|
Cambodja, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Angkor Wat en Phnom Penh
Cambodja reisverhaal: verslag van een reis door Cambodja
(tekst en foto's: traveljunkies Leo en Rosalie)
deel 1/2 (februari 2002)
Vanuit Bangkok naar Cambodja
Het blijkt dat een busreis naar Siem Reap in Cambodja vanuit
Bangkok gemakkelijk te regelen is. De visa voor Cambodja en
Vietnam laten we door Dio Tour in Khaosan Road regelen. Met
een luxe airconditioned bus vertrekken we vanuit Bangkok naar
de grens van Cambodja. In ongeveer 4 uur rijden we naar de
Thaise grensplaats Aranya Prathet. Na afhandeling van alle
formaliteiten aan Thaise kant, loop je door een stukje niemandland
naar de Cambodjaanse grens. We worden welkom geheten door
een grote groep bedelende kinderen, invaliden (slachtoffers
van de vele landmijnen) en opdringerige verkopers. Als we
na lang wachten in de brandende zon eindelijk de Cambodjaanse
stempels in ons paspoort hebben, lopen we de armoede tegemoet.
Op oude karren worden grote hoeveelheden dozen de grens over
vervoerd. Op de verstevigde houten kar hebben ze een soort
omgekeerde piramide gebouwd. Elke verdieping dozen is een
breder dan de onderliggende. De banden en de vering van de
kar staan op klappen.
Als alle Cambodjaanse grensformaliteiten zijn afgehandeld,
worden we opgevangen door een jongen die ons naar een minibusje
brengt. Ja, inderdaad een minibusje en geen pickup truck.
Met zo'n 23 mensen en alle rugzakken worden we in het minibusje
geladen. Voordat alle rugzakken opgestapeld zijn en iedereen
een plekje heeft gevonden, zijn we al snel een uurtje verder.
De temperatuur in het busje liep al snel op tot het kookpunt
en dan moest de reis nog beginnen. Tot overmaat van ramp blijkt
de airco het niet te doen, maar moeten we alle ramen gesloten
houden omdat de prachtige geasfalteerde weg in Thailand bij
de grens opgehouden en we nu op een stofpad rijden. De weg
vanaf de grens naar Siem Reap wordt niet voor niets de hel
van Azië genoemd; Het is niets meer dan een lang rood
stoffig zandpad vol met diepe kuilen, gaten en sleuven
(toegevoegde opmerking van Leo en Rosalie in maart 2005:
deze route is sterk verbeterd en goed te doen over de weg).
Vanaf de grens naar Siem Reap is het nog ongeveer 5 uur rijden.
Als het aan het eind van de middag donker wordt, lukt het
de chauffeur niet altijd om de gaten in de weg op tijd zien
en te ontwijken. Het gevolg is dat we regelmatig ergens tussen
stoelzitting en het dak zweven, soms hard in aanraking komen
met het dak en de rugzakken gezellig door het busje stuiteren.
We troosten ons met de gedachte dat het altijd nog slechter
kan. Wij zitten immers in een minibus, terwijl andere reizigers
deze tocht achterop een volgeladen pickup afleggen en uren
stof zitten te happen.
Als we rond 20.00 uur eindelijk Siem Reap binnenrijden, slaat
iedereen een zucht van verlichting. Het busje rijdt dwars
door het centrum. We zien de meest luxe hotels aan ons voorbij
trekken. De meeste zijn prachtig verlicht. Het busje stopt
eindelijk op het erf van een luxe guesthouse, net buiten het
centrum. Natuurlijk worden we hier uitgenodigd om de kamers
te bekijken. De meeste reizigers willen terug naar het centrum
en besluiten terug te lopen. Eigenlijk willen wij ook in het
centrum slapen, maar Roos besluit toch even het guesthouse
binnen te stappen. Je weet maar nooit. Ze blijken een prachtige
kamer te hebben met alles erop en eraan. Als we na enige onderhandeling
de kamer voor 7 US$ kunnen krijgen, besluiten we niet meer
verder te zoeken en onder de warme douche te stappen voordat
we iets te eten bestellen.
