|
Cambodja, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Angkor Wat en Phnom Penh
(tekst en foto's: traveljunkies Leo en Rosalie)
deel 2/2
Phnom Penh
We hebben gelezen en gehoord dat de weg van Siem Reap naar
Phnom Penh wegens jarenlange verwaarlozing in bijzonder slechte
staat verkeert. Om deze weg te vermijden, kopen we dus - zoals
zoveel reizigers - tickets voor de snelle Chann Na Express
Boat naar Phnom Penh.
De tickets zijn niet goedkoop, maar de boot doet
er in ieder geval heel wat minder uren over dan de bus
(zie Achter de schermen Cambodja). En uiteraard zorgt
een boottochtje op zijn tijd voor de nodige afwisseling.
We worden 's morgens om 6.00 uur opgehaald en 12 kilometer
verderop bij de aanlegplaats aan het Tonlé Sap
meer afgezet. Met een half uur vertraging vertrekt de
boot om 7.30 uur. Het eerste gedeelte wordt de lange
smalle boot door een sleepbootje voorgetrokken en vervolgens
varen we in 5 uur naar de hoofdstad van Cambodja over
een immens groot meer.
|
|
Het Tonlé Sap meer is het grootste meer van Cambodja
en heeft een oppervlakte die varieert van 3.100 km² tot
maar liefst 10.300 km². Het grote verschil in omvang
heeft te maken met de afwatering van het meer. Normaal gebeurt
dit door de Tonlé Sap rivier, maar in de regentijd
van mei tot en met oktober is er teveel water. Het afwateringswater
komt dan via andere riviertjes weer terug in het meer. Hierdoor
overstromen grote delen van het land om het meer. Ook de aanlegplaats
voor de boot ligt dan kilometers dichterbij Siem Reap dan
nu het geval is. Maar, ondanks dat het nu geen regentijd is,
is het meer nog steeds erg groot.
Binnen in de boot hebben we gereserveerde plaatsen, maar
gedurende het eerste gedeelte van de tocht zitten we op het
dak. In de Lonely Planet hebben we namelijk een waarschuwing
gelezen voor het kapseizen van de vaak overbeladen boot. Men
adviseert dus op het dak te gaan zitten. Het is vandaag echter
één van de weinig bewolkte dagen en door de
hoge snelheid van meer dan 50 kilometer per uur is het op
het dak wel wat fris en je waait haast uit je hemd. Ook het
oorverdovende geluid van de motoren wekt niet de indruk dat
we een leuk toeristisch tripje aan het maken zijn.
Zeker tijdens het eerste gedeelte van de tocht hebben we
vanaf het dak een weids uitzicht en kunnen we mooie foto's
maken. Dorpen op palen, drijvende eilanden, boten, aalscholvers
en varkens in drijvende kooien trekken aan ons voorbij. Zodra
we echter midden op het meer zijn en geen oevers meer zien
(we wanen ons op zee) gaan we binnen zitten.
In het begin van de middag arriveren we in Phnom Penh. We
worden opgewacht door tientallen touts die allemaal met een
kaartje van hun hotel of guesthouse staan te wapperen. We
kiezen er eentje uit en laten ons naar het guesthouse brengen.
Omdat we besluiten er te blijven slapen, hoeven we de 2 US$
voor de taxi niet te betalen (zie Achter de schermen Cambodja).
Het gaat echter niet van harte. De eigenaar van het hotel
heeft zeker teveel klanten want voor hem is de klant geen
koning. Hij blaft ons uit als we hem vertellen dat we de gevraagde
prijs voor de kamer wel wat hoog vinden. Wat denken we wel?
We zijn hier in Phnom Penh en niet in Siem Reap! Wij zijn
de klant en we moeten naar hem luisteren! Roos besluit direct
slechts één nacht te blijven en morgen te verhuizen
naar een ander hotel. Eigenlijk willen we gelijk weg, maar
dan zijn we de 2 US$ ook kwijt. Shit! Roos maakt de man in
niet mis te verstane woorden duidelijk dat we vanmiddag nog
op zoek gaan naar een ander hotel. Zo willen we niet behandeld
worden.
's Middags gaan we Phnom Penh verkennen en direct op zoek
naar een ander guesthouse, dat we na enig zoeken ook vinden.
