|
Chili, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Patagonië Zuid Amerika
Elf maanden Zuid-Amerika: Chili
Chili reisverhaal: verslag van een reis door Chili en Patagonië met
veel informatie en foto's
(tekst en foto's: Barry & Renée Doodeman)
deel 1/4
Putre
Ons orginele plan om via de zoutvlakten van Uyuni (Bolivia)
naar Chili te reizen, lieten wij snel varen toen we lazen
over het bestaan van NP Lauca in het Noorden van Chili. Reizend
vanuit La Paz is ook de beste manier op het park te bezoeken
aangezien het in de Altiplano ligt (gemiddelde hoogte is 4500
meter) en zo heb je het minste last van de hoogte. Dit betekende
voor ons wel dat we halverwege de busrit 5 kilometer van het
dorpje Putre afscheid namen van de comfortabele bus. Tja,
daar sta je dan. De local die daar op een bus stond te wachten
kon ons vertellen dat we het beste konden gaan lopen. Een
lift van een voorbijganger zat er hoogstwaarschijnlijk niet
in. Hij wees ons een zandpad dat rechtstreeks naar het dorp
liep, hoefden we niet die 5 kilometer over de weg af te leggen.
Moedig begonnen we aan de stoffige wandeling die bijna een
uur duurde, erg pittig om via zandpaadjes te klimmen en dalen
met de grote rugzak op, maar dan kom je nog eens ergens (Barry
vond het wel avontuurlijk zo in de bergen).
| Putre is een keurig, net mini-bergdorpje met een paar
hosteltjes voor de touristen die het NP willen bezoeken.
De meeste touristen komen vanuit Arica aan de kust naar
boven en moeten hier een dag acclimatiseren. De hosteleigenaresse
vond het dan ook wel stoer dat wij gewoon vanaf de weg
waren komen lopen. Nadat we in het hostel (aantal kamertjes
rondom een betonnen binnenplaatsje) een toertje door het
park hadden geregeld hebben we bij de buren soep en een
broodje geitenkaas gegeten (meer was er niet te kiezen
als ontbijt-lunch) en zijn we Putre gaan verkennen. |

In Putre nog even wat geroddeld met de plaatselijke
lama |
Na twee rondjes om het pleintje en langs de militaire basis
hadden we alles gezien en zijn we op ons bed boekjes gaan
lezen. Onder het gebrul van de dino´s uit Jurrasic Parc
en volledig ingepakt (koud!) s`avonds kip met friet (ook hier
de nationale specialiteit) genuttigd en gekletst met 5 jaar
oude Kevin.
Lauca National Park
Na een goede douche (wel eerst even warm water aanvragen) en
een ontbijtje stapten we de volgende ochtend in het mini-busje
met chauffeur dat de gehele dag tot onze beschikking stond.
Alleen voor ons tweetjes, wat een luxe. Het picknick mandje
met bananen, chocola, drinken en koekjes maakte het helemaal
compleet. Op naar de beesten en bergen!
Omdat we vanuit Bolivia waren gekomen hadden we al een groot
deel van de route gereden maar nu konden we dus overal uitstappen
om o.a. de vicuña´s en lama´s goed op de
foto te zetten. Bij de eerste stop werden we opgewacht door
tientallen vizcacha´s die rondsprongen tussen de rotsen
en zich tegoed deden aan de mosplantjes. Vizcacha´s
zijn familie van de chinchilla en lijken nog het meeste op
een groot konijn met een lange pluizige krulstaart. We hadden
er al eerder een paar mogen spotten in Huaraz (Peru) maar
hier waren het er veel meer en konden we ze heel dicht benaderen.
(inderdaad te veel foto´s genomen). Via een loopbrug
de hoek om en daar stonden de vicuña´s te grazen
(die elegante met ´s werelds zachtse wol) met een paar
vulkaantoppen op de achtergrond een erg mooi begin van de
dag.
Via een aantal blauwe meren, een rokende vulkaan en een dikke
lama die om koekjes bedelde, reden we naar een schattig klein
dorpje met dito mini-kerkje (uit de 17e eeuw) waar we enthousiast
begroet werden door een klein jongetje dat lachend in onze
armen sprong (leuk want meestal willen ze alleen maar snoep
of geld). Twee backpackers een lift gegeven en daarna doorgereden
naar het grootste meer (een van de hoogstgelegen meren ter
wereld) waar een grote groep lama´s zeer strategisch
stond opgesteld. Voor het meer met op de achtergrond de mooiste
vulkaan waarvan de top volledig bedekt was met sneeuw (nog
meer foto´s dus). Op de parkeerplaats het picknick mandje
leeg gesnoept en daarna door naar de grens gereden om daar
de roze flamingo´s door onze verrekijkers te observeren.