De tempels van Angkor (dag 1)
Als we de volgende dag wakker worden, kunnen we eindelijk
goed zien waar we terecht zijn gekomen. Siem Reap ligt aan
de rivier Siem Reap en blijkt erg toeristisch te zijn. Er
is een ruime keuze aan restaurants en terrasjes en over het
algemeen worden de prijzen in dollars aangegeven. Siem Reap
is ook een stad met grote tegenstellingen. Tussen de kleine
huisjes en plaggenhutjes van de Cambodjanen staan een aantal
grote, luxe en vooral dure hotels en villa's. De wegen in
de stad zijn verhard, maar zodra je één stap
buiten het centrum zet, zijn de wegen onverhard (zoals voor
ons guesthouse).
Tja, voor de stad zelf ga je dus niet naar Siem Reap. Waarvoor
dan wel? Siem Reap is groot geworden dankzij de nabij gelegen
tempelruïnes van Angkor. Angkor is de naam van de hoofdstad
van het oude Khmer-rijk, dat in de 8e eeuw na Christus werd
gesticht. Het rijk was enorm en strekte zich uit tot aan Zuid-Vietnam
en China. In dit gebied zijn in de loop van honderden jaren
zo'n 100 tempels gebouwd door de diverse heersers van het
Khmer-rijk. Omdat de tempels in verschillende periodes gebouwd
zijn, is hun uiterlijk telkens weer anders. Rondom de tempels
lag vroeger een levendige stad met houten huizen. Helaas is
van de houten huizen niets meer overeind gebleven en in de
loop der eeuwen is ook Angkor in de vergetelheid geraakt en
overwoekerd door de jungle.
Eeuwenlang was het bestaan van deze stad een mythe. Totdat
een Franse expeditie begin 1900 de, toen midden in het oerwoud
gelegen, tempelruïnes ontdekte. Inmiddels zijn de meeste
tempels vrijgemaakt van lianen, struiken en bomen die de tempels
eerder aan het zicht onttrokken en zijn de meeste tempels
prachtig gerestaureerd. Alleen de Ta Prohm heeft men in de
oude staat gelaten en die tempel is dan ook heel bijzonder,
maar daarover later meer. De tempels van Angkor vormen nu
één van de zeven architectonische wereldwonderen.
Dé manier om de tempels te bezichtigen, is achterop
de brommer met een chauffeur. Voor de deur van ons hotel staan
een aantal jongens met een brommer op klanten te wachten.
Ze brengen ons gratis naar het centrum als we dat willen,
maar zijn ook bereid je tegen betaling een dag langs de tempels
te rijden. Franse onderzoekers en restaurateurs hebben op
het complex twee routes uitgezet, een korte (toch nog 17 kilometer)
en een lange, die langs de belangrijkste tempels komen. Wij
maken een deal met twee jongens. Vandaag zullen we de korte
route voor 5 US$ per persoon rijden en morgen zullen ze ons
langs de gebouwen van de lange route rijden voor 6 US$ per
persoon.
Voor we het weten staan we voor de ingang van het complex.
De entree is voor buitenlanders behoorlijk prijzig; 20 US$
voor één dag of 40 US$ voor 3 dagen. Wij willen
ruim de tijd nemen voor de tempels en kopen een pas voor drie
dagen. Onze brommerboys geven ons het advies om eerst Angkor
Thom te bezoeken. Angkor Thom is een oude stad die voornamelijk
door Koning Jayavarman VII rond 1200 is gebouwd. Binnen de
muren van de stad liggen een aantal interessante tempels en
we zullen er wel een paar uur nodig hebben. We brommeren dus
eerst naar Angkor Thom en rijden daarbij langs Angkor Wat,
waar we later op de dag heen zullen gaan.
