China: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië

Van Beijing naar Tibet

China reisverhaal: verslag van een reis door China en Tibet

(Tekst: Ina Kuipers - Foto's: Herman Hoekstra)

deel 2/2

Het terracottaleger in Xian: de soldaten verschillen allemaal van gelaatsuitdrukking

Na vijf dagen Beijing vertrekken we met de trein naar Xian, een reis van 17 uur. We slapen in een zogenaamde 'hardsleeper', met z'n zessen lig je in een open coupé. De trein is nieuw, dus nog redelijk schoon.

In Xian is het beroemde terracottaleger. Het werd vernietigd door plunderaars, maar inmiddels is weer een compleet leger opgegraven en gerestaureerd: ruim 6000 soldaten staan in slagorde opgesteld.
Ze verschillen allemaal van gelaatsuitdrukking, wapenuitrusting en kleding. De paarden zijn erg gedetailleerd weergegeven, je gelooft je ogen niet. Vermoedelijk ligt er nog veel meer onder grond, zoals paleizen en andere gebouwen.
Er is echter onvoldoende kennis en geld, dus zal het nog jaren duren voordat alles is opgegraven en gerestaureerd. We bekijken een film, een zogenaamde 'circular movie presentation'. De 360 graden projectie geeft je het gevoel dat je midden in het strijdgewoel staat.

De kaartverkoop voor het beklimmen van de Belltower gaat weer op zijn Chinees. Eén Chinees verkoopt de tickets. Een ander haalt de kaartjes door een metalen gleuf, zodat we naar binnen kunnen. Nummer drie controleert op de trap nog een keer en knipt een gaatje in de tickets. Zo zijn weer drie Chinezen aan werk geholpen.

Xian is gebouwd volgens een schaakbordpatroon en ziet er geordend uit. Vanaf de Belltower hebben we een goed uitzicht op de rechte wegen.
In Xian is een grote moslimwijk, waar we een moskee bezoeken met voornamelijk groene en blauwe tinten. In de Chinese tempels overheersen juist de kleuren rood, geel en oranje.

In een lange overdekte straat kunnen we voldoende souvenirs inslaan. Het is ongelofelijk wat er allemaal aan koopwaar wordt aangeboden. Natuurlijk kopen we het Rode Boekje van Mao. Je moet niet te lang stil blijven staan, want je wordt meteen aangeklampt door een Chinees die zijn handel wil verkopen. Het valt op dat sommige Chinezen hier een paar woordjes Engels spreken.

Labrang: tientallen geelmutsmonniken zitten te mediteren

Alweer een lange treinreis, dit keer van 14 uur. We kletsen en lachen onderweg heel wat af. De Chinese 'Railtender' komt langs en we nemen een kant-en-klaar maaltijd, die smaakt redelijk. Ook kunnen we water en cola krijgen en natuurlijk heet water voor de thee.

We maken snel onze bedden klaar, want zonder enige waarschuwing kan plotseling het licht uitgaan. Dit is meestal vroeg, rond half tien. Na de lange treinreis meteen verder met de bus. Na twee uur krijgen we een lekke band.

De buschauffeur moet een garage zien te vinden om de band te verwisselen. We bevinden ons gelukkig in een leuk dorpje en wandelen naar een prachtige moskee. Hiernaast bevindt zich een schooltje. De kinderen zijn helemaal van slag; zo vaak zien ze geen groep westerlingen.

Ze vinden het prachtig om op de foto te gaan en als ze een koekje krijgen is het helemaal feest. De leraar treedt na verloop van tijd op; de kinderen moeten weer in de schoolbanken plaatsnemen en hun lesje opzeggen. Na een uur kunnen we verder. Tijdens een zeven uur durende rit genieten we van het landschap. We passeren hoge bergpassen en het uitzicht is fabelachtig. Onderweg stoppen we in het moslimdorpje Linxia om te lunchen. Vanochtend bestond ons ontbijt uit droge eierkoek en een banaan, dus de smakelijke maaltijd is een feest.

Als we weer op pad zijn zien we al snel de eerste stoepa - een Tibetaanse pagode - en de eerste Tibetaanse monniken. In hun rode gewaden vallen ze direct op. We naderen Xiahe, Labrang in het Tibetaans. Labrang ligt nog in China maar ademt al een Tibetaanse sfeer uit. Hier staat één van de belangrijkste Tibetaanse kloosters. Ooit woonden hier 4.000 monniken, tijdens de Culturele Revolutie is dat aantal gedaald tot 300, maar nu zijn het er alweer 1.500.

Vanochtend regent het pijpenstelen. Labrang ligt op 2.920 meter hoogte, dus we doen het rustig aan. We hebben een prachtige hotelkamer en warm water. Ik kan dus wat kleren wassen. We brengen de ochtend lezend en luierend door. Tegen de middag wordt het droog en gaan we op pad. Natuurlijk eerst de korla lopen, de pelgrimsroute. We lopen achter de vele monniken aan en draaien ook aan de gebedsmolens.

Halverwege de tocht zien we tientallen geelmutsmonniken zitten. Het is een fascinerend gezicht. Plotseling verandert iedereen van opstelling en gaan ze anders zitten. Er wordt hardop gemediteerd en gediscussieerd.

Het Labrangklooster is erg kleurrijk en boordevol goudkleurige boeddha's. Een monnik leidt ons rond door de vele zalen. Hij spreekt Engels en legt ons uit wat voor betekenis de zalen hebben.