We vinden ook een enorme supermarkt waar echt van alles te
koop is. De Fransen hebben hier dus toch nog iets goeds achtergelaten.
Phnom Penh is naar Aziatische begrippen een rustige stad.
Er rijden nauwelijks auto's en brede straten en pleinen doorkruisen
de stad. Er zijn echter ook talloze kleine, smalle ongeasfalteerde
straatjes waar de vuilnis hoog opgestapeld langs de weg ligt.
Het leukste vinden we de promenade met palmbomen en terrasjes
langs de rivier. Er heerst in Phnom Penh echter ook een apart
sfeertje. Waarschijnlijk heeft dit iets te maken met het recente
verleden van Phnom Penh. Je zou namelijk kunnen denken dat
het leven in Phnom Penh altijd zo gemoedelijk is geweest.
Maar niets is minder waar...
In de jaren '50 was Cambodja één van de meest
ontwikkelde landen van Azië. Door de invloed van de Fransen
werd Phnom Penh het 'Parijs van het Oosten' genoemd en kon
je langs brede straten lopen en op een terrasje een croissantje
eten. De burgeroorlog in de jaren '70 veranderde de aanblik
van Phnom Penh echter grondig. Na de nederlaag van het door
de Amerikanen gesteunde regime van Lon Nol trokken de rebellen
van de Rode Khmer op 17 april 1975 Phnom Penh binnen. Binnen
vier dagen ontruimden zij de stad. De nieuwe machthebbers
wilden het onderscheid tussen stedelingen en boeren opheffen;
De bewoners werden in het kader van heropvoeding naar het
platteland gestuurd om te werken en de meeste essentiële
voorzieningen, zoals wegen, ziekenhuizen, tempels, kloosters,
scholen en elektriciteitsbedrijven werden vernietigd. Ook
het geld werd afgeschaft.
Vóór 1970 telde Phnom Penh ongeveer 600.000
inwoners, maar het inwonertal werd al snel teruggebracht tot
28.000. Phnom Penh werd een spookstad en moet een desolate
indruk hebben gemaakt. Het jaar Zero werd ingeluid om iedereen
ervan te overtuigen dat het verleden niet bestond. Het inwonertal
van heel Cambodja voor de holocaust was ongeveer 8 miljoen.
Aan het eind van de jaren zeventig waren ruim 2 miljoen mensen
gedood of door honger gestorven. Van de meer dan 60.000 monniken
die tot 1975 een groot aandeel in de scholing van de bevolking
en de bestrijding van het analfabetisme hadden, hebben niet
meer dan 500 de holocaust overleefd. Iedereen die ook maar
enige opleiding had genoten of een bril droeg was elitair
en moest vernietigd worden.
De gruwelijkheden van het Pol Pot regime blijken op weerzinwekkende
wijze tijdens ons bezoek aan het Tuol Sleng Museum. Het duurt
even voor we het museum hebben gevonden. Het gebouw valt namelijk
nauwelijks op in de dichtbevolkte wijk en de ingang bevindt
zich in een smalle straat. Het gebouw was tot 1975 de middelbare
school Tuol Sleng, maar werd door de Khmer Rouge omgebouwd
tot een gevangenis waar tegenstanders van het regime en "verraders"
werden opgesloten en gemarteld, alvorens naar de Killing Fields
te worden gebracht om te worden begraven, na al dan niet eerst
te zijn vermoord. De gevangenis kreeg codenaam S21 (Security
Prison 21). Er werd een hoge muur omheen gebouwd en de huizen
ertegenover werden geëvacueerd.
Voor we het museum ingaan, krijgen we eerst een film te zien
die het verhaal beschrijft van een man en een vrouw. De man
is in deze gevangenis gemarteld en vermoord en de vrouw is
naar het platteland gestuurd om te werken. Ook zij vindt uiteindelijk
de dood. Ook een voormalige bewaker komt in deze film aan
het woord. Hij vertelt met een lach op zijn gezicht dat hij
alleen maar geslagen heeft en geen mensen heeft vermoord...