Via de "Straat der Reuzen" bereiken we de zuidpoort
van Angkor Thom. Voor de poort zitten aan iedere kant van
de weg 27 demonen en 27 goden, die een reusachtige slang op
hun knieën dragen. Deze demonen en goden zitten ook bij
de andere poorten van de stad, maar de beelden zijn niet overal
even goed bewaard gebleven. Aan het einde van de "Straat
der reuzen" bevindt zich de zuidpoort van Angkor Thom.
Boven de poort zien we voor het eerst dé gezichten.
Het zijn er vier en ze kijken naar alle windrichtingen. Deze
gezichten hebben we al zo vaak op foto's gezien. In het echt
zijn ze echter nog veel indrukwekkender. Deze plek kost ons
al een half fotorolletje! Dat belooft wat.
Inclusief de 100 meter brede gracht die om de stad heenloopt,
is Angkor Thom 9 km2 groot. Niet echt een plek om lopend te
verkennen. We stappen dus weer achterop onze brommertjes en
rijden naar de Bayon-tempel. De Bayon-tempel lijkt vanuit
de verte niets meer dan een hele grote verzameling stenen.
Als we echter dichterbij komen, krijgt de tempel steeds meer
vorm en zien we schitterende reliëfs op de muren die
om het complex zijn gebouwd.
We hangen regelmatig rond bij groepen toeristen die uitleg
krijgen van een gids (alleen het Japans is wat moeilijk te
volgen). Zo komen we onder andere te weten dat de afgebeelde
Cambodjanen zijn te herkennen aan de lange oorlellen. De gidsen
wijzen op details van de reliëfs en zo worden we geattendeerd
op voorstellingen uit het dagelijkse leven. We zien de koning
tijdens zijn veldtochten, markt- en jachttaferelen, weddenschappen,
varkens in kookpotten, het leven aan de rivier en zelfs een
bevalling. Dan gaan we het complex binnen en ineens kijken
tientallen stenen gezichten ons aan. We lezen dat van de 54
torens met 4 gezichten er 37 torens bewaard zijn gebleven,
maar waar je ook kijkt, de gezichten zijn overal.
| We beklimmen de torens om de gezichten
van dichtbij te kunnen bekijken. Alle gezichten hebben
dezelfde vredige uitdrukking: gesloten ogen en een flauwe
glimlach, een beeld van een alwetende, oeroude wijsheid.
Niemand weet precies van wie de gezichten zijn. Hebben
de gezichtstorens het gelaat van boeddha gekregen of heeft
de koning zijn eigen gezicht in honderdvoud laten vereeuwigen? |
|
|
Net naast de Bayon-tempel ligt de Baphuon-tempel. Van alle
tempels in Angkor is de Baphuon in bouwkundig opzicht het
slechtst gebouwd. De meeste tempels hebben als basis een grote
berg zand, waar overheen stenen randen en ringen zijn geplaatst
waardoor de berg de vorm krijgt van een groot bouwwerk. De
binnenkant bestaat echter altijd uit zand, en daarin schuilt
het probleem. Door de eeuwen heen is het zand onder de bouwwerken
vandaan gespoeld en daardoor zijn veel bouwwerken gaan verzakken
of ingestort (bijvoorbeeld na een aardbeving). Dit was ook
het lot van de Baphuon-tempel. Al spoedig na de voltooiing
stortte de bovenste verdieping van de tempel in en ging de
onderste verdieping scheuren vertonen. Het binnendringende
vocht voltooide het sloopwerk.
De tempel is verschillende malen gerestaureerd, maar nooit
meer geheel opgebouwd. In 1958 begon een Frans team met een
nieuwe restauratie. De tempel werd uit elkaar gehaald en de
stenen werden zorgvuldig genummerd en geregistreerd. De restauratie
moest echter vanwege de machtsovername door de Khmer Rouge
in 1974 worden gestaakt. De notities van de restaurateurs
werden in beslag genomen en vernietigd.
