een reis door China en Tibet
oktober 2000
(tekst en foto's: Geja en Michael Rijsman)
deel 2/4
Woensdag 11-10-2000
Vandaag hebben we lekker uitgeslapen. Allereerst lopen we
opnieuw het Barkhor circuit, maar deze keer wijken we af en
toe van de route af om de diverse aanliggende tempels te bekijken.
We lunchen bij het restaurant waar we de eerste dag de welkomstdrank
hebben gehad. Ik neem chickenspringrol een soort kip-loempia.
Helaas zijn de stukjes kip die in de loempia zitten niet van
al te beste kwaliteit, dus ik heb spijt dat ik niet zoals
Michael een jak-burger heb genomen.
Op de foto's: een tempel die gevuld is met een enorme gebedstrommel.
Een aantal mensen moet tegelijkertijd aan de trommel draaien
om het ding in beweging te houden. Een Tibetaans straatje.
Twee dametjes die zo mooi tegen de muur met hun gebedsmolen
stonden te draaien dat ze wel op de foto en video moesten.
We hebben ze in de display van de video naar zichzelf laten
kijken en toen had je ze moeten horen lachen!
Om zes uur hebben we met de groep bij de Jokhang afgesproken,
waar rond die tijd een dienst moet beginnen. Net buiten de
Jokhang zitten een aantal prachtige mensen op de grond. Die
moeten natuurlijk weer op de foto.
In de centrale hal houden een aantal monniken een dienst.
Er wordt op de trommel geslagen en ze mompelen hun gebeden.
Binnen in het Inner Sanctum begint ook een dienst en we staan
daar lange tijd van te genieten. Niet alle monniken zijn even
serieus met het prevelen van de gebeden, sommigen zitten propjes
naar elkaar te gooien! Helaas zijn de meeste kapelletjes gesloten
en kunnen we alleen hier en daar een vluchtige blik naar binnen
werpen. Het is hier ook enorm donker. De combinatie van pelgrims,
biddende monniken, kaarslicht en veelkleurige beelden en doeken
levert een bijzondere ervaring. Als we weer in de centrale
hal komen, zit Femke op de grond, omringd door een groepje
pelgrims. Ze zijn zeer geïnteresseerd in haar en de Lonely
Planet die ze zit door te bladeren.
's Avonds eten we bij een klein restaurantje, er was maar
liefst keuze uit twee gerechten, noodles of rijst met een
jak-burger. De cola's moeten ze nog even gaan halen bij de
buren, maar dan staat het eten snel op tafel. Jak eten ze
hier trouwens evenveel als in Nederland rund wordt gegeten.
Wij kiezen de noodles en moeten daar maar liefst vijf Yuan
per portie voor betalen. Samen met Laurens en Mariëlle
moet ik erg lachen als we van het toilet gebruik willen maken.
Het is al donker en daarom gaat één van de serveersters
met ons mee. Ze loopt met een grote zaklamp voor ons uit.
We steken een binnenplaats over en moeten dan door een nauw
steegje een trap op.
We zien geen hand voor ogen, dus het wordt al aardig spannend.
Boven dirigeert de serveerster Laurens door de eerste deur,
dat is blijkbaar het herentoilet. Wij mogen een deur verder.
Er zitten twee gaten in de grond en that's it. De dame blijft
met de zaklamp in de deuropening staan en schijnt een beetje
in de buurt van onze voeten. We moeten nu eenmaal nodig dus
zetten we ons over onze gene heen en maken maar gebruik van
het toilet. Laurens heeft intussen in het donker ook het gat
in de vloer gevonden en tot zijn geluk is hij er niet ingevallen.
Lachend komen we terug in het restaurant. We hebben weer een
waar avontuur beleefd.
Donderdag 12-10-2000
We hebben fietsen gehuurd en zijn we naar het klooster van
Drepung gefietst. Dat ligt acht kilometer ten westen van Lhasa.
