Baobab
China: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië

BEIJING

China reisverhaal: verslag van een reis door China

(Tekst en foto's: Ralph van Wolffelaar)

deel 2/2

China reizen

Het Zomerpaleis: 3000 tempels, paviljoenen, torens, bruggen en tuinen

De vierde dag gaan we naar het reusachtige Zomerpaleis. In de zomer, wanneer het te heet werd in de stad, trok de keizer naar dit 40 kilometer noord-westwaarts gelegen park. Voor een bezoek aan het Zomerpaleis mag je best een dag uittrekken, de oppervlakte bedraagt namelijk niet minder dan 300 hectare. Daarvan wordt driekwart in beslag genomen door het Kunmingmeer, maar dan nog valt er genoeg te zien. Drieduizend hallen, tempels, paviljoenen, torens, bruggen en tuinen zorgen voor overweldigende vergezichten.

Wie Beijing bezoekt zal vanwege het grote aanbod aan culturele bezienswaardigheden keuzes moeten maken, maar een bezoek aan het Zomerpaleis mag eigenlijk niet ontbreken. We bereiken het Zomerpaleis, evenals de meeste bezienswaardigheden in de stad, met de taxi. In deze metropool is dat nu eenmaal het snelste, makkelijkste en veiligste vervoermiddel. Na enkele dagen komen we er bovendien achter dat rijden volgens de meter goedkoper is dan een prijs afspreken. Voor een startbedrag van tien yuan (ƒ 2,50) kun je vijf kilometer rijden en daarmee kom je zelfs in Beijing een heel eind. Elke volgende kilometer kost 1,20; 1,60 of 2 yuan, afhankelijk van het formaat taxi waarin je je bevindt.

Daarnaast moet iedereen eens een ritje met een van de vele riksja's maken. We laten ons door een baasje van een jaar of zestig rondrijden. Wanneer we echter op de verkeerde plaats zijn afgezet en de vogel alweer gevlogen is, rijden we een stukje met de bus. De uitbrander van de chauffeur is niet omdat we zwartrijden, maar omdat we aan de verkeerde kant van de overvolle bus instappen.

Een gevaarlijk stuk muur: stenen rollen rechtstreeks in het diepe ravijn

De volgende dag gaan we naar de Chinese Muur. Gebouwd als bescherming tegen de Tataren bereikte het bouwwerk uiteindelijk een lengte van bijna 2500 kilometer. Met name in het oosten van China is een aantal delen intact gebleven en opengesteld voor het publiek.

De meeste toeristen zijn te vinden bij Badaling en Mutianyu; wij besluiten naar het wat verder gelegen Simatai te gaan dat op UNESCO's lijst van beschermde monumenten staat. De 120 kilometer lange en ruim drie uur durende busreis in de snikhete zon nemen we op de koop toe.

Eenmaal aan de voet van de berg aangekomen blijkt het een niet-gerestaureerd deel van de Muur te betreffen dat pas sinds twee jaar te bezoeken is. Mede daardoor is dit een van de rustigste stukken. Volgens ons ticket (ƒ5,-) bevinden we ons op een van de gevaarlijkste stukken van de Muur en ook dat durf ik niet in twijfel te trekken. Naast de steile klim ontbreken hier en daar de kantelen. Menig maal duw ik bij het afzetten onbewust een steen in het diepe ravijn, mezelf maar ternauwernood overeind houdend.

Op het hoogste punt aangekomen is de verbazing groot wanneer we er naast de gebruikelijke versnaperingen een televisie aantreffen waaruit luidkeels 2Unlimited schalt. Het kan niet altijd meezitten. Opmerkelijk zijn trouwens de wat oudere dames die ons de gehele klim vergezellen, af en toe een hand toereikend wanneer we bijna onderuit gaan. Aan het eind van de afdaling komt de aap uit de mouw; vliegensvlug wordt een aantal boeken en kaarten haast smekend te koop aangeboden. Na enig afdingen schaffen we een fotoboek over de Muur aan.

De restaurants lijken eetzalen: op de andere tafels wijs je aan wat je wilt eten

Uit eten gaan in een van de vele restaurantjes annex eetzalen staat garant voor grappige taferelen. Als westerling ben je overal welkom, want 'westerlingen hebben geld', zo zie je ze denken. Na een paar keer sta ik er al niet meer van te kijken wanneer we in het voorbijgaan zowat letterlijk naar binnen getrokken worden.