In 1995 startte een Fransman een nieuwe restauratie. Men probeert
nu de zandberg te vervangen door een betonnen binnenwerk.
Daarna moet de grote puzzel weer in elkaar worden gezet, maar
nu zonder hulp van aantekeningen en notities. Er liggen 300.000
genummerde stenen her en der verspreid op de grond. Zij zullen
uiteindelijk de oorspronkelijke tempel moeten vormen. Men
hoopt in 2005 gereed te zijn met de herstelwerkzaamheden.
Leo beklimt vervolgens de Phimeankas-tempel. De tempel is
niet zo bijzonder, maar wel hoog. Een stijle trap aan de achterzijde
lijdt naar het bovenste terras. Verhaal gaat dat deze tempel
helemaal van goud is geweest. Er is niets meer van over. Veel
indrukwekkender is het Olifantenterras. Vanaf dit 350 meter
lange en 14 meter brede terras kon vroeger de koninklijke
familie de processies, parades en spelen gadeslaan. Op de
voorkant van het terras staan prachtige olifanten en daar
ontleent het terras ook zijn naam aan.
In het begin van de middag verlaten we de stad Angkor Thom
en brengen we een bezoek aan de Thommanom en de Chau Say Tevoda.
Na de tempels van Angkor Thom vinden we deze tempels niet
zo bijzonder. De tempels staan tegenover elkaar, beide aan
een kant van de weg. Angkor Thom. De Chau Say Thevoda wordt
momenteel gerestaureerd door een Frans team. In een houten
naast de tempel zien we een fototentoonstelling van de restauratiewerkzaamheden
en de vorderingen die men al heeft gemaakt. Diverse landen
storten grote hoeveelheden geld en dragen ook met mankracht
bij aan de restauratie van de vele Angkor tempels. We vervolgen
onze weg achterop de brommertjes naar de Ta Keo.
| In vergelijking met de andere tempels die
we tot nu toe hebben gezien, is de Ta Keo heel eenvoudig.
De tempel is niet versierd en heeft geen reliëfs
of beelden. Deze tempel werd ook nooit voltooid. Waarom
niet? Dat is niet bekend. Men denkt dat de bouwers op
de vlucht sloegen toen de bliksem insloeg. Het zou ook
kunnen zijn dat de bouwers problemen kregen met het bouwmateriaal.
|
|
|
De tempel is namelijk gebouwd van grote blokken zeer harde
zandsteen, die moeilijk te bewerken waren. En dan gaan we
eindelijk naar de tempel die we al zo vaak op foto's hebben
gezien en volgens ons de meest spectaculaire is, de Ta Prohm,
ook wel bekend als de "jungle temple". Deze tempel
is niet volledig gerestaureerd en is zoveel mogelijk in de
staat gehouden waarin hij door de Fransen in 1860 werd aangetroffen.
Dit houdt in dat grote delen van de tempel
zijn overwoekerd door de omringende jungle: klimplanten,
mossen en lianen hebben de galerijen, torens en beelden
overwoekerd, eeuwenoude bomen zijn met de gebouwen vergroeid
en gigantische boomwortels kronkelen zich als reuzenslangen
om de tempel heen en doen de muren scheuren.
De muren van de tempel worden door de wortels uit elkaar
gedrukt, maar ze houden de rotsblokken ook tegen zodat
veel van de muren toch nog rechtop staan. Het is echt
ongelooflijk mooi en we lopen lange tijd in de tempel
rond. De tempel heeft iets mysterieus door de grote
bomen en wortels, maar ook door de jungle waarin ze
staat. Het is hier vrij donker omdat de zon nauwelijks
door het dichte bladerdak heen kan schijnen. Het is
een sprookjesachtig ruïne die we niet snel zullen
vergeten. |
|
Als afsluiting van deze lange, maar indrukwekkende tempeldag
bezoeken we Angkor Wat. Veel mensen spreken over het hele
complex met tientallen tempels, vijvers en gebouwen als Angkor
Wat. Maar Angkor Wat is "slechts" de bekendste van
alle tempelruïnes van Angkor. Het is een enorm tempelcomplex
van 1.500 meter x 1.300 meter en is daarmee één
van de grootste religieuze gebouwen ter wereld en ook één
van de zeven wereldwonderen.