We raakten Femke en Wilko al snel kwijt. Naar wij dachten
omdat ze foto's van de Potala (dat beroemde rood/witte klooster
dat ver boven Lhasa uitsteekt) aan het maken waren, maar later
bleek dat Femke last had van de hoogte. We passeren onderweg
het beeld van de gouden jaks. Dit beeld is op 26 mei 1991
onthuld ter ere van de 40ste verjaardag van de "bevrijding"
van Tibet. I.v.m. de festiviteiten kondigden de Chinezen een
noodwet af, werden alle buitenlandse journalisten verbannen
en moesten alle buitenlandse toeristen in hun hotel blijven.
Het laatste stuk fietsen ging al moeizaam met een zachte
achterband en asfalt dat niet meer terug te vinden was. Maar
toen wachtte ons nog een klim naar boven. Vlak voor de klim
komen we de andere reisgenoten tegen. Zij zijn vanochtend
al vroeg met de bus vertrokken, maar die bleek geteisterd
te worden door pech. Vlak voor onze ogen begeeft de bus het
opnieuw, dus wij fietsen ze lachend voorbij. Als ze uiteindelijk
overgestapt in een andere bus ons weer voorbij scheuren, lachen
zij natuurlijk weer. Volgens de Lonely Planet moeten we 500
meter klimmen, maar het voelde als veel meer. Al snel moeten
we afstappen en wandelen we verder. Laurens is de enige die
nog lange tijd op de fiets kan blijven zitten, maar dat vinden
wij toch veel te vermoeiend. Boven moest ik toch echt naar
het toilet en dat heb ik geweten. Het smerigste toilet tot
dusver. Niet alleen een gat in de grond, maar ook vol smeer.
Naar ik van Michael heb begrepen was het bij de heren nog
smeriger!!
Gelukkig was het fietsen niet voor niets. In zijn gloriedagen
waren er bijna 10.000 monniken aanwezig in het Drepung klooster.
Het bestaat uit een reeks witte gebouwen die opgestapeld zijn
tegen de Gyengbuwudze-berg. Van beneden af lijkt het dan ook
meer op een stadje dan een klooster. Het kloosterterrein bevat
allerlei trapjes, kapelletjes, gangetjes en een aantal prachtige
monniken en pelgrims. Drepung is gesticht in 1416 en was ooit
het grootste en rijkste klooster ter wereld. Ook politiek
is Drepung lange tijd een invloedrijk centrum geweest. Als
je binnen in de tempels foto's wilt maken, dan vergaat de
lol je snel. In elke afzonderlijke tempel wordt geld gevraagd
voor het nemen van foto's. In dit klooster loopt het van 10
tot ongeveer 50 yuan (1 yuan = f 0,25). En dat terwijl we
toch per persoon ook al 30 Yuan entree betaald hebben.
 |
|
 |
|
We zijn zover mogelijk door naar boven geklommen en bereikten
uiteindelijk de hoogte van 3930 meter. Voor mij zeker een
hoogterecord. We komen ook nog door de keuken van het klooster
en zien de immense ketels die gebruikt worden om voor de monniken
te koken. Beneden drinken we nog met de groep een cola als
de eigenaar even weggaat. Hij wuift dat we rustig kunnen blijven
zitten en schuift vervolgens een schot voor de uitgang! Omdat
hij erg lang wegbleef, hebben we uiteindelijk maar geld neergelegd
en zijn we weggegaan. Femke en Wilko waren intussen ook weer
aangesloten, dus gingen we met z'n zevenen terug naar de stad.
We zien onderweg een groep pelgrims met jaks. Helaas hebben
de mensen liever niet dat we foto's maken. Wel maak ik nog
een prachtige foto van de avondzon op het graan en de bergen.