In de grote zaal liggen honderden kleurige kussens op de grond. Hier knielen de monniken om te mediteren. Veel kamers bevatten reïncarnaties van lama's. Het klooster bezit veel zilverwerk, kelken, kandelaars, beelden, lampen en schilderijen. In een aparte zaal hangen allemaal schilderijen die zijn gemaakt van yakboter in de meest prachtige kleuren. De monnik vertelt dat sommige schilderijen al 20 jaar oud zijn en nog zeer goed geconserveerd.

We maken een gebedsdienst mee. De monniken prevelen en lispelen hun gebeden. Ze zitten allemaal in kleermakerszit. Ze hebben allemaal dezelfde mantels aan en op hun hoofd de gele mutsen. Het is inmiddels schitterend weer en we maken een bergwandeling. We zitten boven de drieduizend meter en dat is te merken, we gaan maar langzaam vooruit. De lucht is zuiver en het is heel stil, tijdens de wandeling van vier uur komen we niemand tegen.

Taersi: lappen vlees liggen zonder enige koeling in een kar

Vroeg op, want we hebben een busrit van 14 uur voor de boeg. Het is weer een ongelofelijke rit. We zien bergen, nomaden, de eerste Tibetaanse dorpjes, herders en yaks. We passeren diepe ravijnen en afgronden. De weg is af en toe zeer slecht, maar het gaat gelukkig steeds goed. Helaas raken we vast in het verkeer in de stad Xining. Er is een ongeluk gebeurd en we kunnen niet verder. De chauffeur probeert met veel hangen en wurgen te draaien, wat uiteindelijk lukt. Waar we dan terechtkomen is onbeschrijfelijk. De weg is één grote modderpoel en we zakken er diep in weg. De weg is vol kuilen en we schudden heen en weer. Als we echt vast komen te zitten, moeten we de bus uit en een stuk lopen. Het is een gigantische blubberboel. Na een dik uur komen we eindelijk weer op een beter stuk weg. Het is al donker als we in Taersi aankomen.

We gaan op zoek naar een restaurantje en belanden in de keuken. We worden naar boven doorverwezen en bestellen drie schotels en natuurlijk thee. Zodra we een slokje hebben genomen, wordt er meteen weer bijgeschonken door een Chinees meisje. Dat gaat zo de hele avond door. Ze staat constant met de theepot klaar. De gerechten zijn weer voortreffelijk. Het eten met stokjes kost nu geen moeite meer.

In Taersi zijn veel winkeltjes met prachtige sieraden, gebedsmolens, tanga's, beeldjes en vele andere artikelen. Er is een markt met groente, fruit, kleding en vlees. De lappen vlees liggen zonder enige koeling in een kar. Er ligt veel vuilnis op straat, veegvrouwtjes zoals in Beijing ontbreken hier. Het Kumbumklooster is de belangrijkste bezienswaardigheid van Taersi. De veertiende Dalai Lama is vlakbij dit klooster geboren.

De monniken zijn erg vriendelijk. We mogen de kamer van een monnik bekijken. Hij woont er met nog een monnik. De kamer is sober ingericht: een bed voor twee personen, een tafel, een kast en een zitkussen. In een ander kamertje staat een éénpits-kookstel met wat groenten. Waarschijnlijk is dit het keukentje. De monnik spreekt een paar woordjes Engels en we voeren een kort gesprekje.

Naar Tibet: op 3200 meter hoogte door een maanlandschap

Twee uur in de middag gaan we weer met een busje richting Xining, om aan onze derde lange treinreis beginnen. We moeten voorraden aanleggen, omdat we na de treinreis van 17 uur aan een busrit van 32 uur beginnen. Er is onderweg geen mogelijkheid om eten te kopen.

Het is deze keer een oude trein. Het toiletbezoek is een ongelofelijke ervaring; het is een gat in de grond en de stank is overweldigend. Er hangt een penetrante urinelucht. Ik probeer het toiletbezoek tot een minimum te beperken. De lakens in de trein zijn redelijk schoon. De wagonjuffrouw haalt regelmatig het afval op en aan het eind van de rit wordt de vloer zelfs gedweild.

Als we 's ochtends wakker worden rijden we over een hoogvlakte. We zitten op 3200 meter hoogte. Het desolate landschap maakt een overweldigende indruk. Heel in de verte zien we besneeuwde bergtoppen. De lucht is strak blauw, het lijkt wel een maanlandschap. Af en toe passeren we een nederzetting.

Helaas is het hete water op en kunnen we geen thee zetten, zodat we droge broodjes eten met water. Na een lange tocht komen we aan in Golmud. We worden met al onze bagage op schoot in een busje gepropt en rijden snel naar een gebouwtje op een afgelegen terrein. Hier kunnen we nog wat eten en is het wachten op de Chinese bemiddelaarster. Zij zorgt voor de kaartjes en vergunningen voor de busrit naar Lhasa in Tibet. Dat is een heel gedoe en we zijn al lang blij dat dit voor ons wordt geregeld.

Twee uur 's middags stappen we in de zogenaamde 'sleepersbus'. Deze bussen worden in China op lange afstanden gebruikt. De stoelen kunnen bijna tot bed-stand worden neergelaten, je ligt half onderuit. We laten China achter ons en beginnen aan de lange busrit naar Lhasa in Tibet.

 

 


 

Google
Vamonos Travels