Angkor Wat werd vanaf 1110 door ontelbare arbeiders, bouwmeesters
en beeldhouwers in minder dan veertig jaar gebouwd in opdracht
van koning Suriyavarman II. De binnenmuren van de tempel zijn
versierd met talloze zeer gedetailleerde reliëfs van
bloemen en menselijke figuren. Van de ongeveer tweeduizend
godinnen (devata) en halfgoddelijke danseressen (apsara) die
de tempelmuren versieren is niet één beeld is
precies gelijk. We kijken onze ogen uit.
De geleerden zijn het niet eens over het doel van de Angkor
Wat. Het is een heilig gebouw, dat is zeker. Alleen tempels
voor goden en vergoddelijkte heersers werden namelijk van
steen gebouwd. De hoofdingang van Khmertempels ligt meestal
op het oosten, de richting van de zonsopgang. De ingang van
de Angkor Wat bevindt zich echter aan de westzijde, zoals
alleen bij dodentempels het geval was. Angkor Wat was dus
waarschijnlijk bedoeld als mausoleum. Dit idee wordt versterkt
door het feit dat je tegen de wijzers van de klok in moet
lopen om de verhalen van de reliëfs te kunnen volgen.
Dat komt overeen met het gebruik tijdens het dodenritueel.
In tempels voor goden moet je in de richting van de wijzers
van de klok lopen.
We lopen heel de tempel door en nemen een kijkje op de vele
binnenplaatsen en beklimmen steile trappen voor een wijds
uitzicht. We zoeken al een tijdje naar de plek om dé
klassieke foto te maken; Angkor Wat weerspiegeld in het water.
We zijn dus op zoek naar een grote gracht, maar kunnen die
niet vinden. De grote gracht blijkt een klein vies modderpoeltje
te zijn. De waterstand is laag. We kunnen dus niet helemaal
de klassieke foto maken, maar het resultaat mag er toch zijn.
De tempels van Angkor (dag 2)
We besteden nog een dag achter op de brommers om de tempels
van Angkor te bezoeken. Vandaag gaan we naar de tempels langs
de lange route. Eerst bezoeken we de Pre Rub, een hoge tempel
in de vorm van een piramide. De tempel werd vroeger gebruikt
voor crematies. De tempel is niet zo bijzonder, maar het uitzicht
op de omgeving en op Angkor Wat is mooi. Dan rijden we verder
naar de Banteay Kdei. Dit gebouw werd in 1181 gebouwd door
de koning die ook de "jungletempel" of de Ta Prohm
heeft gebouwd. Het gebouw lijkt dan ook veel op de Ta Prohm,
maar alle bomen, lianen en planten zijn gekapt. Minder indrukwekkend
dus.
De Banteay Kdei was vroeger niet in gebruik als tempel, maar
als klooster. Ook hier zijn de toegangspoorten van het gebouw
versierd met gezichten. We lopen door de ruines. Sommige galerijen
staan op instorten of zijn al ingestort. Aan de overkant van
de Banteay Kdei ligt Srah Srang, een klein kunstmatig meer
dat waarschijnlijk in dezelfde tijd als de Banteay Kdei is
gebouwd. Het meer wordt in de volksmond het Bad van de Koning
of het Bad van de Monniken genoemd. Het is vandaag erg warm
en we besluiten op de trappen van het meer iets te drinken.
Het is jammer dat er hier zoveel kleine verkopertjes rondlopen.
Hoe kleiner en jonger, des te irritanter en drammeriger ze
zijn.