En bij de Potala staan we ongeveer een half uur te wachten
tot de zon achter de wolken vandaan komt. Helaas draaien er
steeds nieuwe wolken voor de zon, dus uiteindelijk maak ik
maar een foto zonder zon (die niet de moeite waard is geworden).
's Avonds eten we bij het restaurant waar we de eerste dag
al twee keer geweest zijn en dit keer is het heerlijk. Wel
erg pittig die Jak Chili van mij en Femke. Hetzelfde lieve
meisje van de vorige dagen bedient ons weer. Met één
van de twee Belgen heb ik trouwens een bijzondere connectie.
Ze is min of meer een collega van me geweest, want ze werkt
als finance manager bij Mobistar Belgie en dat heeft Cellway
Belgie overgenomen. Na het eten gaan we stappen met een groep
Tibetanen. We gaan naar een uitgaansgelegenheid waar Chinezen
niet binnengelaten worden. Wij zijn de enige toeristen. Er
wordt door diverse mensen opgetreden en wij zijn nog niet
echt gewend aan de Tibetaanse muziek. We blijven dus niet
al te lang.
Vrijdag 13-10-2000
 |
|
 |
|
We gaan dan eindelijk de Potala bekijken. We spreken al
om acht uur af, want het ontbijten duurde gisteren erg lang.
We kiezen ook een ander restaurant. 'There is a rat in the
kitchen' is een hit van UB40 en was hier toepasselijk. Het
duurt weer lang voordat we allemaal gegeten hebben, dus gaan
we met een riksja naar de Potala. We proberen er een wedstrijd
van te maken, maar de chauffeurs annex fietsers doen het rustig
aan. De Potala heeft dertien verdiepingen en is meer dan 117
meter hoog. Het is de winterresidentie van de Dalai Lama's.
Het complex bestaat uit een wit en een rood paleis met een
klein geel gebouw ertussen. Het witte paleis was voor seculier
gebruik. Het bevat de woonvertrekken, de kantoren, het seminarium
en de drukkerij. Het rode paleis met haar vele tempels had
een religieuze functie. Naast talloze tempels bevat het rode
paleis ook de gouden tombes van de Dalai Lama's. In het middelste
gele gebouw zijn de enorme, met heilige symbolen geborduurde
banieren (tanka's) opgeborgen die tijdens de nieuwjaarsfeesten
over de zuidkant van het paleis werden uitgehangen.
We moeten heel wat trappen op (150 meter) voordat we eindelijk
op het dak van het paleis zijn. Als buitenlander betaal je
een flinke meerprijs (40 Yuan) ten opzichte van de lokale
bevolking die voor één yuan naar binnen mag.
Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de lokale bevolking
op enkele tientallen plaatsen geld doneert aan de 'goden'.
Dit geld wordt door de monniken ijverig verzameld en het is
onduidelijk of dit voor 'heilige' doeleinden wordt gebruikt,
dan wel dat men dit geld moet afdragen aan de Chinese overheid.
Het uitzicht vanaf het dak van de Potala valt helaas tegen,
we zien voornamelijk flats. Het valt wel op dat het oude Tibetaanse
deel tegenwoordig nog maar een klein deel van de totale stad
uitmaakt. We betalen tien Yuan extra om op het dak van het
rode paleis te mogen kijken. Doordat we maar een klein stukje
kunnen betreden hebben we niet veel meer uitzicht dan eerder.
 |
|
Als bijna alle leden van de groep boven zijn (alleen Femke
en Wilko zijn niet naar boven gekomen) stelt de reisleider
voor een groepsfoto in klederdracht te maken. Een ware verkleedpartij
volgt, waarna een groep Chinezen met al onze camera's foto's
van ons gaat maken. Ze gebruiken echter ook allemaal hun eigen
camera om ons te fotograferen. We denken dat we binnenkort
wel beroemd zullen zijn in China!