Na de film nemen we een kijkje in de gebouwen. Eerst zien
we de lokalen die dienst deden als ondervragingskamers. In
de praktijk waren dit dus de martelkamers. In ieder lokaal
staat een ijzeren bed met kettingen. De lokalen zijn in de
staat gelaten waarin ze zijn aangetroffen toen de Rode Khmer
was verdreven. Hier en daar ligt nog een martelwerktuig. De
stank schijnt nog jaren in de lokalen te hebben gehangen en
de bloedvlekken krijgt men niet uit de plavuizen op de vloer
verwijderd... Dan komen we in een grote ruimte die volhangt
met foto's van mensen die hier gevangen hebben gezeten en
uiteindelijk de dood hebben gevonden. De gevangenen - mannen,
vrouwen en kinderen - werden namelijk bij binnenkomst geregistreerd
en gefotografeerd. Van veel gezichten is de angst en de kwellingen
van de slachtoffers af te lezen. Verder zien we hier schilderijen
die gemaakt zijn door een ex-bewaker.
De schilderijen laten zien welke gruwelijkheden hier hebben
plaatsgevonden; Baby's werden gebruikt als kleiduiven of ze
werden in de lucht gegooid en op bajonetten 'opgevangen'.
Kinderen werden met hun hoofdjes tegen de boomstammen doodgeslagen
om kogels te sparen. De moeders moesten met handen en voeten
gebonden toekijken. Waterbakken waarin mensen op hun kop ingehangen
werden totdat ze bijna verdronken en alles 'bekenden' wat
de Rode Khmer maar wilde, nijptangen waarmee de tepels van
vrouwen afgeknepen werden, mensen die vastgeketend op een
ijzeren bed met stroomstoten gemarteld worden etc. etc.
Onvoorstelbaar welke gruwelheden hier hebben plaatsgevonden.
Dan zien we kleine cellen van baksteen die nauwelijks een
meter breed zijn. In sommige cellen staat nog het lege olieblik
waarin de gevangenen hun behoeften moesten te doen. En is
alle cellen ligt nog de een ketting waarmee ze vastgeklonken
zaten. Uit lijsten van gevangenen uit 1977 blijkt dat er dagelijks
100 mensen in S21 werden binnengebracht. Het Vietnamese leger
trof er in 1979 slechts zeven overlevenden aan. Veertien mensen
werden nog in de laatste minuten doodgemarteld. Zij zijn bijgezet
in de graven op het terrein van het museum. Bij de uitgang
staat een borstbeeld van Pol Pot. Er is een groot wit kruis
op zijn gezicht geschilderd. Aan de muur een collage van schedels
en botten die de plattegrond van Cambodja voorstelt. Een rode
streep beeld de Mekong en de Tonlé Sap uit. We vinden
het ongepast om hier foto's te nemen en dat doen we dus ook
niet. Al met al een deprimerende omgeving.
De mensen die niet bezweken onder de martelingen in S21 werden
omgebracht in het vernietigingskamp Choeng Ek, door de gelijknamige
Amerikaanse film beter bekend geworden als de Killing Fields.
De Killing Fields liggen ongeveer 15 kilometer buiten Phnom
Penh en we moeten dus een brommertje met chauffeur huren.
We besluiten de reizen zoals de Cambodjanen; we gaan met z'n
tweeën op één brommertje. Uiteraard komt
de chauffeur er ook nog bij. Onderweg pompt hij voor de zekerheid
nog even de banden op. Logisch. Uiteindelijk blijkt deze manier
van reizen geen goed idee te zijn geweest. 15 Kilometer over
een stoffige weg vol met gaten gaat al snel pijn doen. We
krijgen kramp in onze beenspieren en Roos zit tussen de twee
zadels en heeft nog dagen hierna last van blauwe plekken op
haar benen.
Als we aankomen bij Choeng Ek is het eerste wat opvalt een
grote witte toren, een soort stoepa. Het is een monument ter
lering en nagedachtenis. In de toren (die veel weg heeft van
een glazen liftschacht) liggen in glazen vitrines 8.000 schedels,
gesorteerd naar geslacht en leeftijd. Het zijn "slechts"
8.000 van de minstens 17.000 mensen die in de Tuol Sleng-gevangenis
hebben gezeten en uiteindelijk zijn vermoord. Hun lichamen
werden in de 129 massagraven op dit terrein begraven. De 8.000
schedels zijn de stoffelijke resten die gevonden zijn in de
86 massagraven die geopend zijn.