Dan verder naar de East Mebon. Tot nu toe vonden we de ruines
langs de lange route minder mooi en minder bijzonder dan de
ruines die we gisteren hebben gezien. Zijn ze ook minder mooi
of zijn wij tempelmoe? Ook de East Mebon kan ons niet bekoren.
Alleen de olifanten die op de hoeken van het gebouw staan
vinden we wel aardig. We lopen een snel rondje en rijden verder
naar de Ta Som.
De Ta Som lijkt veel op de Banteay Kdei en Ta Prohm. De bomen
en struiken op het terrein zijn niet gekapt en je hebt dus
het gevoel of je een beetje in de jungle loopt. De tempel
kan niet tippen aan de Ta Prohm, maar is zeker het bekijken
waard. Door de oostpoort (uiteraard een poort met een gezicht)
groeit een reusachtige boom. De poort wordt langzaam door
de boom vernietigd, maar is uitermate fotogeniek. Detail:
tijdens de heerschappij van de Rode Khmer was in Ta Som een
veldhospitaal gevestigd.
De Neak Pan is de volgende tempel die we bezoeken. Ook deze
tempel vinden we niet bijzonder. Het is een kleine zandstenen
tempel op een eiland in een waterbassin. Het bassin staat
nu leeg. Het is alleen aan het einde van de regentijd met
water gevuld. Onder de bomen zit een aantal muzikanten traditionele
muziek te spelen. Ook na het betalen van geld... willen ze
er niet mee ophouden. Snel naar de volgende tempel.
De Preah Khan is de laatste tempel die we vandaag bezoeken
en het is zowaar de mooiste en grootste van vandaag. In feite
is het één van de grootste tempelcomplexen in
Angkor. De tempel lijkt een beetje op de Ta Prohm en Banteay
Kdei. De toegangspoorten in de muur rondom de tempel hebben
echter geen gezichten. Verder loopt er een gracht om de tempel
met eveneens aan de vier zijden een "Straat der Reuzen".
Als we eenmaal binnen de muren zijn, lopen we over een lange
weg door de jungle naar de tempel.
| Het hoofdgebouw en de bijgebouwen zijn
overdadig versierd met beeldhouwwerk; Op de muren zijn
boeddhistische motieven en scènes uit Indiase verhalen
afgebeeld, maar ook godinnen en danseressen. Grote gedeelten
van de tempel zijn ingestort en zijn dus moeilijk toegankelijk.
Er komt een klein jongetje naar ons toe. Hij wil ons naar
een beeld van de vrouw van de koning brengen die deze
tempel heeft gebouwd. We moeten hiervoor over grote stapels
stenen van ingestorte muren klimmen. Het beeld zouden
we zelf nooit gevonden hebben. |
|
Het jongetje laat ons zien dat het beeld boven het oog een
klein gaatje heeft. Hierin heeft vroeger een diamant gezeten,
maar deze is later door de Rode Khmer gestolen. Op de terugweg
naar buiten komen we langs een klein museum. We bekijken er
een fotoserie over de restauratiewerkzaamheden van de tempel
en het beeld van de garuda (half mens, half vogel) dat zich
op de buitenmuur bevindt. Als we weer op onze brommertjes
klimmen, besluiten we dat we genoeg tempels hebben gezien
in de afgelopen twee dagen. We laten ons naar het dorp rijden.
De derde entreedag hebben we niet gebruikt. We hebben de
tempels inmiddels wel gezien. We zijn tempelmoe en kunnen
even geen tempel meer zien. We hebben wel gehoord dat het
verderop gelegen tempelcomplex Banteay Srei ook mooi is. Hiervoor
moet je echter 45 minuten achter op een brommer zitten en
moet je ook nog eens extra entreegeld betalen. Dat vinden
we geen goed idee. Daarvoor in de plaats bezoeken we de plaatselijke
markt en versturen een aantal emails. Lekker even relaxen.
verder
naar "Angkor Wat en Phnom Penh" deel 2
|