Dan verder met de toer door het paleis. In de kapellen maken
we maar geen foto's, want ze presteren het om 150 Yuan per
gemaakte foto te vragen! Een van de kapellen bevat trouwens
prachtige maquettes van het onderkomen van één
van de goden die in het Boeddhisme voorkomt. We maken trouwens
wel een aantal foto's van de deuren die de kapellen afsluiten
van de gang. Die zijn hier echt prachtig.
Nadat we weer beneden zijn, gebruiken we de lunch (daar
maken we maar geen woorden aan vuil) en wandelen vervolgens
naar het zomerpaleis van de Dalai Lama, Norbulingka. Shöl,
het dorpje dat aan de voet van de Potala lag is vrijwel geheel
verdwenen. Recht voor de Potala is in plaats daarvan een openbaar
plein in de steil van Tiananmen-square gecreëerd. Norbulinka
lag vroeger enkele kilometers buiten de stad. De Chinese bezetters
hebben er in de afgelopen 50 jaar voor gezorgd dat de populatie
van Tibet flink is toegenomen door Chinese gezinnen te stimuleren
naar deze provincie te verhuizen.
Vrijwillig of gedwongen zijn dan ook honderdduizenden gezinnen
in Tibet gehuisvest. In Lhasa is het inwonertal toegenomen
van tussen de 20 en 30 duizend naar 150 duizend inwoners.
Om woonruimte te creëren is de hele weg tussen de oude
stad en het zomerpaleis volgebouwd. De nieuwe gebouwen die
men heeft neergezet hebben niets weg van de originele Tibetaanse
behuizing. Je komt de nieuwe bouwstijl tegenwoordig overal
in Tibet tegen. Betonnen gebouwen van maximaal drie verdiepingen
met witte badkamertegels en blauwgetinte ruitjes. De ruimtes
op de benedenverdieping hebben allen een rolluik en de ruimten
zelf doen in de meeste gevallen dienst als winkel of restaurant.
Overigens lijkt het alsof er sneller nieuwe huizen neergezet
worden dan er winkels geopend kunnen worden. Veel van de "winkel"-ruimtes
staan op het moment leeg. Als we een eind gelopen hebben komen
we langs een slager, waar de vissen uit de bak springen waar
ze in zitten. Als we wat dichter bij gaan kijken blijken ze
er levende slangen in een grote tas te hebben. Ze maken Jack
even aan het schrikken door met één van de slangen
op hem af te komen.Natuurlijk maken we nog een paar foto's
van de Potala. Jammer van die Chinese vlag die ervoor hangt.
En wie schrikt die duiven toch op?
Het zomerpaleis is niet echt veel bijzonders en we kunnen
maar op weinig plekken binnen kijken. Bovendien is bij mij
is het eten niet zo lekker gevallen, dus ik wil graag naar
het toilet in het hotel. Die in het zomerpaleis heb ik ook
bewonderd trouwers. Er zit gewoon een beerput onder dat gat
in de grond! In het hotel voor het eerst een echt warm bad.
Zalig. We brengen onze was heel luxe naar de service van het
hotel en gaan maar weer eens uit eten.
Zaterdag 14-10-2000
Om acht uur zitten we aan het ontbijt in het hotel. Het
duurt weer vrij lang vandaag, maar we zijn toch om negen uur
klaar om met een minibus te vertrekken richting Ganden. Dit
klooster ligt op een heuveltop op 63 kilometer afstand van
Lhasa. We nemen een lunchbox mee uit het restaurant. Het is
een flinke rit. Aanvankelijk over een vlakke asfaltweg. De
chauffeur moet goed opletten, want alle beesten lopen hier
los en ze hebben nog wel eens de neiging om onverwacht de
weg over te steken. Na anderhalf uur stoppen we bij een dorpje
waar ze graan aan het dorsen zijn. Ze hebben wel een machine
waar ze het graan splitsen van de stengel, maar verder is
het allemaal handwerk. We maken een paar foto's.
 |
|
 |
|
We blijken hier aan de voet te staan van de berg waar het
Ganden klooster op ligt. Vanaf nu moet de bus dus omhoog.