We zien weer de beelden voor ons van de film die we hebben
gezien in S21. Een ex-bewaker vertelde in de film dat de geblinddoekte
slachtoffers aan de rand van een massagraf moesten knielen
en dat daarna hun schedel met knuppels en geweerkolven werd
ingeslagen en hun keel werd doorgesneden. De grote boom op
het terrein werd gebruikt om kinderen te vermoorden; Ze werden
bij een arm of been gepakt en met hun hoofdjes tegen de boom
geslagen. Ze werden vervolgens, dood of nog levend, werden
in een massagraf gegooid en samen met honderden anderen begraven.
Dit allemaal om munitie uit te sparen. We realiseren ons ineens
waarom in veel van de 8.000 schedels in de stoepa een groot
gat zit.
Op de Killing Fields is eigenlijk niet zo heel veel te zien.
De gebeurtenissen die hier hebben plaatsgevonden, maken de
plek bijzonder. De kuilen in het gras zijn de voormalige massagraven.
Bij een aantal kuilen staat een bordje: 'Mass grave, over
100 victims, mostly children en women, naked and tied up'
of '166 victims, mostly without head' of 'mass grave, 450
victims'. In een klein informatiecentrum zien we foto's hoe
het kamp er 15 jaar geleden uitzag. Tot 1988 lagen de stoffelijke
resten in eenvoudige houten schappen (soort marktkramen) tussen
de open en de nog gesloten graven. Verder wat statistische
gegevens: '86 graves opened, 8.935 victims, in total 129 mass
graves'. Het is eigenlijk niet te bevatten wat hier is gebeurd
toen wij gewoon op de lagere school zaten. Het is nog schrijnender
dat de daders nooit veroordeeld zijn en de meeste nog lang
hebben geleefd (bijvoorbeeld Pol Pot) of nog leven en een
hand boven het hoofd wordt gehouden. Toevallig zien we 's
avonds op televisie dat men tracht een tribunaal op te richten
om de daders uiteindelijk toch te gaan veroordelen. Als we
het goed begrijpen, ligt Amerika echter dwars en staat het
tribunaal op losse schroeven...
Het is eigenlijk ongelooflijk hoe snel Cambodja zich na dit
alles herstelt en wederopbouwt. Nadat de Rode Khmer in 1979
was verdreven, keerden een aantal bewoners van Phnom Penh
terug en zocht een onderkomen in de verlaten huizen. Nu wonen
er weer meer dan één miljoen mensen. De persvrijheid
wordt steeds groter en de Cambodjanen zijn vrij om te spreken
over het verleden. Toch zal het nog vele jaren duren voordat
het litteken geheeld is. Niet in de minste plaats door de
vele landmijnen waarmee het platteland van Cambodja nog bezaaid
ligt. Deze mijnen zijn gelegd door zowel de Rode Khmer als
hun tegenstanders en veroorzaken nog dagelijks nieuwe verwondingen.
In geen enkel land hebben we zoveel mensen gezien die blind
zijn of één of meer ledematen kwijt zijn als
gevolg van een ongeluk met een landmijn.
De volgende twee dagen doen we wat rustiger aan. We brengen
nog een bezoek aan het Nationaal Museum (Albert-Sar-raut-Museum)
omdat in dit museum veel van de Khmerkunst uit de tempels
van Angkor is te zien. 's Avonds gaan we nog een keer terug
naar het museum. We hebben namelijk gelezen en gehoord toen
we in het museum liepen, dat er een enorme kolonie vleermuizen
in het museum een onderkomen heeft gevonden. De vleermuizen
zouden allemaal rond zonsondergang uitvliegen... Om 18.30
uur staan we dan ook - samen met een handje vol andere reizigers
- voor de gesloten deuren van het museum te wachten op de
vleermuizen. We kunnen wachten tot we een ons wegen, maar
na een half uur heeft nog geen vleermuis zich laten zien.
We horen ze wel... maar dat vinden we niet leuk.
De volgende dag kopen we twee bustickets voor het traject
Phnom Penh - Saigon. We gaan een zware rit tegemoet, want
de weg naar de grens met Vietnam schijnt niet in een goede
staat te verkeren. Dat wordt dus weer een paar uur schudden
en zweven tussen stoelzitting en dak.
naar
de website van traveljunkies Leo en Rosalie voor veel meer
reisverhalen
|