Toch raar, flamingo´s op deze hoogte maar ze schijnen
het er prima naar hun zin te hebben. Ook hier weer een perfecte
vulkaan op de achtergrond die in het water werd weerspiegeld.
Na een korte wandeling langs de kant van het meer waar een
soort reuze meerkoeten hun nesten aan het bouwen waren, hebben
we nog een poging gedaan om een close-up foto van wat vicuña´s
te nemen. Niet makkelijk maar wie weet is het gelukt (foto´s
moeten we nog ontwikkelen). Na al dit harde werk was het tijd
voor wat ontspanning en bracht onze chauffeur ons naar de
thermale baden. Een perfecte combinatie van koude wind, felle
zon en warm water dat via meerdere poeltjes (van gloeiend
heet naar aangenaam warm) de berg uitstroomde. We besmeurden
onze armen nog met de modder maar toen deze daarna oranje
bleven (wel een mooi kleurtje) lieten we het daar maar bij.
Een mooi einde van een geslaagd dagje Lauca, een zeer mooie
omgeving met veel beestjes, ideaal voor ons!
Na nog een avondje lezen, rondjes lopen en het aaien van
de plaatselijke lama´s (stonden bij ons in het straatje)
was het tijd om af te dalen naar zee-niveau. Vanuit Putre
vertrok er gelukkig wel een bus rechtstreeks naar Arica (konden
gewoon voor ons hosteltje instappen) en na 3.5 uur rijden
werden we 17.30 in een buitenwijk van Arica afgezet. Op zoek
naar een taxi en een hostel...
Dag Arica
De taxi was nog niet makkelijk te vinden. Wat wij voor taxi´s
aanzagen bleken collectivo´s te zijn. Hetzelfde idee als
een taxi, maar dan met een vaste route en prijs. Als ware het
een bus. We werden min of meer in de buurt van ons geplande
hostel afgezet en het laatste stukje konden we lopen. Helaas
bleek dat de lonely planet inderdaad wat achterloopt, ons hostel
stond te koop. Balen, op naar de volgende op het lijstje. Dit
hostel bleek bezig te zijn met een verbouwing en het kamertje
dat wij konden krijgen had de gezelligheid van een kippenhok,
dus ook deze werd het niet. Onderweg waren we nog wel langs
een ander hotel gelopen die adverteerde met kamers voor 6.000
pesos (ong. 8.5 euro) per nacht. Gezien de vrij hoge prijzen
die er in Chili worden gevraagd in vergelijking met Bolivia,
verwachtten we er niet al te veel van. Het bleek inderdaad een
stoffige, donkere kamer te zijn (dat heb je als oude mannetjes
de boel runnen), maar wel met een eigen badkamertje. Geen zin
om verder te zoeken dus dit werd hem (moet kunnen voor 1 nachtje).
Ondanks dat Arica een prima strandklimaat heeft hadden we meer
zin om naar een museumpje te gaan (echt waar). 12 km ten oosten
van Arica ligt de Valle de Azapa, met een archeologisch museum
(-pje dus). Vanaf de stad gaan er collectivos naar de vallei
en het museum, maar eerst even het zoontje van de taxichauffeur
van school halen. Doordat het in dit gebied zelden regent bevonden
de tentoongestelde stukken zich in zeer goede staat. Samen met
de duidelijke Engelstalige handleiding was dit kleine museum
daarom toch de moeite waard. Omdat Arica behalve goede completo´s
(hotdogs met avocado) en vriendelijke postkantoorbedienden (vermomd
als bewakers dus wel gewapend) verder niet zo veel te bieden
had hebben we´s avonds de nachtbus nog dieper de woenstijn
in genomen.
Flop in Calama
Nog even over getwijfeld of we naar Calama zouden gaan, maar
aangezien we daar in de buurt ´s werelds grootste open
kopermijn konden bezoeken, leek het toch een goed idee. Ook
Calama is bijzonder droog, het schijnt hier nog nooit geregend
te hebben. Wederom wat hostelperikelen. De wat goedkopere hostels
zagen er allemaal zo treurig uit dat we er spontaan depressief
zouden worden. Daarom gekozen voor een iets duurder hostel,
maar wel met een gloednieuwe badkamer en kabel TV. Van een vriendelijk
dametje bij de VVV hoorden we dat er ´s middags toertjes
naar de mijn gingen en dat deze erg populair waren, dus op tijd
aanwezig zijn was gewenst.
De mijn is gelegen in het stadje Chuquicamata. Eigenlijk andersom,
want het stadje is gebouwd voor personeel dat werkt in de mijn.