Als we nog niet halverwege zijn begint de bus te stinken en
stopt de chauffeur. Hij gaat onder de bus iets repareren,
maar wat? Na een paar minuten is de reparatie voltooid en
gaan we verder naar boven. Bij de ingang van het klooster
koop ik een gebedsvlag, die ik straks op het hoogste punt
op wil hangen.
Het Ganden-klooster is gesticht in 1409 door Zongkaba en
blijkt een vrij groot complex te zijn. Het is de bakermat
van de Gelugpa-sekte en is bij het begin van de Culturele
Revolutie bijna geheel verwoest. Intussen is het grotendeels
gerestaureerd. In Ganden worden ook Tibetaanse gebedsboeken
met de hand gedrukt. We ontdekken al gauw dat we de binnenkant
niet al te interessant vinden, hoewel we er nog wel een mooie
foto maken. Het is hier zowaar toegestaan om foto's te maken
zonder daarvoor een extreem bedrag te betalen. De standaardentree
voor het klooster bedraagt 25 Yuan per persoon.
Samen met Laurens gaan we daarom de hoge Kora lopen. De
eerste tijd is het pad vlak en loopt het weg van het klooster.
Dan gaat het pad ineens toch vrij steil omhoog. Nadat we even
gepauzeerd hebben, realiseren we ons dat we een afslag gemist
hebben en nog verder omhoog moeten. We besluiten dwars over
de berg over te steken naar het andere pad. Dat valt niet
mee, zo schuin langs een rots lopen als er geen pad is. Laurens
ontdekt dat hij zijn fotocamera heeft laten liggen bij de
rustplek. Hij gaat terug, terwijl wij langzaam doorlopen en
regelmatig even rusten om op adem te komen. Als we denken
bij de top te zijn, komen er weer twee nieuwe hogere toppen
te voorschijn.
 |
|
Als we dan eindelijk op de echte top komen, hang ik mijn
gebedsvlag tussen de honderden die hier al hangen. De meeste
zijn al helemaal verkleurd door de zon, maar mijne heeft nog
prachtige felle kleuren. Natuurlijk maken we ook een foto
van Michael op de top van al die gebedsvlaggetjes. We rusten
hier ook maar even uit en genieten van de meegebrachte lunch
en een prachtige uitzicht over de Kyichu-vallei en de verafgelegen
prachtige sneeuwberg. Later onderzoek leert dat deze berg
op zo'n 100 kilometer afstand ligt en 7115 meter hoog is.
Wij zijn zelf van 4300 meter naar 4575 meter geklommen. De
weg naar beneden is erg uitgesleten door de pelgrims (soms
ligt het pad ruim een halve meter dieper dan de omringende
grond) en af en toe glijden we weg op wat losse stenen. Iets
voor half drie zijn we weer op de parkeerplaats, waar we de
andere groepsleden aantreffen. Om half drie gaan we met de
bus terug naar beneden.
Na ruim een uur in de bus, heb ik het enorm warm gekregen.
Ik zit bij het raam, waar de zon vol naar binnen schijnt.
Ik verplaats me naar de achterbank, waar ik in de schaduw
kan zitten. Ik zit nog nauwelijks als de chauffeur met een
rotgang door een enorme kuil rijdt. De achterkant van de bus
verandert in een stofwolk en de raampjes moeten open om dat
weer weg te laten trekken. In Lhasa krijgen we vlak bij het
hotel weer het bekende geduw en gedraai in de smalle straatjes.
Niemand wil achteruit, maar we kunnen echt niet met z'n allen
vooruit. Uiteindelijk zijn we dan om vier uur weer in het
hotel. We nemen een lekker warm bad en gaan om half 7 weer
met de groep uit eten.
verder
naar "Milarepa" deel 3
|