Eerst maar eens zorgen dat je in het bezit kunt komen van een menukaart waarop de gerechten ook in het Engels aangegeven staan. Als dat lukt, probeer dan maar eens binnen tien minuten duidelijk te maken wat je wilt eten en drinken. Niet zelden dien je een rondje door het restaurant te maken en de gerechten van jouw keuze aan te wijzen op andere tafels.

 

Vervolgens dient het gevecht met de welbekende chopsticks zich aan. Na een kwartiertje klungelen en ongelovige blikken trotseren ('kunnen die westerlingen niet met stokjes eten?') hebben we het echter wel ongeveer onder de knie. Wanneer dat gebeurd is heb je het ergste gehad en kun je je voor nog geen tientje laven aan de heerlijke gerechten die de Chinese keuken rijk is. Omdat je in Nederland in een Chinees restaurant overwegend Indisch voedsel krijgt, is het iedere keer weer een verrassing wat je voorgeschoteld krijgt.

Bij een visstoofschotel lepel ik als eerste de kop van de vis uit de kom. Door die mee te koken laat de kok zien dat de gebruikte vis vers is, rottingsverschijnselen zijn immers als eerste zichtbaar aan de kop. Een kwestie van wennen, net als het feit dat bij hoge temperaturen Chinese mannen in hun blote bast komen eten. Niemand die er van onder de TL-buizen van opkijkt.

Leuk is ook een bezoekje aan de plaatselijke McDonalds. Eenmaal binnen in het filiaal aan de zuidkant van het Plein van de Hemelse Vrede lezen we louter Chinese tekens op de lichtbakken. Als we op het punt staan naar buiten te gaan, komt een serveerster een placemat brengen waarop afbeeldingen staan van de cheeseburgers, milkshakes en kipnuggets. Wij wijzen aan wat we willen hebben, zij noteert het en met het briefje kunnen we zelf aan de toonbank bestellen. Een simpele manier, maar het werkt wel.

Ook 's avonds een levendige stad: Eenvoudig over straat lopen kan een belevenis zijn

Eenvoudig lopen over straat kan ook een belevenis zijn. Beijing blijkt 's avonds een bijzonder levendige stad te zijn waar mensen op het trottoir poolbiljarten, een kaartje leggen of liggen te slapen.

De aanwezigheid van de vele stalletjes zorgt voor een gezellige sfeer, al is het jammer dat je steeds moet afdingen. Niet voor niets zijn de goederen niet geprijsd. Zelfs een fles cola is niet te krijgen zonder te onderhandelen. Wie direct de genoemde prijs betaalt, is meer kwijt dan in Nederland. De eerste twee keer is het leuk om je onderhandelingscapaciteiten te testen, maar daarna begint het snel te vervelen. Als je op de helft van de eerstgenoemde prijs uitkomt, zit je ongeveer goed.

Het is aan te raden ook eens de geijkte avenues te verlaten en de smalle straatjes in te duiken. Op het eerste gezicht lopen deze 'hutongs' parallel aan de grote straten die de stad hoofdzakelijk in noord-zuid en oost-westrichting doorkruisen. Niets is minder waar; de steegjes vol winkeltjes, langs razende riksja's en brutale verkopers blijken een waar doolhof. Je komt altijd ergens anders uit dan je denkt.

Tijdens een van onze wandelingen worden we aangesproken door twee jonge meisjes die een eindje met ons meelopen. Ze spreken opvallend goed Engels en willen weten wat we van Beijing vinden, of we hier voor het eerst zijn en tot wanneer we blijven. Mijn vermoeden dat we langzaam een donker bordeel binnengeloodst worden blijkt ongegrond; de dames werven klanten voor een achteraf gelegen galerie waar schilderijen te koop zijn. Helaas is de prijs er ook naar. Met de belofte dat we later in de week nog eens terugkomen als er nog geld over is nemen we afscheid.

Als afsluiting van onze reis mogen we de toch geboekte transfer naar het vliegveld zelf regelen. Enigszins bezorgd vraag ik aan de balie in het hotel hoeveel er in Beijing zijn. Dat zijn er dus vijf. Gelukkig kan het bijna niet missen of we moeten op 'Capitol Airport' zijn, volgens de receptionist. We moeten immers naar Europa. Een uur met de taxi later en 15 euro lichter staan we op de luchthaven. Als de douanier, kijkend in mijn paspoort, ziet dat ik uit Nederland kom en haast onherkenbaar de naam van Marco van Basten aanstipt, realiseer ik me dat mijn reis er nu echt op zit.

Vamonos Travels

 

 


 

 

ATP vakanties

 

Vliegticketspecialist

 

Reisspecialist
Google