Binnenkort zal dit stadje een ´ghosttown´zijn.
Door verscherpte veiligheidsmaatregelen is het niet meer
toegestaan om in de buurt van een open kopermijn te wonen.
Alle bewoners worden dus langzaam verhuisd naar Calama en
het stadje zal helemaal leeg komen te staan. Nog maar eens
goed kijken dus. Bij het ticket bureautje voor een mijntoer
was het inderdaad al een beetje druk, ook al zou het nog zo´n
drie kwartier duren voor het loket open ging. Langzaam maar
zeker stroomde het kantoortje vol en waren we blij dat we
op tijd waren. Het leek erop dat een grote groep mensen niet
mee zou kunnen, maar na wat heen en weer gepraat werd besloten
twee bussen te gebruiken voor het bezoek aan de mijnen. Nog
een uur gewacht voor de rondleiding eindelijk van start ging.
Eerst een bijna onbegrijpelijke uitleg in het Chileens Spaans
(is echt lastig te verstaan) en daarna hup de bus in.
De kopermijn is een enorm gat in de grond waar vrachtwagens
het puin naar boven rijden waar het verder wordt uitgezocht
en bewerkt. In eerste instantie lijken de vrachtwagens vrij
normaal, maar als je ze naast een gewone auto ziet besef je
dat het echt enorme bakbeesten zijn. Nog voordat we het bord
met informatie in het engels hadden gevonden moesten we weer
de bus in, op naar de volgende lokatie. Althans dat dachten
we, na een kort ritje stonden we echter weer voor het kantoortje.
Dat was het. Wat een enorme flop zeg! Hadden we hier nou zo´n
beetje de halve dag op zitten wachten? Volgens de reisgids
duurt een tour zo´n anderhalf uur, maar bij ons waren
het dus krap tien minuten. Waarschijnlijk iets fout gegaan...
Omdat dit pas onze eerste echte tegenvaller (op deze reis)
was, moesten we er, na de eerste verbazing, eigenlijk gewoon
hard om lachen. ´s Avonds op de kamer lekkere empenada´s
gegeten en geprobeerd wat TV te kijken maar helaas alleen
oude bekende films...
De volgende bestemming lag op korte afstand dus konden we
lekker uitslapen. Op het busstationnetje werd een groep Italiaanse
touristen nog slachtoffer van de bekende diefstal truck. Nu
in de variant mayonaise. Deze verscheen spontaan op de kleren
van twee dames en de behulpzame mannen die het schoon kwamen
maken bleken goed in staat de aandacht af te leiden van de
tassendief. Je weet dat het gaat gebeuren en toch zie je het
niet gebeuren. Het leek een beetje op wat ze bij ons probeerden
in Sucre. Drie kwartier te laat kwam onze bus toch nog aankakken.
Zand in San Pedro
Na een heerlijk kort busritje van slechts 2 uur wandelden we
door de stoffige zandstraatjes van San Pedro de Atacama. Zo
op het eerste gezicht lijkt deze oase middenin de woestijn helemaal
niet zo hip en groovy als alle reisgidsen roepen. Maar zodra
je eenmaal in een restaurantje binnenstapt komt de relaxedheid
je tegemoet. Veel kunstenaars, reizigers, aarde- tinten, en
erg goed eten dat er zelfs arty uitziet. De prijzen zijn er
ook zeker naar maar daar laten wij ons niet door weerhouden
(we zijn hier nu toch..). Wel hebben we een hostel van 28.000
pesos lekker laten schieten en onze intrek genomen in Hostal
Eden. Erg basic kamertje maar de hangmatjes op de grote binnenplaats
maken alles weer goed.
Na twee pannekoeken en het boeken van een 4-daagse tour naar
Uyuni, spoedden wij ons weer terug naar het hosteltje om daar
opgehaald te worden door Superman (ja, echt waar) die ons
met zijn super minibus de vallei van de maan heeft laten zien.
Met de dalende zon in de hemel wandelden we langs enorme zandduinen,
grillige rotsformaties en barsten in de aarde. Kropen we door
nauwe rotsspleten die eindigden in donkere tunnels (wij kropen
te ver door zodat Superman ons moest komen zoeken) en strompelden
we over de smalle kam van een enorme zandduin richting de
zonsondergang (bijna er vanaf geblazen door een straf windje).
Toen de zon eenmaal goed onder was zijn we, als sportieve
afsluiter, van de duinen naar beneden gerend/gesprongen. Terug
in San Pedro eerst de schoenen leeggegooid om daara onze honger
te stillen met een drie gangenmenu rondom een kampvuur (heel
vervelend).
Verder
naar "Elf maanden Zuid-Amerika: Chili" deel 2
|